'EU niet kapot aan uitbreiding in Oost-Europa'

BRUSSEL, 30 NOV. De toetreding van Midden- en Oosteuropese landen tot de Europese Unie (EU) zal niet leiden tot het failliet van het Europese landbouwbeleid.

De uitbreiding met tien landen in het oosten kost bijna 25 miljard gulden per jaar extra tegen het jaar 2010, maar leidt niet tot verdubbeling van de uitgaven zoals sommigen vrezen. Die geruststellende mededeling doet Europees landbouwcommissaris Franz Fischler in een gisteren in Brussel gepresenteerd rapport over de uitbreiding van het landbouwbeleid bij de toekomstige toetreding tot de EU van landen als Litouwen, Polen, Hongarije, en Tsjechië.

Zelfs zonder radicale wijzigingen in het huidige subsidiebeleid voor de boeren, zullen de kosten van uitbreiding veel lager uitkomen dan de afgelopen tijd in sommige doemscenario's is voorspeld. Landbouw en het sociaal-economische structuurbeleid (samen goed voor ongeveer 80 procent van het EU-budget) zijn de belangrijkste obstakels die in toetredingsonderhandelingen met de Oosteuropese landen overwonnen moeten worden.

Volgens de landbouwcommissaris is het niet nodig om radicaal te breken met het huidige beleid door de prijzen in één klap los te laten. In plaats daarvan bepleit hij een verstrekte voortzetting van de in 1992 onder zijn voorganger MacSharry ingezette hervorming van het landbouwbeleid. Volgens dat scenario wordt het prijsondersteunend beleid in de landbouwsector geleidelijk aan steeds verder afgebroken tot dat het (lage) niveau van de wereldmarkt is bereikt. Daartegenover staat dan dat Brussel de boeren compenseert door rechtstreekse inkomenstoeslagen op hun bankekening over te maken.

Volgens Fischler zijn aanpassingen in het huidige landbouwbeleid niet alleen nodig wegens de geplande uitbreiding van de EU. Ook het internationale debat over verdere liberalisering van de wereldhandel noopt de EU tot afschaffing van exportsubsidies.

De regeringsleiders van de EU hebben al eerder afgesproken dat toetredingsgesprekken met Midden- en Oosteuropese landen kunnen beginnen na afsluiting van de zogeheten Intergoevermentele conferetie (IGC) van volgend jaar. Op die IGC moeten onder andere afspraken worden gemaakt om de EU institutioneel voor te bereiden op de uitbreiding.

Europees commissaris Hans van den Broek (die Oost-Europa in zijn portefeuille heeft) zei gisteren dat de Commissie zo snel mogelijk na de IGC haar 'advies' moet formuleren over toetreding van de kandidaat-lidstaten. Hij zei dat geen sprake kan zijn van uitbreiding “zonder kosten”, maar dat de financiële lasten “geen onoverkoombaar obstakel” vormen. Commissaris Wulf-Mathies (regionaal beleid) stelde Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland gisteren gerust dat uitbreiding van de EU niet ten koste mag gaan van de zogeheten cohesie-gelden die Brussel heeft uitgetrokken voor aanpassing van hun economiën.