Navo-ministers akkoord over samenstelling IFOR

BRUSSEL, 30 NOV. De NAVO-ministers van defensie hebben gisteren afgesproken hoeveel manschappen en materieel zij leveren aan IFOR, de vredesmacht voor Bosnië. In totaal zullen zestigduizend soldaten deelnemen aan de eerste grote grondoperatie van de NAVO sinds haar oprichting in 1949.

Sommige landen, waaronder Nederland, hebben het voorbehoud gemaakt dat het parlement de toezegging nog moet goedkeuren.

Een eerste groepje van tien Amerikaanse kwartiermakers is gisteren in Tuzla aangekomen op de belangrijkste basis van de Amerikaanse IFOR-militairen.

Alle NAVO-landen, met uitzondering van IJsland, dat geen leger heeft, dragen bij aan de vredesmacht. De omvang van hun bijdrage varieert van veertig militairen uit Luxemburg tot 23.000 uit de Verenigde Staten.

De vredesmacht moet maximaal twaalf maanden in Bosnië blijven. Na een eerste fase, waarin de nadruk ligt op de militaire kant, wordt de aandacht verschoven naar vredesopbouw, zoals het ruimen van mijnen en het herstellen van wegen en bruggen. Ieder land draait zelf op voor zijn kosten. De Nederlandse bijdrage zal volgens minister Voorhoeve binnen de jaarlijkse begroting voor vredesoperaties van 300 miljoen gulden vallen. Plaatsvervangend secretaris-generaal Sergio Balanzino durfde gisteren geen voorspellingen te doen over de totale uitgaven.

Nederland wil in totaal 2.060 man leveren, een pantserinfanteriebataljon, een tankeskadron, een Herculesvliegtuig, twee F-27's voor medische evacuaties en twaalf F-16's die nu al deelnemen aan de operatie Deny Flight. De Nederlandse militairen worden ingezet in het zuidwesten van Bosnië, en onderdeel vormen van een door Britten geleide divisie. Volgens Voorhoeve zal het definitieve besluit over de Nederlandse deelname waarschijnlijk vallen in de ministerraad van 8 december, waarop de Tweede Kamer zich op 13 december kan uitspreken.

Naar verwachting geeft de NAVO-raad morgen het groene licht voor het vertrek van de eerste kwartiermakers van de operatie. Het gaat daarbij om enkele duizenden soldaten, onder wie Nederlanders, die binnen enkele dagen kunnen vertrekken. De Amerikaanse generaal George Joulwan, die de leiding heeft over de vredesmacht, wil dat de overige van de in totaal 60.000 man vertrekken binnen dertig dagen na ondertekening van het vredesakkoord in Parijs op 14 december.

Aan de vredesmacht nemen ook niet-NAVO-landen deel, waaronder Rusland. De vredesmacht staat echter onder NAVO-bevel en zal, anders dan de blauwhelmen van de Verenigde Naties, zwaar bewapend zijn. De soldaten hebben toestemming te schieten als zij bedreigd worden. De VN-militairen mochten alleen vuren als er op hen werd geschoten. Voor de politieke leiding van de vredesmacht wordt een adviseur van de secretaris-generaal van de NAVO benoemd, die wordt verbonden aan de staf van de opperbevelhebber en die de contacten tussen Brussel en Bosnië moet onderhouden.

De NAVO-ministers spraken gisteren ook over de wapenbeheersing in Bosnië. Als de wapenvoorraden van de verschillende partijen na een half jaar nog niet in evenwicht zijn, overwegen de Verenigde Staten het arsenaal van de Bosnische regering aan te vullen. De Britse minister van defensie, Michael Portillo, zei te hopen dat het niet zo ver zal komen. “Het laatste wat we willen is een wapenwedloop”, aldus Portillo. Over de wapenbeheersing in Bosnië werd alleen overeenstemming bereikt over het principe. Over de precieze invulling wordt een conferentie gehouden in Bonn, een week nadat het vredesakkoord voor Bosnië in Parijs wordt ondertekend. Op 8 en 9 december wordt in Londen de civiele kant van de vredesoperatie besproken.