Studiehuis

Het ging zo. De havo, nee dat was niks en er moest wat gebeuren en dat is al heel lang geleden en toen was er de lyceumnota van Hoogbergen gemaakt voor een minister die ik al lang weer vergeten ben, en de nota flopte en nog veel later produceerde Wallage, toen nog staatssecretaris van onderwijs, twee nota's over het voortgezet onderwijs: de profielnota's. Er staan heilloze plannen in, die straks toch uitgevoerd worden, maar ja, een mens moet niet zeuren.

Toen benoemde Wallage twee 'wegbereiders'. Eentje heette mevrouw Visser 't Hooft. Mevrouw (ja, dat moet, dat 'mevrouw') Visser 't Hooft zei: “Weet je wat, we noemen de school een STUDIEHUIS.” En weer een nota later, die weer over de profielen ging (een heilloos plan, maar ja, een mens moet niet zeuren), stond het zwart op wit: de school moet een studiehuis worden.

Wie schetst onze verbazing. Het zoemt, ritselt en rommelt in het veld, een knots van een veld vol scholen vol leraren. Na jaren gekanker, geklaag, gezeur en gezever, nadat iedereen aan iedereen had uitgelegd dat de basisvorming weer een bewijs was voor de incompetentie van een stelletje politici, nu opeens mompelt en droomt het hele veld: 'studiehuis'. Ze zijn enthousiast, ja heus, het veld is enthousiast.

Mevrouw Visser 't Hooft heeft een groot voordeel. Ze komt uit het onderwijs. Voor ze wegbereider werd, heeft ze als rector het Roland Holst College voor de poorten van de hel weggesleept (er was behalve een teruglopend leerlingenaantal ook nog eens echt brand). Ze maakte er een studiehuis van. Dat verklaart niet het enthousiasme van het veld. Dat enthousiasme berust op eigenbelang. Straks in het studiehuis hoeven zij niet zoveel les te geven. Dat komt omdat de leerlingen dan meer zelfstandig studeren. Hoe haal ik de ironie eruit? Kijk, het is ECHT een heel aardig idee, dat studiehuis - natuurlijk wordt het overschat, maar er zit heus wel wat in.

Serieus dus even. Iedere volwassene herinnert zich de grauwe ergernis van het urenlang onderuit gezakt hele dagen luisteren naar praatjes die je niet lustte. In het ouderwetse onderwijs doceert de docent. Bij de frontale les staat hij voor de klas en praat, terwijl de klas luistert. Helaas de klas luistert niet. Je kunt de klas dus beter aan het werk zetten. Dat bedoelt mevrouw Visser 't Hooft met het studiehuis. Ze hebben dan niet zoveel les nodig maar je moet ze wel beter begeleiden, met ze praten. Dat is iets anders dan tegen ze praten.

Een puik idee. Rectoren denken met hun moderne studiehuis beter te kunnen concurreren, en slikken hun angst voor door de gang rondzwervende leerlingen weg. Overal wordt er geëxperimenteerd en over de experimenten gepraat. Hoop voor het onderwijs, the age of Aquarius.

Maar er zijn maren. Hier is er één. Je maakt van een school een studiehuis door twee maatregelen. De eerste: je verandert de organisatie. Minder lessen, meer begeleiding, studieruimtes maken, er was zelfs op zeker moment het onzalige idee om per school een collegezaal in te richten. Hiervoor zorgt de rector met z'n trawanten. Een nieuw rooster is zo gemaakt en met spaanplaat timmer je studieruimtes in de aula of de bieb. De tweede: je gaat anders les geven. Je gaat de kinderen leren dat het heel verstandig en prettig kan zijn om zelfstandig te studeren. Dat is pakkie an voor de docenten. Maar hier zit een probleem. Niemand weet hoe dat moet. Foutje, bedankt.