Bezwijken onder de schoonheid van Haïti; De onorthodoxe documentaires van Jörgen Leth

Het oeuvre van de Deense documentarist Jörgen Leth wordt gedomineerd door de wielersport en Haïti. In zijn films over Haïti laat hij een overgang vaak begeleiden door akelig geluid of beeldruis. Daardoor ontstaat het beeld van een Europeaan in crisis, die niet bang is om zijn zekerheden los te laten.

Haïti. Untitled is te zien op het IDFA op 7 dec. als openingsfilm (besloten voorstelling), op 8 dec. (22.15u) in Alfa 1 en op 13 dec. (22.30u) in Alfa 2. Heart and Soul wordt vertoond op video op 7 dec. (10.30u) en op 12 dec. (12.00u), beide in de NRC Handelsbladsalon van De Balie. Onder voorbehoud zendt de NPS dezelfde film op 6 dec. uit op Nederland 3.

Jörgen Leth is blij dat voetbal zijn sport niet is. “Veel te onvoorspelbaar,” mompelt de Deense filmmaker, dichter en journalist tijdens de opnamen voor zijn portret van landgenoot Michael Laudrup, vedette van FC Barcelona. Hij is gewend zijn emoties onder controle te houden en de bloedstollende spanning van een topwedstrijd in het Camp Nou-stadion vergt veel van zijn zenuwen. Het resultaat van Leths inspanningen is dan ook een bijna academische poging om de magie van het voetbalspel op hoog niveau te analyseren. Michael Laudrup - En fotboldspiller (Michael Laudrup - A Football Player) (1993) wisselt droog becommentarieerde acties van Laudrup in verschillende wedstrijden af met tactisch voetballatijn van trainer Johan Cruyff en bloedmooie beelden van zonsondergangen in Barcelona.

De film is een curiosum, dat nog wel eens zal opduiken in een retrospectief van Jörgen Leth (1937), die al vanaf 1967 documentaires maakt. Er zijn niet zo veel documentaristen die je herkent aan een persoonlijke stijl, aan de signatuur van een filmauteur: Chris Marker, Johan van der Keuken, Frederick Wiseman, Bert Haanstra, en ook Jörgen Leth. Dit jaar is Leth voor het eerst vertegenwoordigd op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), met als openingsfilm in wereldpremière Haïti. Uden titel (Haiti. Untitled) (1995) en met de documentaire die Tomas Gislason over Leth maakte, getiteld Fra hjertet til haanden (Heart and Soul) (1994).

Twee onderwerpen domineren het oeuvre van Leth, dat zo'n twintig titels beslaat: de wielersport en Haïti. Ze staan voor de uitersten in zijn universum, zoals Gislason duidelijk maakt in zijn mooie, in de trant van Leth gedraaide portret van de filmmaker. Leth groeide op in een huis met uitzicht op een wielerbaan en won op jeugdige leeftijd enkele amateurkoersen. Vijfentwintig jaar volgde hij, veelal als commentator voor de Deense televisie, de Tour de France en schreef daar een boek over. Hij filmde de nationale kampioen Peder Pedersen voor een documentaire over de Denen, volgde Ole Ritter tijdens zijn poging het werelduurrecord te verbeteren, draaide in 1973 de documentaire Stjernerne og vanbaererne (Sterren en waterdragers), over de Giro d'Italia, en maakte in 1976 de klassieke wielerdocumentaire En foraarsdag i helvede (Een zondag in de hel) over de heroïsche koers Parijs-Roubaix, gevolgd door 27 camera's.

