Acht jaar IDFA; Verbond van koopman en verkondiger

De achtste IDFA is wederom groter dan de vorige aflevering. Het festival, opgericht door een groep maatschappelijk geëngageerde jonge vrouwen, groeide uit tot het voornaamste podium van kopers en verkopers van de 'creatieve documentaire' ter wereld. Een blik op de handel en wandel.

De IDFA-site is te vinden op: http://www.dds.nl/ ~ damocles/idfa/html/home.html. Het volledig programma, de alfabetische lijst van films en andere informatie over de IDFA zijn ook te raadplegen via de WEB-pagina's van NRC Handelsblad, http://www.nrc.nl vanaf zaterdag 2 dec.

Op de overloop van de eerste verdieping van De Balie heerst een georganiseerde chaos. Gasten, organisatoren en vrijwilligers, die in verschillende samenstelling rond de vergadertafel gaan zitten of een individueel klusje doen, worden door een Spaanse delegatie gemoedelijk voor de voeten gelopen. “Wij zijn een erg interactief festival”, zegt Ally Derks, directeur van het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). Ze doelt niet alleen op de IDFA-site op Internet, waar makers en liefhebbers van documentaires met elkaar kunnen discussiëren, maar ook op de permanente dialoog die tijdens het festival in de wandelgangen pleegt plaats te vinden. “Maar wij hebben geen star-appeal, zoals andere festivals”, vult IDFA-bestuurslid Jan Vrijman aan: “De hoerigheid van het speelfilmfestival in Utrecht past de documentaire niet. Bij ons gooit niet een leger sponsors er prijzen tegenaan. Het zoeken naar financiers vergt traditiegetrouw de grootst mogelijke inspanning.”

Ondanks de medewerking van honderd vrijwilligers, een totaal aantal bezoekers dat nog hoger zal zijn dan de 36 duizend van vorig jaar en de financiële ondersteuning van ondermeer Citroën Nederland en deze krant, heeft het festival dit jaar nog een tekort van anderhalve ton. Maar Ally Derks is ervan overtuigd dat ook dat gat zal worden gedicht, een geloof in eigen vermogen dat kenmerkend is voor de acht jaar oude organisatie. Derks werd na haar studie Theaterwetenschap een kleine tien jaar geleden coördinator van het educatieve filmfestival Festikon, waarna het Nederlands Film Instituut (NFI) haar vroeg voor de leiding van een documentair festival.

De eerste IDFA trok slechts 2.000 bezoekers, waarvan 25 gasten uit het buitenland - tegen naar verwachting 600 dit jaar. Het festival behoort nu, naast die in Nyon, Sint Petersburg en Marseille, tot de belangrijkste evenementen voor makers van de 'creatieve documentaire'. De explosieve groei van de IDFA, met sinds 1988 als thuisbasis het Amsterdams politiek-cultureel centrum De Balie, doet de organisatoren al naar een grotere accommodatie dan het Alfa-theater uitzien. Derks zou in de toekomst graag het tegenover gelegen City-theater huren, maar de kosten daarvan, drie ton, belopen het tienvoudige van die van de uitkoop van een week Alfa.

Jan Vrijman kwam in 1989, na zijn besluit om te stoppen met het maken van documentaires, als adviseur en bestuurslid bij het festival. “Ik dacht: ze hebben mij daar nodig”, zegt hij. “Ally, Willemien van Aalst en Adriek van Nieuwenhuyzen waren jong en enthousiast maar hadden weinig begrip van de boze buitenwereld. Ik heb daar met het nodige cynisme en realisme de beuk in gezet. Een paar jaar heb ik me er full-time mee bezig gehouden: hun fantastische ideeën zien waar te maken en met de pet langs geldschieters en instituties. En ik heb een ideologisch fundament gelegd: over de ordenende functie van de documentaire in een steeds chaotischer wordende informatiemaatschappij.”

Volgens Vrijman is Nederland hèt land om een documentair festival te situeren, want behalve dat het een belangrijke rol speelt op communicatiegebied, heeft Nederland met documentaristen als Van der Horst, Haanstra en Ivens een naam hoog te houden. “Wij hebben een belerende en een beeldende kant. Dat beeldende is tot uitdrukking gekomen in onze schilderkunst, het belerende in de dominees en columnisten. Op dramatisch gebied zijn we minder goed geëquipeerd - vandaar dat we geen speelfilmcultuur hebben.” Bij het festival behoorde geruime tijd een links politiek engagement. “Ik wilde vijf jaar geleden van dat geitenharen-sokken-imago af”, zegt Ally Derks. “Er is nog wel maatschappelijke betrokkenheid bij de films die we selecteren, maar dat wordt nu meer aan het individu opgehangen.”

Ook het koopmanschap, van oudsher eveneens een sterk Nederlands punt, speelt een belangrijke rol op de IDFA. Gedurende drie dagen zullen aanbieders en kopers van documentaires bij elkaar komen. Tijdens deze derde aflevering van 'Forum', een co-financieringsmarkt die zich afspeelt in Paradiso, vinden korte project-presentaties plaats en worden vooraf in de 'Groene catalogus' geselecteerde documentaire-filmprojecten door makers en omroepvertegenwoordigers bediscussieerd. Daarnaast worden in de wandelgangen individuele contacten tussen makers en zendgemachtigden gelegd en zijn ter consultatie experts op het gebied van financiering, archief-reseach, marketing, distributie en ondertiteling aanwezig.

