Verwarring over gevaar geesteszieken

De wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen blijkt voor onduidelijkheid te zorgen. Een brochure moet helderheid bieden.

AMSTERDAM, 29 NOV. “De bovenbuurman, die volgens ons knettergek is, heeft mij na een heftige woordenwisseling geslagen. Ik belde de politie maar die kwam niet. Ze vroegen of er bloed was en dat was er niet”, vertelt een vrouw uit Amsterdam. De reactie van de politie was: laat de boel eerst maar eens uit de hand lopen, pas dan kunnen we wat voor u doen.

Regio-inspecteurs en burgemeesters beklaagden zich bij de inspectie voor de gezondheidszorg dat er bij politie en psychiaters onduidelijkheid bestaat over de ruimte die de wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) biedt. Een gedwongen opname komt tot stand door een uitspraak van de rechter, die met behulp van een geneeskundige verklaring van de psychiater beoordeelt of de geestesstoornis gevaar veroorzaakt. Deze week verscheen de brochure Gevaar in de Wet BOPZ om de wet, die sinds 1994 de Krankzinnigenwet vervangt, te verduidelijken.

Een ander geval. Een jonge verwarde vrouw uit de provincie valt dagelijks een samenwonend stel in de grote stad lastig. Zij belt op, zij belt aan en zij morrelt aan de deur. Zij waant zichzelf de aanstaande vrouw van de man des huizes - die zij van heel vroeger kent - en doet er alles aan om zijn vriendin het huis uit te pesten. De vrouw plaatst huwelijksadvertenties van zichzelf en de man in de krant en stuurt uiteindelijk een verhuiswagen naar het adres. De verhuizers zijn zeer verbaasd als blijkt dat de bewoners nog geen doos hebben ingepakt. De politie werd al vaak ingeschakeld. Meer dan een straatverbod uitvaardigen kon zij niet. “Er moet eerst ècht iets gebeuren voordat we haar mee mogen nemen”, luidt de steeds terugkerende reactie van de politie. Moet ik me dan in elkaar laten slaan, vraagt de vriendin zich vertwijfelt af. Een oplossing is niet in zicht.

Jaarlijks worden ruim vierduizend mensen gedwongen opgenomen. Dat is zo'n twaalf procent van het totaal aantal opnames in psychiatrische ziekenhuizen. Volgens jurist F. Beumers van de inspectie zijn er in de huidige wet tal van mogelijkheden om psychiatrische patiënten tegen hun wil op te laten nemen. Als algemene regel geldt dat de patiënt een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen of voor de algemene veiligheid van personen en goederen. “Uit de praktijk blijkt dat het gevaarscriterium zo verschillend wordt geïnterpreteerd dat in sommige gebieden patiënten niet worden opgenomen en in andere wel. In grote steden zijn veel meer mensen die afwijkend verdrag vertonen. Je ziet dat men daar strikt de wet volgt. In kleinere steden komen crisissituaties minder vaak voor. Men is daar geneigd het soepeler op te lossen.”

De politie van Amsterdam schakelt meteen een psychiater van de crisisdienst in als men vermoedt met een gestoorde patiënt van doen te hebben. Voorlichter K. Wilting: “Toch komt het voor dat wij denken 'hoe is het in godsnaam mogelijk dat deze man of vrouw nog op straat loopt' al moeten we ervan uitgaan dat de psychiater toch de deskundige is.” Volgens Wilting bestaat er een verschil van mening tussen de politieman op straat en de professionele hulpverlener. Voor een deel wijt hij dat aan de verschillende interpretatie van het 'gevaarscriterium'. “Wanneer is iemand gevaarlijk? Dat is voor iedereen toch anders?”

De inspectie stelt dat het schemergebied van wat nu precies gevaar is, een van de belangrijkste struikelblokken binnen de BOPZ is. 'Gevaar' hoeft zich niet gemanifesteerd te hebben. Dàt er een aanzienlijke kans op 'gevaar' is, is voldoende reden om iemand tegen zijn wil op te kunnen nemen.

De meeste psychiaters vinden de wet op zichzelf duidelijk. Alleen, zo stellen zij, zou de rol van de psychiater moeten ophouden bij de medische verklaring. Psychiater B. van Wel, werkzaam in het psychiatrisch centrum Westeres in Almelo: “Nu wordt er van ons verwacht dat wij beoordelen of iemand gestoord is én of die stoornis tot gevaarlijke situaties kan leiden. Dan zitten we al op de stoel van de rechter. Die dubbelrol komt voort uit de BOPZ.” Van Wel volgde zijn opleiding in Amsterdam en werkt nu sinds enkele jaren in het oosten van het land. “We zijn wat milder. De gevaarscriteria van de BOPZ lijken hier wat ruimer te worden geïnterpreteerd. Iedereen is het in zo'n kleine gemeenschap al gauw met elkaar eens of het voor iemand beter is dat hij wordt opgenomen of niet.”

Twee gebeurtenissen stonden de Inspectie, en het ministerie van VWS dat ook om verduidelijking van de BOPZ vroeg, bij het maken van de brochure steeds helder voor ogen. De gestoorde man uit de Vrolikstraat in Amsterdam die een Turks meisje met een tafelpoot doodsloeg en de dertigjarige schizofrene Surinaamse vrouw die vorig jaar van honger en kou om het leven kwam. Zij is een voorbeeld van de groep 'zorgwekkende zorgvermijders' die alle hulp van zich afhouden omdat zij die in hun eigen ogen niet nodig hebben.

Dat gedwongen opname wegens 'zelfverwaarlozing' niet zou kunnen, is volgens de inspectie eveneens een misverstand. Beumers: “Ernstige zelfverwaarlozing is niet altijd een eigen keuze van iemand. Psychiaters zijn geneigd het principe van de zelfbeschikking te hoog in het vaandel te houden, maar als bijvoorbeeld iemand midden in de winter niet meer eet en de verwarming uitdraait omdat hij denkt dat hij vergiftigd wordt, moet je zo iemand tegen zichzelf beschermen - dat kan binnen de regels van de BOPZ.”

Ook het 'gevaar' voor derden is niet altijd even duideijk. Beumers: “Dat gevaar moet veel eerder gesignaleerd worden. Je kunt een demente bejaarde die steeds vergeetachtiger wordt en het gas eigenlijk nooit meer uitdraait niet verantwoordelijk stellen voor enorme branden die zouden kunnen ontstaan. Zo iemand is beter af als hij gedwongen wordt opgenomen in een verpleeghuis.”