Prachtblad in potentie

Lekker'96, Service Pers bv, ƒ 9,95

Ooit leek Lekker uit te kunnen groeien tot een toonaangevende en betrouwbare vraagbaak voor de restaurantbezoeker. Elk jaar was de nieuwe uitgave van deze gids weer een tikje beter en completer. Ook in Lekker'96 hebben de verantwoording door de redactie en de meeste rapportages over de restaurants weer een redelijke toon. Nog steeds stelt Lekker een attente en goede bediening op prijs, maar geen stijfheid en vormelijkheid. De gids blijft een avontuurlijke keuken waarderen, maar neemt stelling tegen culinaire rariteiten. En als voorheen weet Lekker dat kwaliteit geld kost, maar houdt hij de verhouding tussen prestatie en prijs nauwlettend in de gaten.

Toch is de laatste twee jaar de ontwikkeling tot een echt gezaghebbende gids gestokt. Lekker ondermijnt zijn eigen gezag. Het gastronomisch oordeel op zichzelf geeft geen aanleiding tot enige twijfel, maar de klassering van de honderd beste en vierhonderd aanbevolen restaurants des te meer. Wat moeten we met 'aanbevolen' restaurants waarvan wordt gemeld 'gemakzuchtig', 'loopt ongeveer 15 jaar achter de feiten aan', 'zoveel onverschilligheid maken we zelden mee' of 'je moet geluk hebben'?

Verhelderend is de kennelijke commotie ter redactie als blijkt dat een zaak 'onnodig' door diverse rapporteurs is bezocht. Lekker bezoekt de restaurants te weinig. De meeste worden slechts éénmaal per jaar door een van de 32 rapporteurs beoordeeld. Hoezeer een Top-100 ook tot de verbeelding mag spreken, dat is onvoldoende om een verantwoorde rangorde aan te brengen. Het leidt ook tot merkwaardige beschrijvingen als de ervaring van het enkele bezoek niet in overeenstemming is met de reputatie van een restaurant, zoals 'we geven nog één kans', 'hier moet wat gebeuren' of 'hopelijk is de inzinking tijdelijk'. Wat zou er in zo'n geval meer voor de hand liggen er nog eens een rapporteur op af te sturen om de onzekerheid weg te nemen?

Een treurigstemmend verschijnsel in Lekker'96 is de opkomst van de advertorials, advertenties die in tekst en vormgeving niet zijn te onderscheiden van redactionele pagina's. De helft van de 'artikelen' behoort tot deze categorie. Ook dat komt het aanzien van Lekker niet ten goede. Zeker een uitgave gericht op voorlichting aan consumenten, zou zich niet voor advertorials moeten lenen. Pijnlijk is dat de advertorials informatiever zijn dan menige redactionele bijdrage. Zo mag bijvoorbeeld Hubrecht Duijker, veel- en saaischrijver over wijn, voor het tweede achtereenvolgende jaar zijn visie geven op de wijnkaarten in Nederlandse restaurants en dat biedt weinig nieuws. Lekker mist zo de kans om jaarlijks de balans op te maken van de gastronomische ontwikkeling in Nederland.

De gids is bovendien slorddig gemaakt, de index bevat fouten, de 'intro' ontbeert een heldere betooglijn, de inhoudsopgave kondigt niet opgenomen informatie aan en vaak blijkt eindredactie achterwege te zijn gebleven.

De opgewonden schrijfstijl van een paar jaar geleden is verdwenen. Nu lijkt er een heer op leeftijd aan het woord te zijn, die een fles een 'bouteille' noemt, die zijn tekst te pas en te onpas doorspekt met Franse woorden en die graag epateert met zijn gymnasiale opleiding door het bezigen van Latijnse spreuken.

Nog steeds is Lekker de best bruikbare Nederlandse restaurantgids voor het zoeken van een goed eetadres, maar dat komt vooral door het gebrek aan concurrentie. Om in termen van Lekker te blijven: “Doe iets, dames en heren, want u heeft een potentieel prachtblad.”