Tussen handwerken en doe-het-zelven; De opleving van garen en band

Vroeger gebeurde er tussen Sinterklaas en Kerstmis vrijwel niets. Die rust van december had een functie. Als de oogst binnen was, het varken geslacht, het veld geploegd en de balans opgemaakt, gingen velen wat handwerken bij het knapperend haardvuur. Die periode is voorbij, maar is dat niet jammer? Want wat is er leuker dan zelf kleren te naaien van die ene bijzondere stof? Je gordijnen op te sieren met dat ene malle frutsel? Of een kunstig mozaïek te leggen op een lekgeprikte voetbal?

Int. Ver. Passement Grossiers H.J. van de Kerkhof, Wolvenstraat 9-11 1016 EM Amsterdam . Inl 020-623 46 66, fax 020 - 620 22 23. Ma t/m vrij open 9-18u; za 11-17u.

De heer Pal van het Centraal Bureau voor Statistiek keert onthutst terug aan de telefoon; hij heeft geen recente cijfers meer beschikbaar over de fourniturenbranche. “De fournituren zijn weg. En mijn breiwol is ook vertrokken!”

Dat de omzetten in breiwol onzichtbaar dun zijn geworden, is niet zo opzienbarend. Na 1985 hebben we geen breinaald meer tegen de andere zien tikken, in tegenstelling tot de jaren daarvoor. Toen konden we op de snelweg niet links of rechts kijken of we zagen iemand breien. Zouden fournituren inmiddels ook toe zijn aan een bestaan in de luwte? Het is niet ondenkbaar. We raken immers een beetje uitgekeken op het zelf kleren maken. Liever kopen we een jasje kant en klaar en zetten daar dan fancy knopen op zodat het toch home-made lijkt. En fourniturenzaken halen liever ook geen hobby-artikelen in huis om aan hun omzet te komen. Behalve dat de uitleg over de materialen vaak veel te veel tijd kost, zijn de knutselmanies van tè kortstondige duur. Na drie spyroporballen (van piepschuim) van glitters en kralen te hebben voorzien, houden de meesten het voor gezien.

De fourniturenbranche maakt zich echter niet al te grote zorgen. “Gereedschapwinkels voor de vrouw zullen er altijd zijn,” meent product manager Frits Rijswijk van het bedrijf Ant. Schröder bv, sinds 1842 agenturen en importmaatschappij van fournituren, “alleen al, omdat de markt voor herstel nooit ophoudt te bestaan.” Bovendien, aldus Rijswijk, heeft de vrouw altijd creatieve energie. “Zij wil iets doen.” En in toenemende mate is dat het eigenhandig decoreren van het huis. 'Home-decoration' houdt ons terdege bezig en daarmee is de symbiose tussen het vrouwelijke handwerken en het mannelijke doe-het-zelven bereikt. Terwijl híj de gordijnroede ophangt, stikt zíj een laatste passement aan de kleurige gordijnkap. Met behulp van een eenvoudig klittenbandje wordt de kap op de rails geplakt. Et voilà: de kamer is behalve gehomedecoreerd ook naar eigen inzicht gerestyled. Want, zoals Wilma van den Berg in haar boek Decoratief met gordijnen schrijft: “Ik zou het bijzonder mooi vinden als de persoonlijke stijl van de mens terug te vinden is in het interieur en dan met name in de toepassing van de gordijnen.”En Wilma's wil is wet op decoratieve momenten.

De fourniturenbranche reikt het juiste gereedschap aan.

Scharen hebben een rubberen 'soft'-binnengrip en bladen met een microvertanding, voor houvast op de dunste stoffen. Vlieseline is soepel en superdun; of wat dikker met voorgestikte ruiten ten behoeve van het quilten (een soort patchwork met wederkerende patronen). Er is dubbelzijdig textiel plakband, zodat naald en draad overbodig zijn. Bijvoorbeeld om de nieuwste vondst op te plakken: kant en klaar gordijnband met ingeweven koordjes, waarlangs de stof tot de gewenste plooitjes op te schuiven is.

Momenteel is er keuze uit zeventien verschillende soorten plooienband. “Dit is echt nieuw,” benadrukt Rijswijk. “Het ontlokt nog een spontaan 'oh' en 'ah' bij de consument.” Dus spelen we naar hartelust met bokaalplooien, smockplooien, honingraat-, tango-, boogie-, swingband. Met draperieën, Romeinse, romantische of Oostenrijkse ophaalgordijnen en met kappen in Moors motief, dubbele boogjes of gewoon een ouderwetse rechthoek.

Tot slot naaien we er bijpassende passementen aan, zoals kwasten (vooral véél kwasten), embrasses of kralen. En daarmee is ouderwets weer modern en de passementenwinkel van Van de Kerkhof te Amsterdam weer actueel. “Ouderwets noemen wij klassiek”, wijst Majela van de Kerkhof, kleindochter van oprichter H.J. van de Kerkhof, eerst tactisch terecht, alvorens het indrukwekkende assortiment koorden, kant en band te laten zien. Vooral bijzonder is de vaste voorraad, opgebouwd sinds 1938. “Als ik zoveel geld had, zou ik het ook niet meer in een bandje steken,” zegt mevrouw van de Kerkhof spontaan. Gelukkig hebben ze het wel gedaan en de verleiding van partijen uit lage lonenlanden weerstaan. Ze blijven zichzelf trouw, ook als de hausse in kwastjes en kralen weer over zal zijn. “Mensen zijn zó creatief,” aldus mevrouw van de Kerkhof“,ze zullen bandjes altijd kunnen gebruiken.”