Zoals vele intellectuelen spreekt wielrennen Leth aan, omdat het een sport is waar je het hoofd koel bij moet houden; de winnaar is niet per se de grootste atleet of de man in vorm, maar degene die het slimst opereert, onderhandelt, weet te geven en nemen. In Heart and Soul vertelt Leth over zijn depressies, die te maken hebben met de onbevredigde behoefte om zijn zelfcontrole los te laten. Sinds enige tijd woont de filmer op Haïti, waar dat beter lijkt te lukken. Na het maken van de film Haïti Express (1983) heeft Leth een tomeloze liefde opgevat voor het halve eiland en heeft zich min of meer blind gestort in een maalstroom van geweld, erotiek en irrationaliteit. Haïti. Untitled is een hommage aan dat levensgevoel, dat ook de vorm van de film bepaalt.

Brandhaard

Hoewel Haïti de laatste jaren een soort van internationale brandhaard geworden is, negeert Leth in zijn film grotendeels de politieke factor. Associatief monteert hij wel beelden van politici, politiefunctionarissen, Amerikaanse mariniers en slachtoffers van moordpartijen door elkaar, maar de beelden vertellen nauwelijks een verhaal. De rode draad in Leths filmpoëzie is eerder zijn behoefte aan liefde, die vooral gerepresenteerd wordt door jonge, zwarte vrouwen. De bijna koloniale manier waarop hij een van hen mainteneert en, soms naakt, voor zijn camera laat poseren is politiek hoogst incorrect. Maar Leths film en de documentaire over de totstandkoming ervan zijn beide zo zuiver en radicaal dat ik er geen enkel moment een vieze smaak aan overhield.

Beide films bedienen zich veelvuldig van een opmerkelijke montagetruc, namelijk het laten begeleiden van een 'Schnitt' door een akelig geluid, een polaroidfoto, een stukje beeldruis. Die pijnlijke, ongemakkelijke overgangen versterken het beeld van een verscheurd gemoed, van een Europeaan in crisis, die niet bang is om zijn zekerheden los te laten en werkelijk onbevangen om zich heen te kijken.

De stijl van met name Haïti. Untitled laat zich moeilijk anders beschrijven dan in ontoereikende clichés als meeslepend, persoonlijk, schokkend en exhibitionistisch. Ik zag de film over de film eerder, en kan dus moeilijk meer beoordelen wat het effect is als je niet eerst kennis gemaakt hebt met de achtergrond van de filmmaker: een magnetische persoonlijkheid, die onmiddellijk sterke gevoelens pro of contra oproept: een ijdele, hypergevoelige en overwegend onzekere man die ook om therapeutische redenen ons deelgenoot lijkt te willen maken van zijn impressies. Hij bewondert Jean-Luc Godard en Sergio Leone en bescheidenheid is niet z'n sterkste kant. Vanaf het eerste moment dat ik Leth in beeld zag verschijnen biologeerde hij me.

Wat nog meer telt is het resultaat van Leths onorthodoxe aanpak van een documentaire, een woord dat hij, net als bijvoorbeeld Van der Keuken en Marker, niet onvoorwaardelijk als etiket accepteert. In Haïti. Untitled komen veel intrigerende en onvergetelijke momenten voor. Bijzonder is bijvoorbeeld de blik van Leth op de leden van de Amerikaanse vredesmacht, betonnen mannen in camouflagepakken die weinig oog lijken te hebben voor de perverse schoonheid van de Haïtiaanse cultuur. Het lijkt een gemakkelijk contrast, maar de hele film werkt toe naar een lange scène aan het slot, waarin zo'n kortgeknipte en besnorde reus mentaal instort aan de telefoon, in gesprek met zijn thuis naar hem verlangende vrouw. Een vertraging in de lijnverbinding zorgt voor een curieus trage echo, die alle woorden van de militair herhaalt. Deze wonderlijk mooie apotheose kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, maar ik begrijp dat Haïti iets raars doet met zelfs schijnbaar zeer stevig in hun schoenen staande mannetjesputters. Volgens mij is het een projectie van Leths weldadige ontreddering, de inlossing van een verlangen naar chaos, dat hij tot zijn vertrek naar Haïti altijd had weten te beheersen. Misschien wordt voetbal nog eens zijn sport.

    • Hans Beerekamp