'Zolang er moed is, is er hoop, ook voor de armste landen'

AMSTERDAM, 29 NOV. Geen enkele economische situatie is menselijkerwijs uitzichtloos. Een land moet slechts durven zijn rug te rechten.

Michel Camdessus, de directeur van het Internationale Monetaire Fonds, raakte een filosofische toon bij de beantwoording van vragen van studenten na afloop van een openbaar college aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Camdessus, twee dagen in Nederland, wees op het wonderbaarlijke economische herstel in Oeganda en Peru, landen die enkele jaren geleden nog tot de rampgevallen van de Derde wereld werden gerekend. En nu boekt Oeganda een gemiddelde groei van zes tot acht procent per jaar en heeft Peru de snelst groeiende economie van Latijns Amerika.

“Er is nooit een wanhopige situatie”, aldus de IMF-directeur. “Als de leiders van een land besluiten de zaak aan te pakken, kunnen ze altijd op onze steun rekenen om de situatie te veranderen. En de omslag kan dan heel snel plaatsvinden.”

Camdessus erkende dat het proces van globalisering winnaars en verliezers kent. “Landen die zich niet willen aanpassen en buiten de hoofdstroom van de globalisering blijven, raken gemarginaliseerd. Landen die niet goed presteren, raken achterop.” Maar het IMF heeft een “staande uitnodiging voor alle lidstaten die slecht presteren om ze uit het ravijn te helpen”, stelde hij het publiek gerust.

De IMF-directeur, die in de loop van volgend jaar moet besluiten of hij nog voor een derde ambtstermijn van vijf jaar beschikbaar is, predikte de permanente revolutie. “Economische aanpassing is een eeuwig proces, een oneindige inspanning”, betoogde hij. Daarbij kan, erkende Camdessus, sprake zijn van toenemende sociale ongelijkheid. “Het proces van economische vooruitgang levert grotere ongelijkheid op. Deregulering en liberalisering leiden tot een toenemende inkomensongelijkheid. Dat is een feit. Het is de verantwoordelijkheid van overheden om dat te verbeteren en ongelijkheid te bestrijden.”

Dat moet volgens Camdessus niet gebeuren met straffe controles die een economie verstikken, maar door het begrotings- en belastingbeleid. Meer geld voor onderwijs en gezondheidszorg, een rechtvaardig belastingstelsel en de afschaffing van belastingvoordelen voor belangengroepen.

Nadat Camdessus zo het sociale gezicht van het IMF had beklemtoond, legde hij ook de nadruk op de milieuvriendelijkheid van aanpassingsbeleid. “Het IMF is een monetaire instelling, dus we hebben geen specifieke verantwoordelijkheid voor ecologische kwesties”, zei hij in antwoord op een studentenvraag. Maar een gezond macro-economisch beleid draagt bij aan de uitbanning van subsidies of kunstmatige prijzen die leiden tot verspilling van bijvoorbeeld energie. “Een slecht beleid genereert armoede en armoede leidt tot schade aan het milieu. Onze beleidsaanbevelingen zijn milieu-vriendelijk”, verzekerde Camdessus.

Voordat hij de vragen van de studenten beantwoordde, had Camdessus een college over de uitdagingen van de globalisering in de economie gegeven. Ten aanzien van de wereldwijde kapitaalstromen zei hij dat de financiële markten tegenwoordig de beleidsfouten uitvergroten. “Beleidsmakers hebben geen ruimte meer om fouten te maken, ze worden onmiddellijk genadeloos afgestraft”, aldus Camdessus. Waaraan hij toevoegde: “Maar natuurlijk zullen ze fouten blijven maken.” Hij verzekerde dan ook dat zich financiële crises in de wereld zullen blijven voordoen en dat het IMF klaar staat om die crises te bezweren.