Een Rotterdammer op het Leidseplein; Carrousel van culturen

Op en rond het Leidseplein kan van oudsher tot diep in de nacht worden gedronken, geflirt, geschaakt, gegeten en gedanst. Toch is het plein volgens kenners niet meer wat het was, dankzij de oprukkende mayonaise-cultuur. Wegwijzer voor de IDFA-bezoeker.

Het Leidseplein, is dat niet waar Amsterdam feest viert als Ajax weer eens kampioen is? Niet echt een plek dus waar ik als Rotterdammer op vrijdagavond mijn vertier zou zoeken. “Zeker op een idee gebracht door AT5”, roepen barmannen bij het zien van mijn bloknootje. De lokale Amsterdamse televisiezender berichtte onlangs dat het slecht gaat met de horeca rond het Leidseplein. “Nee. Stel ik ben naar de IDFA geweest, ik ken de buurt niet en wil uitgaan. Waar moet ik heen?”

Eddy Muller, bedrijfsleider van het café van cultureel-politiek centrum De Balie, denkt diep na. “Het moet echt hier in de omgeving zijn”, vraagt hij. “Nou ja, de Oesterbar, een restaurant op het plein zelf, is wel goed. En in de Lange Leidsedwarsstraat heb je een Indische tent, Bojo, waar je tot zes uur 's morgens kunt eten. Maar je kunt beter naar de Jordaan of de Nieuwmarkt gaan.”

Het Leidseplein is volledig verpulpt de laatste tien jaar, vindt Muller. “De hamburgercultuur is opgerukt vanuit de Leidsestraat.” De wandelroute Kalverstraat, Heiligeweg, Leidsestraat is inderdaad rijk aan verkooppunten voor patat. Het lijkt wel een grote glijbaan van mayonaise die eindigt op het Leidseplein. Het plein zelf is een grensgebied tussen twee werelden. Aan de ene kant McDonald's en de Febo, aan de andere kant gevestigde instituten als De Balie, de Stadsschouwburg en hotel-restaurant Americain. Boven de ingang van Americain hangt een staatsieportret van Beatrix. Het bedienend personeel zit strak in het pak en de stoelen zijn honderd jaar oud, vertelt een van hen. Groot is daarom de teleurstelling wanneer de lunchkaart meldt dat ook hier een broodje hamburger kan worden besteld.

Overdag, in deze terrasloze maanden, is het Leidseplein vooral een kruispunt van wegen. Voetgangers, fietsers, tramreizigers, iedereen is op weg naar ergens anders. “I don't even know the way I came. I'm just here”, zingt Gabriel Jones uit Olympia, Washington. “Het is geen goeie plek om te spelen”, luidt zijn conclusie na een half uur. Op pleinen in Berlijn, Parijs, Praag en New Orleans had hij meer succes, vertelt hij.

Rond half vijf zijn de rugzakken van scholieren en plastic winkeltassen nog in de meerderheid, maar het aantal attachékoffers neemt dan al toe. Veel daarvan verdwijnen in de Heineken Hoek, een populair grand-café op de hoek van het Leidseplein en het Kleine Gartmanplantsoen. “Een neutrale plek om af te spreken” heet dit te zijn. De bezoekers hebben de leeftijd om de muziek die hier gedraaid wordt (Stones, Beatles, Bowie) al langer te waarderen. De menukaart is standaard: biefstuk, kipfilet en een paar pasta's.

Tussen vijf en zes stromen ook de Lange- en de Korte Leidsedwarsstraat vol. “You won't get Dutch food here”, roept een Amerikaanse toeriste teleurgesteld tegen haar reisgenoten. Pasta of paella, Italiaans of Grieks, dat is hier de vraag. De enige uitzonderingen hierop zijn een Mexicaan en een Argentijn.

Tevergeefs zoek ik naar een eetcafé dat geen 'tourist menu' aanbiedt. Ik besluit te gaan eten bij Raffle's (Kleine Gartmanplantsoen) omdat deze zaak in gesprekken steeds wordt genoemd als een plek waar je gezien mag worden. Zo denken er veel over; er is voortdurend een tekort aan zitplaatsen. Vijfentwintig is hier zo'n beetje de maximum leeftijd.

