De gave gulden als thema bij verkiezingen

De politicus die stelt dat iets “moeilijk aan de bevolking valt uit te leggen”, heeft veelal geen behoefte om het uit te leggen. Integendeel, met de wind in de rug van de publieke opinie, zal de verontwaardiging juist extra zwaar worden aangezet. Minister Sorgdrager van justitie heeft dat enkele weken geleden kunnen ondervinden tijdens het debat over de gouden handdruk voor de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. “Nee”, riep de Tweede Kamer nagenoeg in koor, met als meest gehoorde argument dat de getroffen regeling niet aan de bevolking viel uit te leggen.

Als de agenda van de Tweede Kamer niet weer eens op het laatste moment was omgegooid, zou 'het-niet-aan-de-bevolking-uit-te-leggen' gisteravond wederom in de nationale vergaderzaal hebben geklonken. Met dit keer de gouden handdruk van Nederland voor de zuidelijke lidstaten van de Europese Unie als onderwerp. De VVD, die sinds Bolkestein daar aan het roer is plotseling veel kritischer over Europa is gaan denken, ziet in het zogeheten Eigen Middelenbesluit van de Europese Unie het zoveelste bewijs dat het voor Nederland de verkeerde kant uit dreigt te gaan.

De cijfers - althans voor zover het de overheidsboekhouding betreft - stellen de liberalen in het gelijk. Mede als gevolg van de besluiten die de regeringsleiders van de lidstaten van de Europese Unie in december 1992 hebben genomen, zal Nederland de komende jaren aanzienlijk meer aan de EU moeten afdragen. Tot 1998 gaat het om een bedrag van 20 miljard gulden. In diezelfde periode zal ongeveer 45 miljard gulden worden bezuinigd. Reden voor de VVD om reeds in mei van dit jaar bij de schriftelijke voorbereiding op het wetsvoorstel waarin een en ander is vastgelegd op te merken dat “dit moeilijk aan de Nederlandse bevolking viel uit te leggen”. Het steekt de VVD vooral dat Nederland sinds 1991 veel meer aan de EU is gaan betalen dan het terugkrijgt. Om het in euro-jargon te zeggen: Nederland is netto-betaler geworden. Nu is de winst- en verliesrekening van de Europese Unie op diverse manieren te schetsen. Van de interne markt als zodanig profiteert het Nederlandse bedrijfsleven bij voorbeeld wel degelijk. De economische groei die dit genereert komt via de weg van de belastingen ook weer voor een deel in de schatkist terecht. Maar dat neemt niet weg dat Nederland relatief gezien van alle EU-lidstaten de grootste netto-betaler is geworden en de VVD hier dus een punt heeft.

Interessant is wat de VVD de komende tijd met dit punt verder gaat doen. Een blik op de kalender en op wat er momenteel in het naaste buitenland gebeurt is hierbij essentieel. Het gaat dan om de politieke discussie die in Duitsland is ontstaan rond de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de positie van de D-mark in dat geheel. Eén van de laatste daden van SPD-leider Rudolf Scharping, voordat hij twee weken geleden door zijn eigen partijgenoten werd gekielhaald, was dat hij zich opeens opwierp als de grote beschermheer van de D-mark. Die mocht in geen geval aan Europa worden overgeleverd. Alom werd de bezorgdheid van de SPD over de toekomst van de D-mark uitgelegd als politiek opportunisme met het oog op de verkiezingen van 1998.

Opportunisme of niet, het bleek in elk geval een aansprekelijk thema. Op het moment dat de EMU de chocoladeletters van de voorpagina van de populaire Bild-zeitung haalt, dient een politicus in hoogste staat van paraatheid te verkeren. Terwijl in Duitsland het debat over de D-mark en de EMU op alle niveaus wordt gevoerd, blijft het in Nederland opmerkelijk stil als het gaat om de gulden. Vreemd, want de economische invloed van de gulden is vanzelfsprekend een stuk geringer dan die van de Duitse mark, maar qua hardheid doet zij niet onder voor de munt van de Oosterburen. Als het dus gaat om het 'overleveren' zouden dus dezelfde sentimenten moeten spelen als in Duitsland. Maar niets van dat alles. Of nòg niet?

