De ergernis van Dijkstal

MINISTER DIJKSTAL, die grondwetszaken in zijn portefeuille heeft, wil de door de overheid ter beschikking van de politieke partijen gestelde zendtijd onthouden aan extreem-rechtse groeperingen. Dat is een hele ingreep die ongetwijfeld op verzet zal stuiten, en niet alleen bij Janmaat en consorten. De grondwettelijk verankerde vrijheid van meningsuiting is in geding. Toch zal Dijkstal om wille van extreem-rechts niet willen bepleiten deze vrijheid dan maar uit de grondwet te schrappen.

Waarom wil hij dat dan wel doen met de vrijheid van onderwijs? De nadere motivering die de minister geeft voor zijn ontboezeming in een weekbladinterview is nogal beperkt: ergernis over het beroep dat op dit grondwetsartikel wordt gedaan om 'devolutie' te verhinderen. Met name de christelijke partijen gebruiken dit artikel om de hakken in het zand te slaan als het aankomt op het overhevelen van bevoegdheden van de centrale overheid naar provincies en gemeenten. Toch plegen juist zij doorgaans veel belang te hechten aan soevereiniteit in eigen kring. Veel onderwijszaken kunnen ook beter op niet-nationaal niveau hun beslag krijgen. Het bestaande systeem leidt tot 'featherbedding' voor de bijzondere scholen.

DE ERGERNIS VAN Dijkstal is niet nieuw. Tijdens de algehele herziening van de grondwet leidde juist het strijdpunt van de delegatie van bevoegdheden tot zo'n patstelling dat het grondwetsartikel als enige geheel onveranderd bleef. Het CDA - dat nu de vermoorde onschuld speelt - heeft toen het odium van obstructie op zich geladen. Maar een reden die lastige bepaling dan maar uit de grondwet te schrappen is dit niet. Veeleer een bewijs van haar belang. Grondwetsbepalingen zijn er niet alleen voor mooi weer.