Binnen tien minuten staat er een bord op mijn tafel. Dat was helaas net iets te kort om de biefstuk helemaal gaar te bakken. De patat die erbij wordt geleverd is vetter dan nodig, de salade ronduit teleurstellend: wat sla en welgeteld drie schijfjes tomaat.

Tussen de Leidsekade en het Leidseplein, de lokatie van de luchtplaats van het voormalige Huis van Bewaring, is een paar jaar geleden het horecarijke Max Euweplein aangelegd. Ondernemers aan het Leidseplein waren destijds bang dat zij hierdoor klanten zouden verliezen, maar die vrees blijkt tot dusver geheel ongegrond. Op het Euweplein kun je 's avonds zonder al te veel risico schietoefeningen doen; de kans dat je iemand raakt is gering. Om acht uur ga ik King Creole aan de achterzijde van het plein binnen voor een kop koffie. Het is geen plek om nieuwe vrienden te maken. Ik ben de enige bezoeker, de vier man personeel van het twee verdiepingen tellende etablissement (open vanaf vijf uur) niet meegerekend.

Maar op het Leidseplein is het nu behoorlijk druk. Volgens de barman van Reijnders (het enige café zonder muziek, ideaal voor een goed gesprek) is het dan ook onzin dat het slecht zou gaan met de horeca hier. “Op AT5 lieten ze de enige twee zaken zien die niet lopen.” Wel komen de bezoekers volgens hem steeds meer van 'buiten', dat wil zeggen uit plaatsen als Hoorn, Purmerend, Almere, en steeds minder uit Amsterdam. “Maar dat gevoel heb ik ook als ik in het Ajax-stadion zit.”

Tussen elf en twaalf bereikt het bezoekersaantal van het Leidseplein een hoogtepunt. De botsing van de twee uitgaansculturen is nu het duidelijkst zichtbaar. Aan de ene kant het publiek dat de schouwburg verlaat, aan de andere kant de jongeren die het spoor van patattenten vanaf het Centraal Station hebben gevolgd. De tramrails middenop het plein fungeren als scheidslijn. Het schouwburgpubliek gaat naar huis, of naar Cox, het café in de Marnixstraat waar het nu rokerig en vol is.

Druk is het ook in Toomlers Comedy Café, een positieve uitzondering op het Max Euweplein. Stand-up comedian Tom Soigting, die vanavond niet optreedt: “Het Leidsepleinpubliek? Daar heb ik een hele act van twintig minuten over. Sjonnies en Anita's noem ik ze, omdat ze er allemaal het zelfde uitzien. Je vindt ze nu in Palladium.” Naar Palladium (spreek uit Pelleediejum) aan het Kleine Gartmanplantsoen dus. Het toelatingsbeleid zou streng zijn in dit etablissement, dat ook door spelers van Ajax regelmatig wordt bezocht. In de slipstream van enkele kortgerokte blonde meisjes schuifel ik probleemloos naar binnen. De jongens van Ajax zijn er niet. Het Leidseplein, dat is “voor ieder wat wils”, aldus een uitsmijter. Duizend-en-één bar-discotheken, coffeeshops, en karaoke-cafés, omdat er nu eenmaal veel mensen zijn die dat willen.

Wie een afwijkende smaak heeft, zal na lang genoeg zoeken ook wel wat vinden. Liefhebbers van het schaakspel eindigen ongetwijfeld in 'Het Hok' in de Lange Leidse, waar het op ieder moment van de dag druk is. Live-muziek is er in Alto (Lange Leidsedwarsstraat), Bourbon Street (Leidsekruisstraat) of de Bamboo bar (Lange Leidse). Om vier uur gaan zelfs McDonald's en Burger King dicht. Daarom nog de volgende tip: in de Lange Leidsedwarsstraat zit een warme bakker die om half vijf vers gebakken brood verkoopt. Gewoon tegen de stroom Franse stokbroden etende mensen inlopen. Hier en daar wordt om die tijd alweer gewerkt. Zoals ook door de mannen die de gesneuvelde ruit van een hamburgerzaak vervangen. Op het busje staat de naam van hun bedrijf: glashandel Ajax.