Fatale liefde tussen chips en drank

Voorstelling: Phèdre van Jean Racine door Toneelgroep Amsterdam. Vertaling: Laurens Spoor; decor: Paul Gallis; regie: Jan Ritsema; spel: Joop Admiraal. Gezien 29/11 Theater Bellevue, Amsterdam. Te zien t/m 17/12 aldaar; Toneelschuur, Haarlem 19 t/m 23/12.

Zal een actrice die de titelheldin van Phèdre (1677) gaat vertolken, een rol met allure uit het klassieke repertoire, zich hullen in een smoezelige jas, vuilgeel-groene jurk en sjaal van dezelfde verwassen kleur? Ik vind dat ondenkbaar. Bij de voorbereidingen op een toneelrol hoort ook de persoonlijke inzet. Zal diezelfde actrice zich op een hotelkamer een stuk in de kraag zuipen, en haar tekst steeds ongearticuleerder tegen de televisie uitspreken? Ook al onwaarschijnlijk.

Als een man deze rol gaat vervullen, dan gebeuren deze zaken. Joop Admiraal speelt bij Toneelgroep Amsterdam een overdadig oude en door het leven getekende, in de goot geraakte actrice die zich op een eenzame hotelkamer voorbereidt op Phèdre. Hoe ze daar terechtkomt - vermoedelijk is ze op tournee - blijft in het ongewisse. Waarom ze op voorhand al zó malicieus lelijk en dramatisch op leeftijd moet zijn - en te oud voor Phèdre -, is evenmin duidelijk. Bovendien ontnemen regisseur en acteur aan de voorstelling hiermee een wezenlijke kracht: er is geen ontwikkeling. De opzichtige verloedering aan het begin is dezelfde als die aan het eind; daartussenin liggen de drank en een zakje chips. Vreemd genoeg gaven de toeschouwers slechts enige blijk van aandacht tijdens het nuttigen daarvan. De schrijnende teksten van Racine gleden accentloos voorbij, net als de wezenloze beelden op de televisie.

Paul Gallis imiteert op de vloer van Theater Bellevue volmaakt een treurige hotelkamer. Koelkast, een tweepersoonsbed waarin elke liefde gedoemd is te smoren, schemerlampjes, de bijbel in het nachtkastje. Joop Admiraal studeert Phèdres teksten in, luisterend naar de walkman of zappend. Hij acteert dat de fatale liefde van Phèdre voor haar stiefzoon Hippolytus iets met het leven van de vrouw heeft uit te staan; smachtend laat hij de koude voet van het glas over zijn lichaam glijden. Ook zij lijdt kennelijk aan een onbeantwoorde, onmogelijke liefde. Maar het blijft gissen. Van de kwellende macht van Phèdres verlangen naar Hippolytus kom ik niets te weten. In Racines tragedie beoefent Phèdre jarenlang een strenge ascese om niet toe te geven; als ze hoort dat Hippolytus om een ander geeft, vergiftigt ze zich. Hier, bij Toneelgroep Amsterdam, zuipt ze zich lam, gaat plassen zonder daarna van wc-papier een kussentje te maken (heel onvrouwelijk) en gaat naar bed zonder haar beha uit te doen (ook heel onvrouwelijk). Van Phèdre maakt Joop Admiraal een meelijwekkend typetje, een zielige tante-in- soepjurk die desalniettemin koket met haar schoen scheef staat. En vrouwen die roken, tikken de as niet zo boertig af.

Ooit, in 1982, speelde Admiraal U bent mijn moeder, een indrukwekkende, persoonlijke solo over zijn bejaarde, licht-demente moeder. Daarin verenigde hij de drang naar identificatie met haar om haar gedachten te leren begrijpen en tegelijk de angst voor die nabijheid: hij kón zijn moeder immers nooit worden. Bovendien wisselde de acteur voortdurend van perspectief: dan weer was hij de zoon, dan weer de moeder. In Phèdre treedt een naargeestige vorm van larmoyantie op die gelukkig ontbrak in U bent mijn moeder. Ik beschouw het als onkies om Phèdre in die mateloosheid van het lelijke, het versletene van haar leven uit te beelden. Het riep bij mij opstandigheid op, alsof de hele verkleedpartij niet door respect voor de rol maar door iets neerbuigends, vrouwenhaterigs, werd ingegeven.

Het is of Admiraal en ik twee verschillende talen spreken: waar hij misschien ontroering wilde creëren, stuitte ik alleen maar op verzet. Niet dat ik tegen mannen in de rol van een vrouw ben of omgekeerd, wel als de verkleding niets meer is dan een vorm. Want van innerlijke tragiek kwam ik in Phèdre nauwelijks iets tot leven, te meer omdat de replieken van Hippolytus ontbreken. Op die manier is uit een tragedie, bestaande uit dialoog, een monoloog geforceerd. Dat blijkt onmogelijk te zijn, want die alleenspraak mist dramatiek; ze bestaat immers bij de gratie van het weerwoord. Joop Admiraal heeft elke kans laten glippen een wezenlijk en zielsdiep portret van Phèdre te geven.