In Egypte stemmen zelfs de overledenen voor de regering

KAIRO, 30 NOV. “Alles is relatief, zeker in een zo aardig land als Egypte”, zei een Westerse diplomaat in Kairo, nadat president Mubarak en zijn ministers zich uiterst tevreden hadden getoond over het verloop van de gisteren gehouden parlementsverkiezingen. Volgens hen hadden de Egyptische kiezers in groten getale gestemd. “Ik heb altijd de mensen opgeroepen om te stemmen”, aldus de president. “Maar in eerdere verkiezingen kwamen sommigen niet opdagen.”

Buitenlandse journalisten en waarnemers constateerden daarentegen, zowel in als buiten Kairo, vreemde onregelmatigheden en een buitengewoon lage opkomst. In een bus met journalisten die langs diverse stembureaus werd geleid, troostte de begeleider van het ministerie van informatie zichzelf en zijn gasten na een bezoek aan twee vrijwel lege kieslokalen: “Er zijn nu nog niet zo veel mensen, maar die komen later.”

Een vrolijke Egyptische advocaat concludeerde aan de hand van die tegenstrijdige waarnemingen: “Jullie buitenlanders moeten allemaal op de verkeerde tijd naar de verkeerde plaats zijn gegaan.” Een van zijn collega's herinnerde aan de parlementsverkiezingen van 1990. Toen bedroeg de opkomst volgens de regering 44 procent en volgens onafhankelijke bronnen tussen de vijf en tien procent.

De oppositie is helemaal niet tevreden. Zij spreekt over grootscheepse fraude en intimidatie. Haar belangrijkste klacht is dat een aantal stembussen reeds was gevuld voordat de stemming van start was gegaan. Dat is een traditioneel gegeven in Egypte waar de overledenen “uit respect voor de president” aan de verkiezingen deelnemen.

Volgens de kandidaten van de Moslim Broederschap werden hun waarnemers uit de stemlokalen geweerd. Eén van de partijen beschuldigde een regeringskandidaat ervan dat hij 400 worstelaars en bodybuilders naar een stembureau had gebracht om de kiezers te intimideren. Het orgaan van de liberale Wafd-partij berichtte over foto's te beschikken, waarop men kan zien hoe politieagenten kiesbiljetten in de stembussen duwen. “Wij komen uit met de kop 'Het boevendom wint'.”

In Senhera, het ten noorden van Kairo gelegen geboortedorp van premier Atif Sedki, konden volgens een verslaggever van het persbureau Reuter mensen zonder enige identiteitspapier stemmen zodat daar ook 16-jarigen aan de verkiezingen deelnamen. In het nabijgelegen stadje Toukh zagen Nederlandse waarnemers dat, nog voordat de kiezers zich gemeld hadden, sommige presentielijsten al afgetekend waren door het team van het stembureau, waaronder ook vertegenwoordigers van de oppositie.

Kenmerken van een autoritaire staat, die niettemin de individuele burgers een vrijheid toestaat welke men elders in de Arabische wereld nauwelijks tegenkomt. Zo berichtte de regeringsgetrouwe krant Le Progrès Egyptien op de voorpagina dat de verkiezingen “eerlijk en zonder druk van buitenaf” hadden plaatsgehad. Maar binnenin meldde de krant dat in de volkswijk Imbaba 's ochtends vroeg al een bus was gekomen die een groot aantal mensen bij de stembureaus had meegenomen. “Die worden pas na vijf uur 's middags (de sluitingstijd van de stembureaus) vrijgelaten”, zei een verontruste medewerkster van de NDP. Een ander suste haar zorgen: “Dat zijn toch vooral aanhangers van de Moslim Broeders!”

Imbaba was nog maar een paar jaar geleden een bolwerk van de radicale Gama'a Islamiya en werd met grote moeite door de overheid 'terugveroverd'. Gistermiddag stond in Imbaba een groepje mensen voor het hek van een school - vooral jongetjes. Zij probeerden iedereen propagandamateriaal namens de kandidaten in de hand te drukken. Er was een lacherige sfeer. Een geüniformeerde man bewaakte de toegang tot een enorm, vrijwel uitgestorven schoolplein. Twee kiezers bewogen zich naar de stemlokalen.

