Hulp voor beginnende meesters en juffen

Een twintigtal kersverse leerkrachten, afkomstig van ongeveer evenveel basisscholen, zit op de vrije woensdagmiddag bij elkaar in de Heemskerkschool in de Rotterdamse wijk Feijenoord. Vorig jaar haalden ze hun diploma op de pabo, de dag erna konden ze aan de slag als invaller. Sinds de zomer werken ze, op een enkele uitzondering na, allemaal op een vaste school in een vaste klas.

Ze hebben zojuist hun hart gelucht over de eerste oudergesprekken, over het maken van rapporten en de kijkavonden waar vaders en moeders in de klas komen om te zien in wat voor een omgeving hun oogappel zijn dagen doorbrengt. Thema's van vandaag zijn kinderen met gedragsproblemen en het houden van orde. Dat komt goed uit want de meesten hebben inmiddels hun eerste aanvaringen achter de rug met de stoorzenders in hun groep. Deze eisen niet alleen alle aandacht op, maar ze kunnen ook de orde in de klas flink ondermijnen. 'Ik zou vaker leuke dingen met de kinderen willen doen', brengt een van de leerkrachten naar voren, 'maar sommige kinderen kunnen dan zo gaan klieren dat ik er niet eens aan durf te beginnen. Ik ga dan maar gewoon volgens het boekje te werk.'

Het is de vierde bijeenkomst in het kader van 'het begeleidingsproject beginnende leerkrachten basisonderwijs'. De ondersteuning van de startende meesters en juffen is een gezamenlijke onderneming van de pabo die deel uitmaakt van de Ichtus Hogeschool en van de Stichting Protestants-Christelijk Basisonderwijs Rotterdam-Zuid (PCBO), die het bestuur vormt van zo'n twintig basisscholen in Rotterdam-Zuid. Het is de eerste keer dat een lerarenopleiding en een schoolbestuur de handen ineen slaan om onderwijzers te ondersteunen tijdens het eerste jaar dat ze voor de klas staan.

Alle beginnende leerkrachten die door de PCBO worden aangesteld volgen verplicht een programma dat in samenspraak met Arie de Bruin, docent didactiek op de Ichtus-Pabo, op basis van een inventarisatie van knelpunten is samengesteld. Inmiddels heeft De Bruin alle jonge leerkrachten op hun school bezocht. Tevens biedt hij individuele 'ruggesteun' als ze tegen problemen aanlopen. Met de directeuren van de basisscholen voert hij gesprekken over de begeleiding van de jonge leraren. 'Het gevaar bestaat dat zij denken dat ze nu niets meer hoeven te doen', zegt De Bruin, 'maar het tegendeel is waar, we benadrukken juist dat beginnende leerkrachten ook binnen de school opgevangen en begeleid moeten worden.'

Van oktober tot eind januari komen de beginnende leerkrachten elke veertien dagen bij elkaar om onder leiding van De Bruin ervaringen uit te wisselen en een thema te behandelen waar ze in de dagelijkse praktijk mee te maken krijgen. Vanaf februari volgen de leraren nascholingscursussen over 'De veelkleurige school' en over taalachterstand bij allochtone kinderen. Onderwerpen waar de meesten dagelijks mee te maken krijgen, want veel scholen van de PCBO kennen een hoog percentage leerlingen van buitenlandse komaf.

Aanleiding voor dit gezamenlijk initiatief van de pabo en het protestants-christelijke schoolbestuur was de klacht ruim twee jaar geleden van de Inspectie, dat starters in het onderwijs vaak aan hun lot worden overgelaten. Velen zouden daardoor het onderwijs voortijdig vaarwel zeggen. 'Ik verwijt mezelf dat we niet eerder zijn begonnen met een programma als dit', erkent Eelse Bies van de PCBO, 'het ligt eigenlijk zo voor de hand dat je beginners de eerste tijd moet ondersteunen bij hun complexe taak'. Bies ontkent niet dat deze extra begeleiding ook wordt ingegeven door het gebrek aan leerkrachten in de regio Rotterdam. De PCBO werft zelfs stagiairs in het noorden en oosten van het land, kost en inwoning gegarandeerd, in de hoop dat deze in de grote stad blijven hangen. Iedereen die binnen is moet behouden blijven voor het onderwijs. Ook op de scholen die in de moeilijkste buurten staan, benadrukt Bies: 'Deze leerkrachten hebben onze morele steun nodig'.

Betekent dit nu dat de aankomende leraren op de pabo onvoldoende voorbereid zijn op hun taak? Kalle van der Heiden (21), Jantien Walraad (22), Denise van Schelven (22) en Petra van der Meer (23) vinden van niet. 'Er zijn gewoon dingen die de pabo niet kan doen', vindt Petra. 'Over kinderen met gedragsproblemen hebben we wel les gehad, maar pas in de praktijk ontdek je op wie die kennis van toepassing is.' Hetzelfde geldt voor de oudergesprekken, vindt Denise. 'Dat kun je op op de pabo wel oefenen, maar niet echt leren en tijdens je stage zit je er altijd naast. Ik vind het een compleet nieuw gevoel als ouders jou als een autoriteit beschouwen omdat je de leerkracht van hun kind bent.'

Ook Kalle heeft dat de afgelopen maanden een rare gewaarwording gevonden: 'Je vraagt je af, heb ik al die kennis wel die ze me toedichten?' Hij is zeer tevreden over het begeleidingsprogramma dat hem een 'frisse kijk' op zijn eigen functioneren biedt. 'Ik ben blij dat ik met anderen over mijn ervaringen kan praten. Hier blijkt dat ik niet de enige ben die tegen bepaalde problemen aanloopt. Op deze bijeenkomsten valt voor mij nog een hoop leren.'

Voor Jantien - ze staat voor een klas met twintig kleuters - ligt dat genuanceerder. Elke week heeft ze een gesprek met de leiding van haar school. 'Heel gestructureerd worden allerlei onderwerpen met me doorgenomen. Hoe de feesten worden gevierd, wat er in het schoolwerkplan staat, hoe het schoolfonds werkt. En met de leerkracht van de parallelklas bereid ik mijn lessen voor.' Kalle is daarentegen als leerkracht van groep drie meteen in het diepe gegooid. 'Het schoolgebouw was nieuw, er waren allemaal nieuwe leerkrachten en de directeur was ziek. Ik moet m'n begeleiding op school zelf organiseren.'

De eerste weken waren ze 'kapot' aan het eind van de dag, zo vertellen de vier beginnende leerkrachten. 'Vaak moest ik als ik thuiskwam eerst gaan slapen', vertelt Denise, 'het was alsof ik een dag zware, lichamelijke arbeid had verricht.' Veel startende leraren liggen tijdens de herstvakantie ziek in bed, weet begeleider Arie de Bruin. 'De praktijkschok komt hard aan.'