Vluchtelingen uit Rwanda worden Zaïre niet uitgezet

NAIROBI, 30 NOV. Zaïre heeft zijn dreigement ingetrokken om de ruim één miljoen Hutu-vluchtelingen op zijn grondgebied op 1 januari massaal uit te wijzen. Rwanda deed de concessie om de 1.800 vredestroepen van de Verenigde Naties niet het land uit te zetten als hun mandaat op 8 december afloopt. Dat zijn de belangrijkste resultaten van de door de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter georganiseerde topconferentie in Egypte over het Gebied van de Grote Meren.

Op de gisteren beëindigde bijeenkomst in Kairo waren de staatshoofden van Rwanda, Burundi, Oeganda en Zaïre aanwezig evenals een hoge delegatie uit Tanzania. Voorzitter Jimmy Carter werd bijgestaan door de Zuidafrikaanse aartsbisschop en winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, Desmond Tutu. Hoewel het hoofdonderwerp van de conferentie de betrekkingen tussen Hutu's en Tutsi's in het Gebied van de Grote Meren was, kwam het hoofdzakelijk tot besluiten over de vluchtelingen. Over de recent opgelaaide burgeroorlog in Burundi werden geen belangrijke beslissingen genomen.

Zaïre en Tanzania verlenen samen gastvrijheid aan ruim twee miljoen Hutu-vluchtelingen uit Rwanda en Burundi. Zaïre dreigde eerder hen eenzijdig het land uit te wijzen, wat vermoedelijk tot nieuwe chaos en politieke instabiliteit zou hebben geleid. De regeringsleiders hebben nu besloten tienduizend vluchtelingen per dag te repatriëren. De VN-troepen in Rwanda zullen hen de eerste acht dagen na hun terugkeer begeleiden.

De Hutu-vluchtelingen vrezen, terecht of onterecht, bij hun terugkeer te worden beschuldigd van deelname aan de genocide tegen Tutsi's, anderhalf jaar geleden in Rwanda. Sinds oktober keerden nog geen twintigduizend van hen vrijwillig terug uit Zaïre. Rwanda heeft niet beloofd de schuldigen te vrijwaren van rechtsvervolging maar zegde wel toe enkele van de zestigduizend onder verdenking staande Hutu's uit de Rwandese gevangenissen vrij te laten. De Rwandese president, Pasteur Bizimungu, verzekerde de vluchtelingen veiligheid bij terugkeer en zei dat een poging zal worden ondernomen hun hun vroegere bezittingen terug te geven. Veel van deze bezittingen, vooral huizen en grond, zijn in bezit genomen door Tutsi's.

Van Zaïrese zijde werd toegezegd geen militaire training in de vluchtelingenkampen toe te staan om zo gewapende expedities naar Rwanda te voorkomen. Volgens bronnen bij de VN is het aantal aanvallen van ex-Rwandese regeringssoldaten en militieleden die opereren vanuit Oost-Zaïre, de laatste maanden verdrievoudigd.

De Zaïrese president, Mobutu, speelt een sleutelrol bij de terugkeer van de vluchtelingen. Hij onderhoudt zowel goede betrekkingen met de leiders van de vluchtelingen als met de voormannen van de Hutu-milities en ex-regeringssoldaten. Mobutu viert deze week dat hij dertig jaar aan de macht is en wil deze gelegenheid aangrijpen om zijn slechte reputatie in het Westen te verbeteren. Door zich toegeeflijk te tonen aan Carter hoopt hij de betrekkingen te verbeteren met Washington, dat onlangs voor het eerst sinds jaren weer een ambassadeur in Zaïre benoemde.

De op de top in Kairo gedane toezeggingen werden al eerder gedaan, maar de betrokken partijen hebben ze tot nog toe nooit uitgevoerd. De hoop is dat ze nu wel in daden worden omgezet omdat ze op hoog politiek niveau werden overeengekomen. Jimmy Carter antwoordde op de vraag of hij garanties had gekregen van de aanwezige staatshoofden: “Ze hebben hun erewoord gegeven.” Begin volgend jaar, zo werd afgesproken, zal Carter een vervolgconferentie organiseren.