Bij een tweede, iets drukker, bezochte school stonden mensen met plastic badges reclame te maken voor een onafhankelijke kandidaat. Maar ze konden niet uitleggen hoe zijn programma er uit zag. “Dat weet je nooit”, zei één. “Dat merk je pas als hij in het parlement zit.”

In de wijk Dokki stond voor een stembureau een grote groep totaal in sluiers verhulde dames, van wie sommigen alleen de oogspleet ruim baan hadden gegeven. “Onze kandidaat wint hier zeker - tenminste als er niet geknoeid wordt en dat is hier natuurlijk geen onmogelijkheid”, zei een in het groen gestoken dame vastberaden. De kandidaat was Mamum Hodeibi (de woordvoerder van de Moslim Broeders).

Wat verwachten zij eigenlijk van hem als hij zou winnen? “De invoering van de shari'a (de islamitische wetgeving).” Maar Egypte is toch al een islamitisch land? “Nee, absoluut niet. Wij leven onder Engelse en Franse wetten, terwijl wij onder Gods wetten moeten leven.” Zoals? “De vrouwen verplicht gesluierd en bij overtredingen handen afhakken.” De andere vrouwen, voornamelijk studentes economie, glimlachen blij. “Dan wordt het voor ons vrouwen ook veel beter. Dan leert men ons lezen en schrijven.”

De woordvoerster zelf is afgestudeerd. Zij vertelt dat zij vroeger gewerkt heeft maar nu verkiest zij bij haar kinderen te zijn. Zij hebben veel hulp nodig bij hun huiswerk omdat zij op een internationale school zitten waar de nadruk op Engels en Frans ligt. Maar wil zij dan niet juist van die Westerse cultuur af? “Nee hoor, dat is een groot misverstand. Wij zijn helemaal niet tegen de Westerse cultuur, zolang die maar in overeenstemming is met de islam.”

Ze is erg boos over de spandoeken tegen de Moslim Broeders die aan sommige moskeeën zijn opgehangen. “Heeft de president niet zelf in 1993 gezegd dat wij politieke strijd boven geweld verkiezen? Dat stond in Al Ahram. Kijk maar.” Ze laat een pamflet zien van de Broeders met het door de overheid toegewezen embleem: het zwaard, zodat de kiezers doordrongen worden van de ware bedoelingen van deze beweging.

Opeens wordt een kandidaat door een politieman bij zijn kraag gegrepen. Hij verzet zich. Opgewonden krijsen de vrouwen om de mannen heen. Een omstander legt uit: “Deze kandidaat heeft de registratiepapieren verscheurd van twee vrouwelijke kiezers, die daarover ontevreden zijn.”

De kellner op het terras van een luxe hotel: “Ja, op wie zou ik moeten stemmen? En waarom eigenlijk? Ik wil een islamitische staat. Want daar zal het eerlijk toegaan en komt er een eind aan de corruptie. Maar niemand kan die islamitische staat stichten. Zelfs Hodeibi niet, of een van zijn broeders. Zodra zij gekozen zijn, slapen ze in. Dat is altijd zo bij ons in Egypte. Alle kandidaten zijn profiteurs. Bij het volk en bij de overheid bestaat er niet zoiets als verantwoordelijkheidsgevoel. Waarom denk u dat hier zoveel gebouwen instorten? Geen verantwoordelijkheidsgevoel! Ze hebben geen hart! Hoor je die muziek daar (luid schetterend boven ons hoofd)? Zij vieren feest en geven geld uit in plaats van het te verdelen. Ze hebben geen hart.”

Zijn chef wenkt hem dat hij moet bedienen en hij verdwijnt. Tien minuten later komt hij opnieuw langs. “Ik ben echt verdrietig. Maar wat kunnen we eraan doen?”