Het 'n'-woord

Nederland heeft een nieuw 'n'-woord. Pannenkoek. De grote van Dale schrijft samenstellingen voortaan met een 'n', althans wanneer het eerste lid een zelfstandig naamwoord is. Koeken in een pan maken dus, zelfstandig, een pannenkoek. Die regel wordt echter niet consequent toegepast: overleg in een democratie is geen 'ruggenspraak' - alsof politici hun achterban niet in de ogen durven kijken - maar blijft gewoon 'ruggespraak'. Samenstellingen met een lichaamsdeel krijgen namelijk geen 'n'. Behalve in 'ogenblik', dan weer wel natuurlijk.

Moeilijk. En de politieke implicaties van deze zoveelste spellingshervorming zijn lastig te overzien. Wat bedoelde bijvoorbeeld D66-fractieleider Wolffensperger, van wie onlangs de uitspraak werd geciteerd dat hij een 'klotebaan' heeft? Een 'klotebaan', zonder 'n', zou verwijzen naar een politicus in soortgelijk weer, moe van alle rugge(n)spraak of al het pannenkoeken eten, of koekenhappen, op campagne. Maar als hij nu eens de 'n'-regel consequenter wilde toepassen dan de nieuwe spelling - en dus zijn baan mèt een 'n' wilde kwalificeren? Dan heeft hij juist een baan met ballen. Een stoere klus.

Met andere woorden: klaagde Wolffensperger eigenlijk wel over zijn baan of was hij juist aan het opscheppen? Hoe eenvoudiger de spelling, hoe ingewikkelder de wereld.