De aansturing van het fundamenteel onderzoek; Praktisch! Toepasbaar! Relevant!

Het was de Britse wiskundige G.H. Hardy die opmerkte dat, als later ook maar iets van zijn wetenschappelijke onderzoekingen praktisch nut zou afwerpen, hij zich in zijn graf zou omdraaien. Bijna vijftig jaar na zijn dood ventileert de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek bij monde van haar voorzitter dr. R.J. van Duinen een andere opvatting: 'Wie in de tweede geldstroom wil zitten, kan niet meer volstaan goed te zijn. Hij diene evenzeer relevant te zijn.'

Bij de presentatie afgelopen mei van de nota 'Kennis verrijkt', waarin NWO haar plannen voor de periode 1996-2001 uiteenzet, benadrukte Van Duinen dat het NWO-beleid van de komende jaren gericht zal zijn op 'het bedrijven van wetenschap ter beantwoording van maatschappelijk relevante vragen en gericht op economisch bruikbare toepassingen'. In een adem door vroeg hij om extra geld voor zulk 'innoverend' onderzoek. Toch: de ongerustheid bij de sinoloog die de introductie van Euclides in China bestudeert zal dat niet hebben weggenomen. Hoe zou hij zijn waar moeten aanprijzen?

Begin dit jaar riep Nature 1995 uit tot het jaar van de utalitarian science. Overal in de westerse wereld klinkt de roep om praktisch toepasbare wetenschap, om 'maatschappelijke relevantie', om nut. Om die reden organiseerde de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen afgelopen maandag in het Amsterdamse Trippenhuis een themabijeeenkomst 'Fundamenteel Onderzoek'. 'Het onderwerp hangt in de lucht', aldus Akademie-president prof.dr. P.J.D. Drenth bij de opening van de studiemiddag. Zelf meent hij overigens dat nadruk op utiliteit al gauw leidt tot het slachten van de kip met de gouden eieren.

Vervuilen

Volgens prof.dr.ir. P.J. Zandbergen, voorzitter van de Afdeling Natuurkunde van de KNAW, moet Nederland het in de toekomst hebben van hoog opgeleide mensen. Toegepast onderzoek op het gebied van kernfusie, aids of broeikaseffect loopt vaak vast omdat de fundamentele vragen onvoldoende beantwoord zijn, omdat een 'integraal model' ontbreekt. 'Het zou zeer nuttig zijn', aldus Zandbergen, 'als eens meer principieel op de inhoudelijke wenselijkheden ten aanzien van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek zou kunnen worden ingegaan, zonder die discussie te vervuilen met de noodzaak van bezuinigingen op deze sector.'

Collega-voorzitter prof.dr. W.P. Gerritsen van de Afdeling Letterkunde ziet voor de geesteswetenschappen weinig heil in de dichotomie fundamenteel-toegepast. 'De beoefening van een wetenschap heeft haar eigen dynamiek,' aldus de Utrechtse hoogleraar middeleeuwse letterkunde, 'en de prikkelende wisselwerking tussen meer theoretisch en meer op de praktijk gericht onderzoek is een voorwaarde voor een succesvolle voortgang, om niet te spreken van vooruitgang. Ingrepen in dit natuurlijke proces, financiële injecties op deelgebieden, houden altijd het risico van verstoring of zelfs ontwrichting in.'

De door NWO gehanteerde tweedeling in curiosity driven- en society driven-onderzoek is volgens Gerritsen maar zeer ten dele bruikbaar. Liever ziet hij als aanvullend criterium de vraag of de resultaten onze cultuur verrijken. 'Als men de financiering van geesteswetenschappelijk onderzoek op basis van het NWO-diagram in overwegende mate zou laten bepalen door de maatschappelijke vraag, mogen we wellicht op een fraaie reeks biografieën van beroemde voetballers rekenen, maar gevreesd moet worden dat uitgestrekte continenten van onze cultuurgeschiedenis in de duistere zee van de ignorantie zullen ondergaan.'

In de technische wetenschappen, aldus prof.dr.ir. N.W.F. Kossen (ex-Gist Brocades), staat fundamenteel voor 'nieuwsgierigheid', 'kennis als doel', 'vrijheid van keuze' en 'kennis als cultuur'. Zuiver wetenschappelijk, mono-disciplinair onderzoek moet de industrie niet willen aansturen, alleen screenen. 'De vakgroepen moeten zich niet in een industrieel gareel laten persen, omdat de interne en externe continuïteit daar niet gegarandeerd zijn. Onderzoeksgroepen in de industrie kunnen door ontwikkelingen op de markt van de ene op de andere dag buitenspel komen te staan.'

Woorden die oud Natlab-directeur prof.dr. H.B.G. Casimir uit het hart gegrepen zijn. 'Het is de taak van de universiteit de gemeenschap te dienen, inclusief de industrie', aldus de nestor van de Nederlandse fysica. 'Die taak kan zij het beste vervullen door zo min mogelijk te letten op de wensen van die industrie, een hautaine houding die de universiteit zich alleen kan permitteren als daar de meest diepgaande kennis aanwezig is.'

De sociale wetenschappen werden op de KNAW-middag vertegenwoordigd door prof.dr. J. Goudsblom. De Amsterdamse socioloog vindt 'fundamenteel' maar een retorische term, bedoeld om naar buiten toe het belang en de autonomie van wetenschappelijk onderzoek te onderstrepen. 'Het fundamentele onderzoek van vandaag levert de toepassingen van morgen - dat is de boodschap.' Opvallend vindt Goudsblom het dat in de NWO-nota 'Kennis verrijkt' de behoefte om internationaal mee te tellen 'vooral wordt gezien als een economische noodzaak en niet als een morele plicht. Ik zou me een argumentatie kunnen voorstellen waarbij juist dit morele aspect meer op de voorgrond staat.'

Juist op het grensgebied van de sociaal-wetenschappelijke en de cultuur- of natuurwetenschappen liggen aangrijpingspunten voor fundamenteel onderzoek, aldus Goudsblom. En met een knipoog naar de in 1946 opgerichte stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie, voorloper van het bredere NWO: 'Ik kan me hier een taak voorstellen voor een sociaal-wetenschappelijke FOM, dat zich zou bezighouden met fundamenteel onderzoek maar de maatschappij, naar de mens, naar de macht, naar de moraal.'

Defensief

In een reactie zegt Van Duinen dat 'krimpende budgetten' NWO tot een andere dan de gebruikelijke classificatie van onderzoek noodzaken. 'Al vijfentwintig jaar zeggen we dat fundamenteel onderzoek goed voor ons is. Laten we toch niet voortdurend defensief teruggrijpen.' Dr.ir. H.L. Beckers, voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) en oud-directeur research bij Shell, sluit zich hierbij aan: 'Uitleggen aan niet-ingewijden, aan ambtenaren, daar gaat het om. Fundamenteel onderzoek dient goede mensen op te leiden, in gebieden waaraan de maatschappij behoefte heeft. Die boodschap krijg je verkocht.'

Alleen: geen politicus in het Trippenhuis om de wijsheden in zijn oren te knopen.