Boven zweef ik,onder leef ik

Heiligen verschijnen bij ons al honderden jaren niet meer in het straatbeeld, althans niet boven de grote rivieren. De overheid legde hun een eeuwigdurend straatverbod op. Hun beeltenissen - voor zover die de beeldenstorm hadden doorstaan - mochten niet meer op hun naamdag tijdens een processie in het openbaar worden rondgedragen.

Aardig detail in dit verband is het feit dat de SGP-burgemeester van Hardinxveld-Giessendam anno 1995 Sint Nicolaas niet wilde ontvangen. Deze 'misleidende figuur' vond hij geen officiële ontvangst waardig. Het eigenlijke argument is natuurlijk dat Sint een bisschop is, een schijnheilige en een satansknecht van Rome. Intussen is de oude godsdienststrijd reeds zover geluwd dat zelfs een SGP'er dat niet meer openlijk durft te zeggen. Veel van zijn gemeentenaren zouden hem anders in z'n gezicht hebben uitgelachen.

Onder de waterige grens van het Land van Maas en Waal - door noorderlingen vroeger 'het donkere zuiden' genoemd - is het voor heiligen tegenwoordig eveneens armoe troef. Sinds het faillissement van het Rijke Roomse Leven zijn de heerscharen devote gelovigen die bereid zijn in een processie achter hen aan te lopen, drastisch uitgedund.

Sint Nicolaas is eigenlijk nog de enige die vooral bij zijn aankomst op een grote stoet aanhangers kan rekenen. Maar hij wordt ook nergens meer - met uitzondering dus van enkele protestants-orthodoxe enclaves - als een heilige beschouwd; hoogstens als een aartsvaderlijke figuur.

Maar stel nu: je woont in een streek waar Sint Nicolaas nog steeds als heilige wordt vereerd. Zijn beeld in de kerk of kapel is niet meer dan een konterfeitsel dat uit zichzelf niet uit wandelen gaat om geschenken rond te delen. En mocht als extra bijzonderheid van zijn lichaam nog een botsplinter in de reliekschrijn worden bewaard, dan kunnen daar weliswaar allerlei wonderbaarlijke eigenschappen aan worden toegeschreven maar niet zoiets als het uitdelen van appels en noten.

De oplossing voor dit probleem is even eenvoudig als ingenieus. Een heilige, dus ook de Sint, woont in de hemel. Het grote verschil met aardse stervelingen is echter dat hij er uit kan afdalen en zij niet. Of de Sint daar zin in heeft, is een tweede. Te oordelen naar de eerste twee kaarten uit Tsjechoslowakije van kort na de Eerste Wereldoorlog is dat nauwelijks het geval. Engeltjes moeten hem er bijna toe pressen de tocht naar het ondermaanse te aanvaarden. De datum waarop het vertrek plaatsvindt staat vast: 5 december en geen dag eerder.

De derde kaart komt uit België en is duidelijk geïnspireerd op de Kerstman. Die vliegt immers op een slee door de lucht. Het grote verschil is echter dat Sint geen rendieren nodig heeft. Zijn voertuig wordt voortbewogen door hemelse krachten. Bovendien heeft hij er, zo te zien, echt zin in. Engeltjes ontbreken, want hij is duidelijk uit vrije wil aan zijn jaarlijkse afdaling begonnen.