Luchtsteun had val Srebrenica niet kunnen voorkomen

DEN HAAG, 30 NOV. Gebrek aan inlichtingen, spraakverwarring, ontoereikend bemande VN-hoofdkwartieren en lange bevelslijnen zijn de oorzaak dat Duchtbat in de beslissende uren in Srebrenica geen luchtsteun heeft gekregen. De militaire staf van de VN heeft de dreiging van de Bosnische Serviërs om de enclave in te nemen onderschat. Overigens had luchtsteun op 11 juli de val van de enclave niet kunnen voorkomen.

Dat schrijft minister Voorhoeve (defensie) in antwoord op 146 vragen uit de Tweede Kamer, die defensiespecialisten van de fracties na het debriefingsrapport hebben ingeleverd. Op 11 juli was de verantwoordelijke officier voor luchtsteun in het Noordoostelijke VN-sectorkwartier in Tuzla niet aanwezig, de speciale fax voor geheime instructies werkte niet en Dutchbat had de doelen voor luchtsteun niet nauwkeurig aangegeven. De aanvraag van 8 uur 's ochtends van luchtsteun werd dus niet uitgevoerd.

Om 10 uur probeerde de commandant van Dutchbat, overste Karremans, het opnieuw, maar goedkeuring kwam pas tweeëneenhalf uur later. Het effect van die luchtsteun was beperkt, omdat twee Amerikaanse piloten hun doel niet konden vinden.

Later die middag werd van luchtsteun, na een telefoontje van minister Voorhoeve naar de speciale afgevaardigde Akashi, afgezien omdat het leven van Nederlandse gijzelaars op het spel stond. Ook het hoofdkwartier van de VN in Sarajevo had die acties om 17.15 uur afgelast.

“De regering heeft geen enkele reden aan te nemen dat VN-commandanten Dutchbat bewust luchtsteun hebben onthouden omdat zij van de enclaves afwilden”, aldus Voorhoeve. Hij schrijft in zijn brief aan de Kamer dat Nederland tijdens en na de val van Srebrenica wel opvattingen heeft kenbaar gemaakt aan VN-commandanten, maar geen inbreuk heeft gemaakt op de VN-bevelsstructuur. Naar aanleiding van de nieuwste brief van Voorhoeve bepaalt de Kamer of er nog hoorzittingen over de val van Srebrenica worden gehouden.

Vragen over de weigering van geneeskundige hulp aan gewonde burgerslachtoffers beantwoordt minister Voorhoeve volgende week, omdat medewerkers van 'Artsen zonder Grenzen' in het buitenland nog moeten worden gehoord. Wel schrijft hij dat Dutchbat van het VN-hoofdkwartier in Sarajevo opdracht had op 11 juli om medische steun te verlenen en de veiligheid van vluchtelingen te waarborgen. Defensie heeft geen negatieve reacties ontvangen over het optreden van Dutchbat van medewerkers van internationale organisaties ter plekke, aldus de brief.

Pagina 3: 'Uitspraken betreurd'

De regering betreurt het dat uitspraken van luitenant-generaal Couzy, bevelhebber van de landmacht, dat Dutchbat geen genocide had geconstateerd “aanleiding hebben gegeven tot vermoedens dat geprobeerd werd de ernst en omvang van oorlogsmisdaden bij Srebrenbica te verhullen”. Dat er lijsten van gewonden zijn gemaakt noemt Defensie een normale gang van zaken. Onduidelijk blijft wie de lijst van 59 gewonden heeft overgedragen aan de Bosnische Serviërs.

Over het weigeren van toelating aan vijf militairen van het Bosnische regeringsleger bij de poort van het kampement in Potocari na het vertrek van de vluchtelingen en de deportatie van de moslim-mannen schrijft Voorhoeve dat zij de achtergebleven gewonde moslims in gevaar hadden kunnen brengen en zelf gevaar liepen als zij zich, bij het vertrek van Dutchbat, schuil zouden houden in het Nederlandse kamp. De commandant besloot geen toegang te verlenen. Korte tijd later werden enkele schoten gehoord. “De Nederlandse VN-militairen hebben uit dit kleine aantal schoten afgeleid dat het waarschijnlijk niet is gegaan om een schermutseling met Bosnische Serviërs of om executies. (...) Niet uit te sluiten is dat de moslim-strijders uit woede of frustratie hebben gevuurd”, aldus de brief. Op een vraag waarom de familie van de tolk Hassan Nuhanovic is weggestuurd antwoordt Defensie dat de vader van Nuhanovic evenals zijn zoon over een vrijgeleide beschikte, maar dat de vader van de tolk er de voorkeur aangaf om met zijn vrouw mee te reizen met de vluchtelingen, omdat zij geen vrijgeleide van de Bosnische Serviërs kreeg. Een verzoek van de tolk om zijn broer te voorzien van een pasje werd niet ingewilligd omdat “dat de veiligheid van de andere personen in gevaar kon brengen”.