Wat de PvdA met de AOW wil is onbillijk en zal banen kosten

Het heeft even geduurd, maar de PvdA laat haar sociale smoel weer zien, aldus afgelopen weekeinde een reactie op de nieuwe plannen van de PvdA met de AOW. De benadering in dat plan spreekt Sweder van Wijnbergen aan, maar de voorgestelde uitwerking acht hij onrechtvaardig en funest voor de werkgelegenheid.

Wat iedereen waarschijnlijk al vermoedde, lijkt er nu toch echt aan te komen: de AOW gaat op de helling. Onder invloed van hardnekkige werkloosheid (die de afdrachten doet afnemen) en toenemende vergrijzing (die de uitkeringen doet oplopen) is de financiering van het huidige systeem niet meer rond te krijgen.

Na VVD-suggesties over verschuiving van de pensioengerechtigde leeftijd (van 65 naar 67) en de kamikaze-actie van het CDA kort voor de vorige verkiezingen, is nu ook de PvdA over de brug gekomen met een reddingsplan voor de AOW, een plan dat een aanzienlijke verlaging van de netto-uitkering (uitkering minus premie) met zich meebrengt voor een kleine veertig procent van de AOW'ers.

Er komt kritiek, maar eerst een compliment. De PvdA heeft als enige partij een serieuze analyse gemaakt en komt als enige met een sluitend plan om de problemen aan te pakken. Het is te hopen dat het electoraat de noodzaak hiervan erkent en niet met een paniekreactie zal komen.

De VVD heeft nooit een volledig kostendekkend plan gepresenteerd, slechts losse opmerkingen van Bolkestein over de pensioengerechtigde leeftijd. Het CDA van Brinkman droeg wel een oplossing aan, maar die was te schandalig voor woorden: via onvolledige inflatiecorrectie werd de last volledig gelegd bij een van de zwakste groepen in de samenleving: mensen die uitsluitend van de AOW moeten rondkomen (mensen met aanvullende pensioenen worden meestal gecompenseerd als de AOW-uitkering verandert). Dit plan was niet alleen ongehoord onrechtvaardig, maar de impliciete contractbreuk van de overheid, (notabene tegenover een van de zwakste groepen in de samenleving) zou ook blijvend schade hebben toegebracht aan de reputatie van de overheid als betrouwbare partner in het economisch verkeer. De kiezers bezorgden het CDA terecht een koude douche.

De PvdA stelt voor het karakter van de AOW gedeeltelijk te verschuiven van een algemene volksverzekering naar een safety net; je krijgt het alleen als je het nodig hebt. Dit wordt niet bereikt door de uitkering inkomensafhankelijk te maken, maar door mensen met een AOW plus meer dan 500 gulden netto aanvullend pensioen per maand, premies te laten betalen. Een dergelijke benadering lijkt me onvermijdelijk en zij is in elk geval veel rechtvaardiger dan de CDA-oplossing van Brinkman. Het is wel te hopen dat in het PvdA-plan de premies geleidelijk zullen worden ingevoerd.

Verder wil de PvdA, en hier komen mijn bezwaren, een gemengd systeem van hoofdelijke omslag en kapitaaldekking. Thans wordt de AOW volledig via het omslagsysteem betaald. Het kapitaalfonds wil de PvdA vanaf 1998 opbouwen via hogere premies. Dit onderdeel acht ik schadelijk voor de economie en uiterst onrechtvaardig. Ik voorzie twee grote problemen.

Ten eerste. In het PvdA-plan wordt alleen AOW-premie geheven over het inkomen dat valt in de eerste belastingschijf. Daardoor komt de last echter onevenredig op de schouders van de lagerbetaalden terecht. Juist die groep heeft het tegenwoordig moeilijk op de arbeidsmarkt. Het aandeel van laaggeschoold werk in het banentotaal is de afgelopen 25 jaar gedaald van ongeveer 35 procent naar circa 10 procent. De werkloosheid onder deze groep is driemaal zo hoog als de gemiddelde werkloosheid. Uitgerekend deze groep door hogere AOW-premies duurder maken, druist op een onaanvaardbare manier in tegen een verantwoord werkgelegenheidsbeleid. Het lijkt me sowieso buitengewoon onverstandig om arbeid duurder te maken in een tijd dat de totale werkloosheid (dus niet alleen de officiële werkloosheid, maar inclusief bijstanders, gedeeltelijk arbeidsongeschikten, banenpoolers en dergelijke) ongeveer 25 procent van de beroepsbevolking bedraagt.

