Haitink, Vonk over Bruckner

Concert: Achtste symfonie van Bruckner, resp. door het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk en het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink. Gehoord: 24/11 De Doelen Rotterdam, 29/11 Concertgebouw Amsterdam (herhalingen: 30/11, 1 en 3/12).

De Achtste symfonie van Anton Bruckner staat dezer dagen volop in de belangstelling. Vorige week leidde Hans Vonk twee maal het Rotterdams Philharmonisch Orkest door dit monumentale kunstwerk, dat ooit werd getypeerd als de 'kroon op de muziek der negentiende eeuw'. Deze week vormt dezelfde symfonie aanleiding voor een intens weerzien tussen het Koninklijk Concertgebouworkest en zijn voormalige dirigent Bernard Haitink. Dezelfde symfonie vertolkt door twee verschillende orkesten, geleid door twee dirigenten met een zo verschillende geaardheid, daar ligt een wereld tussen. Waar deze Bruckner-symfonie bij de één zogezegd een mis zonder woorden is, is zij bij de ander een onheilspellend berglandschap. Bij Vonk is de Achtste een imposant en massief toongewrocht, waarin een duidelijke hiërarchie is aangebracht tussen tegelijkertijd klinkende motieven. Haitink benadrukt veeleer deze gelijktijdigheid, en presenteert doorzichtig de veelkleurigheid van deze gelaagdheid. Haitink bewijst opnieuw een grootmeester te zijn van de grote vorm, waaraan alle componenten uiteindelijk ondergeschikt zijn, terwijl Vonk zijn bouwwerk vanuit de details lijkt op te trekken door de aanwijzingen in de partituur meer naar de letter op te vatten dan zijn confrater doet.

De gebruikte partituur - Vonk dirigeert evenals Haitink de herziene versie van de symfonie uit 1890, en niet de verguisde oerversie van 1887 - illustreert deze verschillen in benadering. Haitink prefereert sinds jaar en dag de editie van Haas uit de jaren dertig, die een soort distillaat is van verschillende handschriften van de componist, terwijl Vonk juist kiest voor de meer wetenschappelijke Nowak-editie, veertig jaar geleden gebaseerd op één belangrijke autograaf. In tegenstelling tot de Haas-editie eerbiedigt Nowaks uitgave de coupures die Bruckner maakte voor de gereviseerde symfonie. Bruckners Achtste duurt bij Haitink zo'n twaalf minuten langer dan bij Vonk, hetgeen deels is terug te voeren op het extra aantal maten in de Haas-partituur, maar vooral heeft te maken met de keuze voor iets langzamere tempi door Haitink. Bij Vonk ontvouwde zich het Scherzo als een ontkiemende bloem, al kreeg hij eerst bij de herhaling het patroon van repeterende zestienden in de strijkers goed onder elkaar. Haitink kon hier onmiddellijk een van zijn troefkaarten spelen: de sonore volheid van de strijkers van het Concertgebouworkest. Het snel genomen Trio bij Vonk, werd bij Haitink een pathetisch zwelgen, maar ontsierd door valse tutti-akkoorden.