Bruna blijft zoeken naar eenvoud en helderheid

Close-up, Ned.1, 22.32u.

Tachtig miljoen kinderboeken zijn er van Dick Bruna verkocht, hij is de stichter van een copyright-imperium, en toch staat hij nog iedere morgen om zes uur op ('zonder wekker hoor') teneinde om kwart over acht in zijn atelier verder te gaan 'met datgene waarmee ik de vorige dag ben opgehouden'.

Dick Bruna wordt bijna zeventig en hij viert dit jaar het veertigjarige jubileum van Nijntje Pluis, die er met Betje Big, Snuffie, Boris en Barbara voor heeft gezorgd dat hij samen met Roald Dahl de meest verkochte kinderboekenschrijver ter wereld is.

Daarnaast is het werk van Bruna algemeen bekend door de omslagen van de Zwarte Beertjes-pocketreeks, waarvoor hij als grafisch ontwerper onder meer de romans en detectives illustreerde van Simenon, Havank en Leslie Charteris (de Saint).

De interessante en onderhoudende documentaire 'Simply Bruna', die onder regie van Paul Kramer door de AVRO en de Wereldomroep werd geproduceerd en die vanavond in de wekelijkse serie Close-up op televisie wordt uitgezonden, laat zien hoe zorgvuldig de bescheiden Bruna zijn tekeningen/collages voor de kinderboeken ontwerpt en hoe hij aan de teksten schaaft. Dagenlang wikt en weegt hij met zijn beperkte kleurenpalet voordat hij tevreden is over de illustraties. De lijnen worden daarbij uit de hand gepenseeld, hij gebruikt geen lineaal of sjabloon. Zo ontstaan de bijzonder heldere en simpele tekeningen met de bibberlijntjes die bij iedereen in het geheugen gegrift staan en die toch zo moeilijk te imiteren zijn.

Of zoals museumdirecteur Wim Crouwel het werk van Bruna omschrijft: “Het werk van Bruna is simpel, maar niet in de betekenis van niks of geestloos. Het is de ultieme vereenvoudiging en dat is de kracht van zijn werk.” Dick Bruna, een tengere man met grijzend haar, een puntige snor en glinsterende oogjes brilleglas geeft zichzelf ook bloot. Hij vertelt onder meer over zijn jeugd, waarin hij was voorbestemd voor het uitgeversvak in het familiebedrijf. Als stagiair bij uitgeverijen in Londen en Parijs zwierf hij echter liever op straat om te tekenen.

Na zijn huwelijk met Irene trad hij op aandrang van zijn schoonvader - die een vaste baan verstandig vond - in dienst van de familie-uitgeverij als grafisch ontwerper. Vooral onder invloed van de Franse schilders Leger en Matisse, ontwierp hij daar zijn befaamde omslagen, waarbij hij het doel nastreefde dat hij ook bij zijn kinderboeken trouw blijft: met beperkte middelen het maximum aan zeggingskracht bereiken.