Strenge eisen KNVB bij verkoop voetbalrechten

ZEIST, 29 NOV. Ajax zal vanaf volgend seizoen elk competitie-weekeinde op een vast tijdstip, in een duidelijk herkenbaar voetbalprogramma te zien zijn op de Nederlandse televisie. Volgens de plannen van de KNVB met de verkoop van de voetbalrechten, zullen de beelden van de Amsterdamse wereldkampioenen niet meer in een sportprogramma worden uitgezonden dat ook aandacht besteedt aan korfbal of zwemmen.

Dat bleek gistermiddag bij een persconferentie van de KNVB in Zeist. De voetbalbond zal geen eigen sportzender opzetten, maar de uitzendrechten van voetbalbeelden voor de komende vier seizoenen verkopen aan één of meer bieders. De voetbalbond verwacht daarvoor een bedrag dat veel hoger is dan de 27 miljoen gulden per jaar die de bond nu krijgt voor de competitie en de interlands. Bovendien stelt de bond bij de verkoop een groot aantal eisen aan de kandidaat-kopers over de programmering en de vorm van de voetbalprogramma's.

Aan een eigen sportzender is de KNVB nog niet toe, concludeerden de drie onderhandelaars van de KNVB, sectiebestuurslid Peter Groenenboom, directeur betaald voetbal Peter Vogelzang en Arie van Eijden, directeur commerciële zaken. Het financiële risico van een eigen zender is groot. Bovendien is het de taak van de voetbalbond om een competitie te organiseren, niet om tv-programma's te maken. De KNVB zal derhalve de rechten, voor de periode van 1996 tot 2000, verkopen aan een of meer van de acht gegadigden aan wie een bidbook ter beschikking is gesteld. Dat zijn vijf Nederlandse zendgemachtigden (NOS, Holland Media Groep/RTL/Veronica, SBS, Arcade en Supersport) en een drietal buitenlandse 'rechten-makelaars' (onder meer het Duitse Ufa). Uiterlijk 15 december wil de KNVB het bod van de kandidaat-kopers binnen hebben. Eind januari neemt de KNVB een beslissing.

De KNVB rekent bij de verkoop niet op de bedragen die er in Italië, Duitsland, Frankrijk en Engeland (100 tot 250 miljoen gulden per jaar) worden betaald voor de voetbalrechten. Die landen hebben drie tot vier keer zoveel inwoners. Maar de KNVB heeft wel de conclusie getrokken dat zijn produkt meer waard is dan wat er nu voor wordt betaald. “Nederland loopt, zeker de laatste twee jaar, uit de pas”, zei Groenenboom.

De KNVB is zich terdege bewust van het belang van de onderhandelingen voor de toekomst van het medialandschap in Nederland. “Voetbal garandeert hoge kijkcijfers. Naar voetbal kijken de doelgroepen die adverteerders willen bereiken”, zei Van Eijden. De voetbalrechten zijn in een aantal Europese landen (Italië, Engeland, Duitsland, Frankrijk en België) een machtig wapen in de strijd om marktaandeel tussen de publieke omroep en de commerciële zenders. De ene na de andere grafiek vloog gisteren over het scherm, maar de conclusie was telkens dezelfde. Wie de voetbalrechten heeft, heeft de beste kijkcijfers.

Uit de markt-analyse was af te leiden dat in Nederland een verkoop aan twee of drie tv-zenders het meest waarschijnlijk is. De KNVB heeft er belang bij dat er geen monopolie onstaat. Een monopolist zou te veel macht krijgen, zo waarschuwden onder meer Ster en IP, de advertentieverkopers van de publieke omroep en van RTL/Veronica.

Voor de toekomst heeft de KNVB de voetbalbeelden verdeeld in zeven blokken. Dat zijn de eredivisie, de eerste divisie, de bekerstrijd, de wedstrijd om de Super-Cup, het Nederlands elftal en het olympisch elftal. Het zevende blok is een wekelijks 'KNVB-journaal' van een uur met bijvoorbeeld jeugd-, vrouwen-, amateur-, en zaalvoetbal.

De KNVB heeft in het bidbook bepaalde combinaties van die blokken voorgesteld. Het is waarschijnlijk dat bijvoorbeeld de koper van de eredivisiebeelden er de eerste divisie, het olympisch elftal en het KNVB-journaal bij zal moeten nemen. De beelden van interlands, bekerstrijd en Super-Cup kunnen dan naar een andere zender.

Om zich te verzekeren van een goede 'kwaliteit van het produkt voetbal' heeft de KNVB een aantal eisen geformuleerd waaraan de voetbalprogramma's in de toekomst moeten voldoen. De zeven blokken moeten ieder een eigen programma worden, met een eigen decor, een begin en een einde. In praktijk mag bijvoorbeeld de eredivisie geen onderdeel meer zijn van Studio Sport, als daar ook andere sporten in te zien zouden zijn. De competitie-beelden moeten bovendien 'horizontaal geprogrammeerd' worden: elke week op hetzelfde tijdstip. Van de competities en de laatste fase van de bekerstrijd dienen alle wedstrijden in samenvatting op tv te komen, zodat de clubs en hun shirtsponsors verzekerd zijn van zendtijd.

De uitzendrechten zijn eenmalig, inclusief het recht op een herhaling binnen 24 uur. Daarna zal de KNVB de rechten verder uitbaten. Verder wil de KNVB dat op televisie de eredivisie wordt aangeduid als de PTT Telecompetitie en de bekerstrijd als de Amstelcup. Sponsors (van de clubs en de bond) dienen voorrang te krijgen bij de verkoop van reclame-zendtijd bij de voetbalprogramma's. De zenders dienen promotiefilmpjes uit te zenden om het bezoek aan voetbalstadions te bevorderen. De KNVB wil de beschikking krijgen over Teletekst-pagina's.

“Deze eisen waren geen probleem voor onze gesprekspartners”, vertelde Van Eijden. “Het zijn heel normale eisen, vergelijkbaar met wat er in de ons omringende landen gebeurt”, zei Groenenboom.

Tenslotte onderzoekt de KNVB de mogelijkheid de televisie-beelden zelf te produceren, of de produktie daarvan aan bepaalde voorschriften te laten voldoen.