EU moet pressie op Turkije opvoeren

ABN/AMRO drong er onlangs bij het Europarlement op aan niet langer moeilijk te doen over de douane-unie van Turkije met de Europese Unie (EU). Ook de Turkse lobby is actief. De douane-unie verlaagt de tarieven voor Turkse produkten in de EU.

Premier ÇCiller poetste daarom de 'anti-terrorisme-wet' wat op door in artikel 8 een wijziging aan te brengen. Die houdt in, dat het opkomen voor Koerdische rechten staatsondermijnend is, maar dat de verdachten nu zelf moeten 'bewijzen' dat ze niet de 'intentie' hebben daarmee de staat te ondermijnen.

Zullen de rechters van zo'n verdediging onder de indruk raken? Gezien de huidige opstelling van de 'rechtbanken voor staatsveiligheid' is daar geen zicht op. In de wet nam men tegelijk extra maatregelen op om radio- en televisieuitzendingen terstond te kunnen verbieden en auteurs van Koerdische woordenboeken streng te straffen. Bijna alles ziet men als 'aanmoedigen van separatisme'. Het pleiten voor dialoog tussen regering en de Koerdische guerrilla PKK valt daar zeker onder. Wegens een dergelijk pleidooi houdt men meer dan honderd intellectuelen vast, terwijl die dialoog juist de enige manier is om uit de impasse te komen.

Er verdwijnen in Turkije regelmatig mensen. Moordeskaders eisen dagelijks hun tol. Er is meer dan tien jaar een smerige oorlog aan de gang tussen een half miljoen Turkse militairen en tienduizenden Koerdische strijders, die de Turkse staat 10 miljard dollar per jaar kost. Uitzichtloos, omdat geen van beide partijen die oorlog kan winnen. Het gevolg is polarisatie in het land en een grootscheepse ontvolkingspolitiek in Turks Koerdistan. Twee tot drie miljoen Koerden zijn daar uit hun dorpen verdreven.

Economisch is de oorlog een ramp voor het land. Alleen al de geldontwaarding geeft dat aan. Steeds meer Turken onttrekken zich aan de militaire dienst. Turkse intellectuelen weten geen uitweg. Alleen de nieuwe partij YDH (Beweging voor Nieuwe Democratie) spreekt zich uit voor een politieke oplossing.

Wanhoop? De uitweg is in principe voorhanden. Vanaf medio 1993 heeft PKK-voorzitter Öcelan verklaard bereid te zijn tot dialoog en onderhandelingen over een vorm van autonomie of federatie en niet langer te denken in termen van afscheiding. Nog vorige maand verzocht hij de Amerikaanse president Clinton mee te werken aan en de Turkse regering te overtuigen van “een geweldloze oplossing van de Koerdische kwestie”. De PKK is, zo schreef hij aan Clinton, bereid tot “een onvoorwaardelijke vreedzame oplossing”. Het Koerdische parlement in ballingschap liet zich een maand geleden in een brief aan het Europese parlement op soortgelijke wijze uit. Turkije wijst echter onverzoenlijk elke dialoog af en blijft kiezen voor de militaire optie.

Het is deze starre anti-vredeshouding van de Turkse regering waaraan het Westen geen medewerking mag verlenen. Toch dreigt dat te gebeuren omdat het Europarlement op 15 november besloot het werk van de bilaterale commissie te hervatten. De christen-democraten en de liberalen in Straatsburg willen in ieder geval “dat de stemming over de douane-unie in december doorgaat” (NRC Handelsblad, 16 november). Socialisten en Groenen sluiten uitstel nog niet uit.

De douane-unie is politiek en economisch van belang voor Turkije. Europa heeft een sterke troef in handen de Turkse machthebbers te helpen over hun eigen schaduw heen te springen en de dialoog aan te gaan met haar Koerdische tegenspelers. Westerse politici praten graag over vrede en mensenrechten. Soms zelfs over grote militaire interventies in brandhaarden, zonder daarvan de consequenties te overzien. Wordt het niet de ongeloofwaardigheid ten top, als zij zich nu dit drukmiddel uit handen laten nemen, alleen omdat Turkije een minieme wijziging heeft aangebracht in de anti-terrorismewet?

ABN/AMRO en premier ÇCiller argumenteren dat het niet goedkeuren van de douane-unie de anti-democratische krachten, respectievelijk het fundamentalisme van de REFAH-partij in de kaart speelt. Dat zijn echter drogredenen, die voorbij gaan aan de kern van de impasse. Het is juist de burgeroorlog die zowel autoritaire als fundamentalische krachten versterkt. Daarom moet de eerste prioriteit thans beëindiging van de oorlog zijn. Dat impliceert dat Turkije ertoe gebracht moet worden om de tafel te gaan zitten met de Koerden.

Christen-democraten en liberalen in het Europarlement vervullen een sleutelrol in deze kwestie. Het is zaak een beroep op hen te doen het been stijf te houden. Door 'nee' te zeggen tegen de douane-unie krijgt het Turkse bewind het signaal dat het niet ongestraft kan doorgaan met zijn onverzoenlijkheid jegens en onderdrukking van de Koerden.