Schilders pogen werkloosheid in de winter flink te beperken

ROTTERDAM, 30 NOV. Voor de 35.000 schilders in Nederland is 15 oktober elk jaar een beruchte datum. In veel bestekken wordt voor het schilderwerk bijna automatisch de bepaling opgenomen dat na die dag geen buitenschilderwerk meer mag worden uitgevoerd. Het zou dan te koud en/of te nat zijn. Dat zou funest zijn voor de kwaliteit van het werk en ook qua arbeidsomstandigheden kan dan in redelijkheid niet van de schilders kan worden verwacht dat zij nog de ladder op gaan.

De valbijl van 15 oktober is eerder een diep ingesleten gewoonte dan een wettelijke verplichting. Maar het gevolg is wel dat een derde deel van alle schilders wordt ontslagen en in de WW belandt. Vijf maanden later, op 15 maart van het jaar daarop, moeten zij dan maar zien of zij weer ergens werk vinden.

Schilderen is daarmee eigenlijk gelijk te stellen met seizoenarbeid. De nadelen zijn evident. De vaste kosten van het bedrijf lopen door, het personeelsbestand is sterk vlottend en bij het naderen van de uiterste datum van 15 oktober ontstaat een grote werkdruk om bepaalde klussen nog af te krijgen, waardoor de gewenste kwaliteit in gevaar komt. De opleiding van jonge mensen wordt er ook niet gemakkelijker op, als deze in de wintermaanden noodgedwongen wordt onderbroken.

Het imago van het vak lijdt er onder, want de animo om ieder jaar bijna een half jaar thuis te zitten met een WW-uitkering schrikt potentiële toetreders tot de bedrijfstak af. De WW-uitkering bedraagt 70 procent, en vanuit de bedrijfstak komt daar nog 10 procent bij. Uit intern onderzoek bleek dat 20 % van de schilders op zoek is naar ander werk.

Die grote, seizoensgebonden werkloosheid zou de bedrijven nog veel meer gaan kosten dan nu als de WW-premie wordt gedifferentieerd. Een vergelijkbare maatregel geldt al sinds 1994 in de Ziektewet en hetzelfde staat te gebeuren met de premie voor de WAO, de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Als dat ook bij de WW gebeurt, gaat de premie voor bedrijfstakken met een hoge, tijdelijke werkloosheid fors omhoog. Voor het Wachtgeldfonds in het schildersbedrijf is de premie nu 4 procent en voor het Werkloosheidsfonds is dat 4,4 procent. Bij premiedifferentiatie voor de WW zou dat laatste percentage kunnen toenemen tot 9 à 10. Deze problemen nopen de bedrijfstak tot actie.

Bekend is al de winterschilder, die binnenshuis aan de slag gaat. De opdrachtgever toucheert dan een aantrekkelijke subsidie. De particulier krijgt 75 gulden subsidie per man per dag, en voor een zakelijke opdrachtgever is dat 35 gulden per man per dag. De verzamelde schildersbedrijven spenderen per jaar 40 miljoen aan de winterschilder. Per maand kunnen door deze verschuiving van werk naar de wintermaanden 4.000 man extra aan de slag blijven. Andersom zijn werkgevers en werknemers het onder druk van de bonden in mei van dit jaar eens geworden over een langere werkdag in de zomer. Dan mag er, met behoud van het normale loon, per dag een uur langer worden gewerkt. Deze uren kunnen worden opgespaard, waardoor de winterperiode met de WW-uitkering al gauw met vier weken kan worden bekort.

De schildersbedrijven onderzoeken verder mogelijkheden om ook na 15 oktober kwalitatief goed buitenschilderwerk te kunnen blijven leveren. Op het congres 'Werk spreiden, kosten bestrijden' van het Bedrijfschap Schildersbedrijf, gisteren in het Kurhaus in Scheveningen, gaf een industrieel ontwerper van TNO, ir. Tammo ter Hark, aan welke mogelijkheden er zijn.

Je kunt de schilder beter inpakken, maar ook niet te dik, want dan kan hij zich nauwelijks meer verroeren. Arbeidsfysiologen van TNO hebben vastgesteld dat de schilder zijn gereedschap, zoals een verfkrabber of een kwast, niet meer soepel kan hanteren als zijn handen kouder worden dan 15 graden Celsius. Dat doet zich voor bij een buitentemperatuur van 10 graden. Overigens is buitenschilderwerk technisch onhaalbaar als het kwik daalt tot 5 graden Celsius of lager. De kwaliteit van het werk heeft te lijden de kou, de verf droogt bijvoorbeeld veel langzamer. Een lastig probleem is verder de relatieve vochtigheid. Als die boven de 85 % komt, valt er niet meer goed te schilderen.

Er zit dan weinig anders op dan het te schilderen object zo goed mogelijk in te pakken. Nieuwe afschermtechnieken zijn op de markt gekomen, en na een schoorvoetend begin wint deze werkwijze veld. Galerijflats kunnen vrij gemakkelijk worden beschut tegen wind, kou en regen. Het inpakken van rijtjeshuizen is ingewikkelder, maar ook daarvoor bestaan al lichtgewicht-systemen, die snel en gemakkelijk kunnen worden opgezet, afgebroken en verplaatst.

Maar cruciaal is en blijft de opdrachtgever. Bij de planning van het werk komt het nog vaak voor dat binnenschilderwerk middenin de zomer gedaan moet worden, terwijl dat veel beter kan worden uitgesteld. Het Bedrijfschap Schildersbedrijf wil daarom het contact met de opdrachtgevers verbeteren. Het komt nu voor dat schilders zich moeten beperken tot 'vlakschilderen'. Omdat tweeverdieners heel vaak niet thuis zijn, en omdat men geen vreemden over de vloer wil hebben uit vrees voor beschadigingen of diefstal, moeten de schilders de ramen met bewegende delen maar gewoon schilderen terwijl die potdicht zitten. De kopse kanten van het hout kunnen daardoor niet onder handen worden genomen met, op langere termijn, alle gevolgen van dien.