Studie naar gevolg BTW-verlaging

DEN HAAG, 29 NOV. Om een einde te maken aan de impasse tussen de Europese Commissie en het Europees parlement over de werkgelegenheidsaspecten van een eventuele BTW-verlaging voor arbeidsintensieve diensten wordt een onafhankelijk onderzoeksbureau ingeschakeld.

In september schaarde het parlement zich met ruime meerderheid achter een amendement om het BTW-instrument in stelling te brengen om “lokaal gebonden arbeidsintensieve diensten” te stimuleren. Tevens wilde de Europese volksvertegenwoordiging dat milieuvriendelijke produkten fiscaal worden gestimuleerd door een lager BTW-tarief.

Nederland stelde via staatssecretaris Vermeend (financiën) en PvdA-Europarlementariër Metten het afgelopen jaar veel in het werk om de Commissie en de raad van ministers van financiën van de Unie (Ecofin) enthousiast te krijgen voor het voorstel. Den Haag staat tot nu toe echter alleen binnen de Ecofin.

De meeste lidstaten zitten niet te wachten op een derving van belastinginkomen als gevolg van een BTW-verlaging. België spande zelfs een rechtszaak aan bij het Europese hof van justitie. Dit land is tegen het plan van de Commissie om de lidstaten zelf de keuze te laten of zij de sierteelt in het hoge, dan wel het lage tarief willen plaatsen. België, dat in tegenstelling tot Nederland het hoge tarief hanteert, vreest dat zij door een interne lobby wordt gedwongen het lage tarief in te voeren. Dat zou de schatkist een verliespost van honderden miljoenen guldens opleveren.

Ook de Commissie voelt er weinig voor met een voorstel te komen. De BTW is geen geschikt instrument om de werkgelegenheid te bevorderen, wel een uitstekend middel om belasting te innen, vindt Europees commissaris Monti die belast is met financiële diensten en belastingen. Zelfs een verzoek van Nederland om een experiment ten gunste van schoenlappers toe te staan, weigerde hij.

Vermeend heeft inmiddels in een bozige brief bij de commissaris aangedrongen zijn standpunt te herzien. Maar de commissie ziet niet goed in op welke juridische basis zij Den Haag een uitzonderingspositie kan verlenen. Ook Metten acht de juridische positie van Nederland niet erg sterk. Als Vermeend op eigen houtje het experiment wil doorvoeren, overtreedt Den Haag de Europese regels en stapt de commissie ongetwijfeld naar het hof, aldus Metten. Hij hoopt echter dat het onderzoek uitwijst dat er wel degelijk positieve signalen van een BTW-verlaging uitgaan. In dat geval, zo heeft hij van Monti begrepen, zal de commissie zijn standpunt opnieuw bezien.

Het onderzoeksbureau moet eind volgend jaar zijn rapport gereed hebben.