De oorverdovende stilte die op dit moment in Nederland hangt rond de aanstaande opheffing van de gulden zou wel eens even bedrieglijk kunnen zijn als de stilte die er heerste bij het grote publiek toen het ging om de vorming van de stadsprovincies in Amsterdam en Rotterdam. De bestuurderstrein denderde voort onderwijl de bevolking onwetend achterlatend. Totdat enkele 'gewone' burgers door middel van het referendum aan de noodrem trokken en de trein hardhandig tot stilstand kwam. Toen de bevolking op het primaire gevoel werd aangesproken (“je stad wordt opgeheven”) bleek de bestuurlijke herindeling wel degelijk een onderwerp te zijn dat de mensen bezighield. Hoe zal dat straks met de gulden gaan? Vooral als in 1998 - het jaar voordat de gulden volgens de huidige afspraken gulden ophoudt te bestaan - Nederland net als Duitsland ter stembus moet voor parlementsverkiezingen? Zeker, feitelijk is het besluit om de gulden op te heffen reeds eind 1992 genomen toen de Tweede en Eerste Kamer instemden met het Verdrag van Maastricht. Er is geen weg terug meer. Als Nederland in 1999 aan de criteria van de EMU voldoet, kan het zelfs gedwongen worden om mee te doen. Dat neemt echter niet weg dat de Tweede Kamer destijds, tijdens de debatten over 'Maastricht', heeft bedongen dat het definitieve standpunt dat het Nederlandse kabinet tijdens de Europese top van regeringsleiders in 1998 over de toetreding zal innemen, vooraf “instemming” van de Staten-Generaal dient te hebben verworven.

In zekere zin betreft het hier een louter papieren bevoegdheid. Want in het uiterste geval dat de Tweede en Eerste Kamer 'nee' zeggen tegen toetreding tot de EMU kan de minister-president (er van uitgaande dat hij dat standpunt overneemt) door zijn collega's uit de andere landen van de Europese Unie tijdens de 'top' worden overstemd en zal Nederland alsnog moeten volgen. Aan de andere kant zit het Verenigde Europa natuurlijk wel met een aanzienlijk politiek probleem als het een land met één van de sterkste munten de EMU moet binnensleuren. Bovendien, mocht het Nederlandse parlement tot een dergelijk contrair geluid komen, dan zal ongetwijfeld eenzelfde stemming in Duitsland heersen.

De D-mark wordt, zoals het er nu uitziet, een belangrijk thema in de campagne voor de verkiezingen van 1998. Het is nog maar een kwestie van tijd voordat de 'gave gulden' in Nederland voor hetzelfde doel zal worden ontdekt. De eerste aanzetten zijn reeds door de VVD gegeven. Fractieleider Bolkestein heeft al meer dan eens zijn bezorgdheid geuit over het om politieke redenen verwateren van de harde EMU-toetredingscriteria. Daarnaast zijn er de bezwaren tegen de financiering van de Europese Unie die de VVD hoog opspeelt. Het feit dat Nederland de grootste netto-betaler is steekt hem “als een graat in de keel” zei Bolkestein, als hoeder van het nationaal belang twee maanden geleden tijdens de algemene beschouwingen. Nimmer laat hij na op de eigen positie van het nationale parlement te wijzen.

Voor deze keer wil de VVD nog wel akkoord gaan met de scheve betalingsverhouding op voorwaarde dat bij de volgende Intergouvernementele Conferentie, die gepland staat voor 1996 maar waarschijnlijk pas in 1997 zal worden gehouden, een voor Nederland gunstiger financieringsregeling uit de bus komt. Als de Tweede Kamer dat verdrag moet ratificeren zit Nederland waarschijnlijk midden in de verkiezingscampagne. Zodoende komt alles samen: de resultaten van de IGC-conferentie, de opheffing van de gulden gekoppeld aan de vorming van de EMU en nationale verkiezingen. Hoezo, geen verkiezingsthema's? Het wordt een harde strijd met als inzet het nationaal belang; zo hard als de gulden.