De PvdA zegt dat de AOW-premie wel omhoog kan, omdat de WW- en WAO-premies zullen dalen. Maar daarmee trekt de partij een uiterst onzekere wissel op de toekomst. Wordt hier de huidige hoogconjunctuur niet wat al te optimistisch doorgetrokken?

Mijn tweede bezwaar heeft te maken met het verdelen van de premielast over de generaties. De overgang van een omslag- naar een kapitaaldekkingsstelsel levert problemen op: de generatie die 'overgaat' moet extra veel betalen: eenmaal voor de pensioenen van de huidige bejaarden (omslag), daarenboven voor degenen die tè kort voor hun pensionering zitten om zelf nog een adequate voorziening te kunnen opbouwen, en tenslotte nog eens voor zichzelf (kapitaaldekking). Dat betekent dat de hele last van de omschakeling bij één generatie (de werkenden tussen 1998 en 2015, het einde van de overgangsperiode in het PvdA-plan) wordt gelegd. Dit is evident onrechtvaardig; alle toekomstige generaties profiteren van het solvabel maken van de AOW, dus waarom zou alleen de huidige generatie alle overgangskosten moeten betalen?

Een alternatief is een jaar of tien geleden in Chili gebruikt. Daar werd ook omgeschakeld van een omslagstelsel naar (volledige) kapitaaldekking; alle uitstaande pensioenverplichtingen werden ondergebracht in nieuwe pensioenfondsen. Deze fondsen werden vervolgens gekapitaliseerd voor deze nieuwe verplichtingen met nieuw uitgegeven overheidspapier (zogenoemde recognition bonds, bijvoorbeeld in de vorm van staatsobligaties). Aangezien deze schulden lang doorlopen en opnieuw gefinancierd kunnen worden, kunnen op deze manier de kosten over alle volgende generaties uitgespreid worden, wat veel billijker is. Deze methode maakt het zelfs mogelijk verder te gaan en het hele omslagstelsel af te schaffen en te vervangen door voor een systeem van volledig kapitaaldekking.

Een stelsel op basis van kapitaaldekking is robuuster. Zo is het beter bestand tegen demografische veranderingen, zoals de vergrijzing onder de bevolking, omdat mensen hun eigen pensioen opbouwen. En mensen zullen hun bijdragen eerder zien als een spaarregeling dan als een belastingmaatregel, wat betekent dat er minder pogingen tot ontduiking zullen worden gedaan. Bij een systeem op basis van kapitaaldekking resulteert ontduiking in een lager pensioen. De overheid zal wel een rol moeten blijven spelen, want wat doe je in een dergelijk stelsel bijvoorbeeld met de pensioenopbouw van langdurig werklozen?

Fiscaal zijn er geen complicaties. Aangezien alleen de reële rente van de genoemde 'recognition bonds' gefinancierd hoeft te worden, kan het tarief van de eerste schijf aanzienlijk omlaag (of misschien alle schijven?). Verder worden de opbouwlasten veel rechtvaardiger verdeeld. En de belasting op arbeid (inclusief bijdragen aan het nieuwe kapitaalsfonds) kan omlaag, omdat kapitaalsdekking in Nederlandse omstandigheden tot efficiëntere opbouw leidt dan een omslagsysteem.

Resumerend: het PvdA-plan gaat ervan uit dat mensen met alleen AOW plus een beetje aanvullend pensioen beschermd moeten worden. Daar kan elk fatsoenlijk mens het mee eens zijn. Maar verder schenkt het te weinig aandacht aan een rechtvaardige verdeling van overgangskosten, werkgelegenheidseffecten en efficiëntie van sparen. De 'recognition bond'-benadering biedt een rechtvaardiger en goedkoper alternatief.