Julie Andrews stapt zo vanuit de alpenweide Broadway op

Victor/Victoria door Blake Edwards. Met oa Julie Andrews, Tony Roberts, Michael Nouri. Muziek van Henry Mancini. Choreografie door Rob Marshall. Marquis Theater, Broadway & 45th Street.

NEW YORK, 30 NOV. Opeens staat ze er, Julie Andrews. De uitverkochte zaal bij de musical Victor/Victoria geeft haar een applausje. Andrews is de ster van de voorstelling en voor haar is iedereen gekomen.

Na een enthousiast ontvangen première eind oktober is de musical in het Newyorkse Marquis Theater uitverkocht tot in 1996. Broadway heeft weer een echte hit maar daar was wel een oudgediende voor nodig. Eenenveertig jaar geleden stond Andrews er voor het eerst in The Boy Friend en ze is dertig jaar weggeweest. Ze is inmiddels zestig maar Andrews lijkt zo van de alpenweide van de Sound of Music op het podium van de Marquis te zijn gestapt.

Haar stem heeft ook niet onder de jaren van afwezigheid geleden. Ze zingt “met een zoete zuiverheid, niet meer vernomen op Broadway sinds zij er voor het laatst stond met Camelot”, aldus de New York Times na de première. En Andrews zingt prachtig als ze de kans krijgt. The New Yorker vindt echter dat “bijna geen enkel liedje Andrews de gelegenheid geeft om voluit te gaan. Het is een verspilling van haar talent en van onze tijd”, merkt criticus John Lahir bits op.

De produktie Victor/Victoria heeft 8,5 miljoen dollar gekost en heeft bij wijze van proef eerst uitgebreid getoerd langs onder meer Chicago en Minneapolis. Een van de producenten is Endemol (Joop van den Ende en Robin de Levita) die er voor 40 procent in zit. Eerder dit jaar zei Van den Ende in deze krant dat alleen op Broadway zijn theaterwensen in vervulling gaan. “Daar wil ik bij horen, in dat circuit wil ik meedraaien”, aldus Van den Ende, die in New York voor 1996 een theaterversie van de tv-serie Fame op het programma heeft staan.

Het verhaal van Victor/Victoria is al oud. Het stamt uit het Duitsland van de jaren dertig toen het nog Viktor und Viktoria heette. Daarna werd er een Engelstalige film van gemaakt, First a Girl (1935), en in 1982 maakte Blake Edwards de film Victor/Victoria met in de hoofdrol Julie Andrews. Een verpauperd Engels zangeresje in Parijs staat op het punt aan honger en geldgebrek ten onder te gaan. Bij toeval komt ze een oude rot in het vak tegen die haar voorstelt het te proberen als man die zich specialiseert in vrouwenrollen. Zo gezegd, zo gedaan. Victoria noemt zich Victor en blijkt een daverend succes. Een gangster uit Chicago, King Marchan, wordt verliefd op Victor/Victoria, maar weet niet of hij met een man of met een vrouw te maken heeft. Het kan hem eigenlijk niet meer schelen, hij is al te verliefd.

Veel dialogen en grappen in de musical zijn letterlijk overgenomen uit de film. Andere elementen in de musical doen weer denken aan My Fair Lady, een andere sterrol van Andrews. Blake Edwards, vooral bekend van de Pink-Pantherfilms met Peter Sellers, heeft zelfs een oud kromlopend vrouwtje met een dienblad uit zijn film '10' geleend. Ondanks het kassucces van Victor/Victoria hebben de Newyorkse critici meer aan te merken. “De musical mist praktisch niets - alleen muziek en lyriek”, zegt Clive Barnes van de New York Post. Een ding staat echter vast: Andrews is en blijft een absolute ster die niet door de kritiek wordt geraakt. Dat de muziek niet goed genoeg is voor haar wordt de componist wijlen Henry Mancini kwalijk genomen. Dat Andrews niet nog meer schittert dan ze al doet wordt Blake Edwards (73), regisseur van Victor/Victoria en echtgenoot van Andrews, verweten en dat het verhaaltje wat simpel aandoet, is ook Andrews' schuld niet. Al met al sommen de recensenten bij elkaar zoveel op wat niet deugt dat het bijna de vraag wordt hoe Andrews zo kan schitteren.

De critici hebben namelijk gelijk als ze zeggen dat Victor/Victoria voor de pauze niet boven de middelmaat uitkomt, dat veel van de liedjes eerder worden gesproken dan gezongen en dat Blake Edwards, gepokt en gemazeld in de film, niet goed raad weet met een enscenering op een toneel. Daarbij komt dat, zeker voor de pauze, het tempo ontbreekt en de toeschouwer denkt met een matig soort klucht te maken te hebben. Pas na de onderbreking komt de vaart erin en krijgen de personages karakter.

Andrews is boven dat alles verheven. Zij straalt zo'n vitaliteit uit, “heeft benen tot hier”, zoals de Times zegt, “en zingt en danst met zo'n gemak dat je zou denken dat het hele leven een feest is.” Zoals Victor in de musical het Parijse publiek verovert, zo doet Andrews hetzelfde met New York. Niettemin lopen haar medespelers, zoals Tony Roberts die haar manager speelt, soms met het verhaal weg en vergeten we af en toe even dat Andrews de hoofdrol speelt. Uitstekende vertolkingen zijn er ook van Rachel York als de snollige vriendin van de gangster en Gregory Jbara als zijn lijfwacht.