'Betere inkomensverdeling bevordert werkgelegenheid'

De landspolitiek riep minister Hans Wijers (Economische zaken) afgelopen dinsdag naar de Eerste Kamer. Daardoor miste hij de derde Technology Lecture van zijn eigen ministerie, die dit jaar werd gehouden door de futuroloog Joe Coates. De Amerikaan maakte voor een gehoor van ondernemers en technologen in de Haagse Grote Kerk een tour d'horizon langs trends voor de toekomst. Een nuttige bezigheid, want veel falend ondernemings- en overheidsbeleid wordt volgens Coates veroorzaakt door verkeerde veronderstellingen.

De afgelopen zeventien jaar adviseerde Coates 45 van de honderd grootste ondernemingen in de rangschikking van het Amerikaanse zakenblad Fortune. Voor achttien concerns werkte hij drie jaar lang aan een studie over de 'hoogstwaarschijnlijke toekomst': 83 veronderstellingen met betrekking tot het jaar 2025. Ook veel regeringsleiders gebruikten Coates' onconventionele toekomstveronderstellingen voor aanscherping van hun gedachten en hun beleid. Voor Wijers had Coates een aantal mindbreakers in petto, waarmee hij de hele ministerraad - PvdA'er Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking voorop - flink van de wijs kan brengen. Coates laat Pronk eerst lachen door te stellen dat inkomens gelijker verdeeld dienen te worden. Niet omwille van de rechtvaardigheid, maar uit pure economische noodzaak. Vervolgens laat hij Pronk huilen wanneer hij stelt dat Europa zijn grenzen met hoge tariefmuren moet afschermen van de concurrentie uit lage lonen-landen. Ook Pronks tegenpool, VVD-leider Bolkestein, zal door Coates in de omgekeerde volgorde aan het lachen en huilen worden gebracht. Coates gooit de ballen inkomensverdeling, werkloosheidsbestrijding en protectionisme in wisselende volgorde de lucht in. De begrippen staan niet los van elkaar, maar liggen in elkaars verlengde, zo licht Coates toe in het Haagse hotel waar hij voor een aantal dagen verblijft.

“Europa, stelt Coates, is een geïntegreerde gemeenschap met 350 miljoen inwoners. Daarmee is de Europese Unie de grootste economische macht in de wereld. Europa kan vrijwel alle goederen en diensten die het nodig heeft, zelf produceren en kan haar eigen arbeidsverdeling organiseren. Er is geen enkele reden waarom jullie je uit de markt zouden laten concurreren door koelies die 20 cent per uur kosten. Europa heeft er belang bij om zich te isoleren van de lage arbeidskosten in de rest van de wereld.”

Ook de Verenigde staten (260 miljoen inwoners) en Canada (25 miljoen) vormen volgens Coates samen een economisch blok, waarbinnen 90 procent van de geconsumeerde goederen worden geproduceerd en 90 procent van de geproduceerde goederen worden afgezet. In Oost- en Zuid-Oost Azië is van blokvorming nog niets te merken. “De landen daar zijn voor het overgrote deel nog afhankelijk van exporten naar ontwikkelde landen”, zegt Coates. Als er ooit een blok ontstaat, dan zal China daarvan volgens hem het hart vormen.

De Aziatische 'tijgers' en Japan hebben zich volgens Coates tot dusverre alleen maar kunnen manifesteren door de economieën van de VS en Europa te ondermijnen. “Het domste wat de VS ooit hebben gedaan is het binnenlaten van Japanse automobielfabrikanten. De Europeanen zijn echter nog dommer. Die hebben kennelijk niks geleerd van onze ervaring, want zij lieten de laag geprijsde en aanvankelijk inferieure Japanse auto's in een later stadium ook toe. En wat is het resultaat van die Japanse invasie? Dat de automarkt nu voor een belangrijk deel in handen is van Japan, terwijl Europa een marginale rol speelt”. Japan heeft zich economisch omhoog gewerkt ten koste van Europa en de VS. En dat is strijdig met het optimum van Pareto, waarbij de één erop vooruit gaat, zonder dat de ander erop achteruit gaat. Daaraan wordt volgens Coates wel voldaan als economische blokken zich afschermen voor oneigenlijke concurrentie.

De stelling dat Europa haar werkloosheid aan zichzelf heeft te wijten is niet nieuw. Begin maart verkondigde de Zweedse sociaal-democraat en oud-minister van financiën Allan Larsson in deze krant al eenzelfde standpunt. Van de investerings- en consumptiegoederen, had Larsson uitgerekend, komt maar 7 procent van buiten Europa. De Europese economie is dus een vrijwel gesloten systeem. Als er te weinig werk is, dan komt dat door een gebrek aan vraag naar goederen en diensten bij bedrijven en consumenten. Larsson pleit voor meer investeringen, Coates voor meer consumptie. Coates: “Met de produktiviteit en investeringen van het bedrijfsleven zit het wel goed. Zonder moeite zullen de Verenigde Staten en Europa erin slagen om de opbrengsten per werknemer elk jaar met 2 à 2,5 procent te laten toenemen. Dat betekent een verdubbeling van het totale reële inkomen van elke burger in de komende 35 jaar. Stel je dat eens voor: de generatie na ons is dubbel zo welvarend als wij.

“Het probleem van de toekomst is dan ook: hoe krijg je de produktiviteitswinst overgeheveld naar de zakken en beurzen van gewone mensen? De oplossing van het werkloosheidsvraagstuk heeft alles te maken met inkomensverdeling. Als je driehonderdduizend gulden per jaar verdient en je krijgt er duizend gulden bij, dan zul je die niet besteden. Als je maar twintigduizend gulden per jaar verdient zul je dat wel doen. Het ophopen van geld in de handen van een kleine groep welgestelden, wat nu in de VS gebeurt, is niet alleen slecht voor de democratie, maar ook voor de economie.”

