De Dolksteek

Millennium 7, New Rage. Prometheus, 95 blz. ƒ 12,50. Armada 1, Apocalyps. Wereldbibliotheek, 120 blz. ƒ 17,50

Internet eist zijn eerste slachtoffer onder de literaire tijdschriften: MillenniuM verdwijnt, ver voor het beoogde magische jaar 2000. 'MillenniuM gaat niet dood, MillenniuM gaat niet digitaal, MillenniuM neemt haar (sic) intrek in een nieuwe tijdelijke autonome zone,' formuleert de redactie, heftig zoals gewoonlijk. Diezelfde redactie kreeg volgens Serge van Duijnhoven steeds meer het gevoel dat 'het medium tijdschrift' achterhaald is en richt zich liever op zoiets snels als Internet.

De Vlaams-Nederlandse Kunstgroep Lage Landen, die zelf blijft bestaan, neemt afscheid van haar platform MillenniuM met een New Rage festival. New Rage is volgens de afscheidnemende redactie hèt thema van de laatste jaren van de twintigste eeuw: 'de nieuwe woede en oprechtheid zoals die te vinden zijn bij veel jonge kunstenaars in de jaren negentig. Na de camp en de New Age valt bij hen een hang naar directheid en rauwheid te constateren. Weg met de relativering en de zweverigheid!'

Ferme woorden: de kracht èn zwakte van MillenniuM. Van het nulde tot en met dit zevende en laatste nummer waren de veelbelovende beginselverklaringen en redactionele voorwoorden sterker en interessanter dan de overige inhoud van dit 'hemelbestormende tijdboek'. Inhoudelijk heeft MillenniuM nauwelijks enige betekenis gehad, en de vorm overschreed steeds weer de irritatiegrens. De eerste nummers waren behalve voor doorgewinterde videoclipfreaks bijna niet te lezen door de wilde en hortende vormgeving, waarvan in het laatste nummer gelukkig weinig meer over is, behalve dat de paginanummering nu van achter naar voor loopt zodat 95 triomfantelijk op het voorplat terecht kwam.

Voor het laatste nummer moest de Kunstgroep Lage Landen zijn toevlucht nemen tot Frankrijk. Een voorpublikatie uit de nieuwe roman van Yann Queffélec, over het spijkerharde straatleven in Marseille sluit het nummer af, en de dochter van filosoof Bernard-Henri Lévy opent het met een voorpublikatie uit De afspraak, 'een schrijnende roman over de pijn van het volwassen-worden, over familieliefde, haat en verantwoordelijkheid in een tijd waarin ouders hun handen vol lijken te hebben aan zichzelf'. Maar De afspraak lijkt veeleer puberaal protestproza, afgaande op het gekozen fragment waarin een meisje bokkig terugkijkt op de relatie van haar gescheiden hippie-moeder met een lelijke lesbische drugsdealer. Ook bij Queffélec lijdt een kind door volwassenen, maar hij schrijft gelukkig heel wat beter dan de jonge Lévy.

Van de redacteuren vinden we in het laatste nummer flauwe humor (een interview met een pitbullbaasje), kleine leugentjes om eigen bestwil ('Alles draait om informatie; voor speelsheid, oprechte moeilijkheid, onafheid en experimenten is geen plaats in het tijdschriftenrek'), zelfvergrotende leugentjes ('deze generatie stelt nu eenmaal meer eisen aan het leven dan de vorige, die na werk of studie achter pils of koffie onderuit zakte.'); en van Van Duijnhoven poëzie en proza dat eigenlijk te goed is voor MillenniuM. Wat blijft van het blad over, na twee jaar? Niet meer dan de vraag waar Serge van Duijnhoven nu heen zal gaan.

Zo duidelijk als MillenniuM in grootspraak ten onder gaat, zo stilletjes duikt Armada op, het nieuwe tijdschrift waarmee de Wereldbibliotheek zich voegt bij de literaire uitgeverijen die een eigen blad hebben. De redactie wordt niet bemand door ongeduldig trappelende jongeren maar door specialisten die zich al lang en breed bewezen hebben: Hans Bertens voor het Engels en Amerikaans, Ieme van der Poel (Frans), Ton Naaijkens (Duits), Maarten Steenmeijer (Spaans), Cok van der Voort (Italiaans) en Willem G. Weststeijn voor de Slavische talen.

Net als De Tweede Ronde zou Armada het predikaat 'vertalerstijdschrift' kunnen krijgen, vooral ook omdat het anders dan DTR helemaal geen Nederlandse literatuur zal brengen. Dat stemt overeen met het programma van Wereldbibliotheek-uitgever Joos Kat die, financieel geruggesteund door het succes van topauteur Isabel Allende, zijn schrijvers graag uit verre landen haalt. Een 'tijdschrift voor wereldliteratuur', sober en doeltreffend vormgegeven door de vaste en consequente ontwerper van De Wereldbibliotheek Joost van de Woestijne, wat willen we nog meer?

Het eerste nummer maakt alvast de verwachtingen waar. De rubriek 'Onvertaalbaarheid', met korte stukjes van bekende vertalers over rampzalige boeken, is erg leuk, het gemene maar ook gemeende 'De Dolksteek' kan Armada een beetje peperen, 'Ongehoord' heeft geen nijdige bedoelingen maar wil onbekenden voor het voetlicht brengen, 'Ontmoeting' toont een schrijver, ditmaal Emmanuèle Bernheim, achter de coulissen, en 'Duel en discussie' staat er helaas nog niet in.

Het thema van het eerste nummer is Apocalyps, waaraan elf bijdragen zijn gewijd. Leerzaam, jammer genoeg nergens eng, soms zelfs vrolijk, degelijk, wat academisch, en sterk lijkend op wat vroeger de boeiendste afdeling van De Gids was, de rubriek Buitenlandse Literatuur. De apocalyps wordt en detail bestudeerd (Ivo Smits over de Hiroshima-roman Zwarte regen van Ibuse) en in grotere lijnen. Zo leren wij dat de Duitse literatuur, vooral die van de jaren twintig, zeer rijk is aan wereldeinde-romans, dat de Arabische er wars van is, dat het apocalyptische 'ingebakken zit in het Russische denken', en dat de toch erg door het christelijke vrezen beïnvloede Nederlandse roman er zo anders dan de Amerikaanse merkwaardig weinig hang naar heeft.

Armada lijkt me geen blad dat snel van koers verandert, dus kijken we vol vertrouwen uit naar het volgende nummer, over postkoloniale literatuur.