“Vijfenzeventig procent van de op het Forum van vorig jaar gepresenteerde projecten is in productie of al gerealiseerd”, meldt trots Jolanda Klarenbeek, coördinator van de markt waarop de IDFA als lokale producent functioneert. Officieel is zij de directeur van de nauw aan het IDFA gelieerde Stichting Forum, die verantwoordelijk is voor de randvoorwaarden van de co-financieringsmarkt - de enige op dit gebied ter wereld. Het Forum, legt Klarenbeek op de eerste verdieping van de Balie uit, komt voort uit een samenwerkingsverband van vijf 'MEDIA 1'-projecten van de Europese Unie en heeft een totaal budget van 310.000 ECU (ruim ƒ 620.000). Ofschoon de organisatie dit jaar voor het eerste een aantal Amerikaanse zenders (Discovery Channel, CNN, National Geographic) verwelkomt, mogen uitsluitend Europese zenders een project (co-)financieren; wel mogen de Amerikanen uiteraard de uitzendrechten van een documentaire verwerven.

Belangrijkste voorwaarde voor de deelname van producenten/documentaristen is dat zij reeds 25 procent van hun financiering rond hebben. Vervolgens worden zij geconfronteerd met het puikje (“We hebben hier geen onderknuppels”) van de film-inkopers van Europese tv-stations en volgt het 'pitchen', een systeem van loven en bieden - in de voertalen Engels en Frans. Als de deelnemende partijen inhoudelijk en financieel tot een akkoord zijn gekomen, volgt het onderhandelen over het time-slot waarin de film moet passen; het komt voor dat een producent van zijn documentaire drie verschillende lengtes moet vervaardigen om drie verschillende afnemers tevreden te stellen. De televisie bepaalt steeds meer de documentaire-markt: Klarenbeek schat dat nu al zo'n tachtig procent van de in Europa gemaakte documentaires geheel of gedeeltelijk door zendgemachtigden is gefinancierd, waar enkele decennia geleden nog particuliere en overheidsfondsen de voornaamste geldschieters waren.

De Nederlandse organisatoren van 'Forum' verbazen zich over de geringe respons uit juist Nederlands omroepkringen. “Nederlanders hebben er de pee in om een projekt publiekelijk te moeten verdedigen”, stelt Klarenbeek vast. “En we hebben elk jaar moeite de omroepen hierbij te betrekken.” Het versnipperde Nederlandse omroepsysteem zal daar debet aan zijn, beaamt Klarenbeek, maar ook een praktisch punt: “Ze zitten niet in een hotel en zijn niet, zoals hun collega's van bijvoorbeeld ZDF, Arte, BBC, Canal Plus of Channel 4, hier drie dagen lang permanent aanwezig. Dat werkt een grotere vrijblijvendheid in de hand. Vooral de kleintjes zijn hier actief: de Humanistische Omroep Stichting, de IKON en de NPS. De NCRV was actief, maar de creatieve documentaire sneuvelde toen ze 'breed' gingen programmeren.”

Hoe het festival aandacht besteedt aan verschillende aspecten van het documentaire filmen, alsmede de inhoudelijke thema's die centraal staan, valt elders in deze bijlage te lezen. Dat het festival zo'n succes is geworden, is in belangrijke mate het resultaat van de vruchtbare samenwerking tussen Vrijman en Derks. “Jan weet het beste in me boven te krijgen”, zegt Ally Derks. “Hij brengt mij steeds weer een andere denkrichting bij, is een stimulerende vriend en mijn goeroe. Na een avond met hem bomen zit je weer boordevol ideeën.” Vrijman, geestdriftig, laat dat niet op zich zitten: “Zij is zó'n briljant mens, met een geweldige betrokkenheid bij zowel de samenleving als individuele mensen. Dit is de afdeling Houden Van.”

Acht jaar geleden, memoreert Vrijman, was de documentaire een vrijwel uitgestorven filmgenre. “Dit festival heeft de documentaire op de kaart teruggebracht, de vorm is zelfs spraakmakend geworden. Dachten we aanvankelijk dat de video een bedreiging van het genre zou betekenen, tegenwoordig omhelzen we video als vehikel in het ontvoogdingsproces.” Derks: “De nieuwe tendens in de creatieve documentaire is dat je als maker laat zien waar je zelf voor staat. Nu de koude oorlog is beslecht, doemt een nieuw vijandbeeld op: armoede, criminaliteit, incest.” De directrice staat te kijken van de vlucht die het festival heeft genomen: “We hebben er met 600 buitenlandse gasten maar 150 minder dan het Filmfestival Rotterdam. Maar zij doen het met een budget van 5,5 miljoen, en wij met 1,3 miljoen. Wij zijn nog altijd het ondergeschoven kindje.”