Coates trekt deze lijn door naar de Europese Unie. Welvarende landen als Nederland en Duitsland kunnen alleen vooruit komen als hun produkten en diensten worden afgenomen door de minder gefortuneerde consumenten en bedrijven in Portugal, Griekenland en Ierland. Maar die moeten dat wel kunnen betalen. Inkomensoverheveling van rijk naar arm is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar vooral van economie. Coates: “Aan het begin van de volgende eeuw kunnen de West-Europese en Noord-Amerikaanse landen met inschakeling van slechts 70 procent van hun arbeidskrachten voorzien in al hun behoeften aan goederen en diensten en die van de landen waarnaar ze exporteren. Er is een gebrek aan banen, maar dat los je niet op door simpel te stellen dat alle werklozen aan het werk moeten, of door ze zonder enig uitzicht op carrière van overheidswege papier te laten prikken. We moeten meer banen creëren en dat doen we alleen door koopkracht te geven aan mensen en bedrijven die daar nu een tekort aan hebben.”

Daarmee zijn we terug zijn bij het protectionisme. Volgens Coates is niemand economisch gebaat bij volledig open grenzen. “Je kunt van de Chinezen niet verwachten dat ze zich volledig bloot stellen aan de competitie met Europeanen die per man twintig maal zoveel produkten maken als zij. Dat zou zelfmoord zijn. Zo ook kun je van Europanen niet verwachten dat zij zich bloot stellen aan de competitie van lage lonen-landen, waaronder China. Vrije competitie tussen economieën waar de verschillen tussen produktiviteit en inkomen zo groot zijn, trekt uiteindelijk iedereen economisch naar beneden in plaats dat iedereen er beter van wordt”.

Philips-topman Jan Timmer, die als geen ander de hoge loonkosten en korte werkweken van Nederlanders hekelt, moet het om deze reden bij Coates ontgelden. “Timmer, zegt Coates, zet Nederlandse arbeidskrachten af tegen 20 cent per uur koelies uit Singapore. De enige manier om daar tegen te concurreren is naar 19 cent per uur te gaan. Dat is de enige logische uitkomst van zijn manier van redeneren. Alle concessies die door de vakbonden en de werknemers aan Timmer worden gedaan zullen Nederland armer maken. Timmers' argument is idioot. In feite houdt hij de Nederlanders voor dat ze moeten kiezen voor armoede.” Gevolg: Singapore wordt rijker, Nederland armer. De bestedingen en dus de werkgelegenheid hier krijgen een knauw.

Moeten de Afrikaanse landen en Oost-Europa dan maar aan hun lot worden overgelaten? Nee, zegt Coates. Zijn pan-Europese economische benadering gaat niet uit van een statisch, maar van een uitdijend Europa. “Sinds de oprichting door de oorspronkelijke zes lidstaten”, zegt Coates, “is de Europese Gemeenschap voortdurend uitgebreid. Die beweging zal doorgaan. En moet ook doorgaan om te garanderen dat er voldoende vraag naar goederen en diensten blijft bestaan. Dat is de enige manier om nieuwe werkgelegenheid te creëren. Toen de EG Portugal als lidstaat toeliet, dacht ik aanvankelijk ook: 'is dat wel slim? Is Portugal daar economisch klaar voor?' Achteraf gezien bleek het een juiste beslissing. Naarmate de Europese Unie welvarender wordt en meer geïntegreerd raakt, neemt de waarde van nieuwe lidstaten voor het geheel toe. Natuurlijk moet Europa niet tien nieuwe Portugals ineens toelaten. Dat kan het systeem niet hebben.”

Ook zonder dat er nieuwe lidstaten bijkomen is er nog genoeg te doen voor Brussel. Zoals de regeling van de arbeidsverdeling. “Niet alle landen hoeven hetzelfde te produceren”, zegt Coates. “Laat de fabricage van kantoormachines over aan de Italianen en die van auto's en gereedschappen aan de Zweden. Laat de Duitsers en de Nederlanders zich specialiseren in chemische produkten. Binnen een economisch blok hoeven afzonderlijke landen niet te handelen alsof ze volledig onafhankelijk en geïsoleerd zijn. Nederland hoeft geen eigen vliegtuigindustrie te hebben. Tenzij jullie denken dat het nu net datgene is waarin jullie je onderscheiden van de rest.”

Het lijkt Coates enorm opwindend om in het huidige tijdsgewricht Europeaan te zijn. “De Europese Unie ontwikkelt zich heel snel”, zegt hij. Snel? Coates lacht: “Jullie denken dat het langzaam gaat, niet? Maar ik kijk daar anders tegenaan. Problemen zijn een teken van progressie. Als er geen problemen met de Europese eenwording waren, dan was er ook geen vooruitgang.” De ISO-certificaten voor kwaliteit van produkten en milieu-prestaties (ISO 9000 en ISO 14000) zijn volgens Coates het beste bewijs voor Europa's leiderschap op economisch gebied. “Toen Europa begon met ISO-certificaten gingen de Amerikanen op hun handen zitten. Maar inmiddels is het de wereldstandaard geworden. Voldoe je er niet aan, dan ben je out of business.” Voor Nederland is binnen dat ene, uitdijende Europa een wereld te winnen. Als we maar weten welke onderdelen van de Europese arbeidsverdeling wij voor onze rekening willen nemen. Die keuze, de formulering van een krachtig industriebeleid, is volgens Coates een typische taak voor de overheid.