'Pannenkoek' is helemaal geen Nederlands woord

Wat is er eigenlijk mis met de Nederlandse taal? Vanaf de Eerste Wereldoorlog zijn om de haverklap spellingcommissies ingesteld, maar hun werk heeft volgens G.C. Molewijk nog nooit iets goeds opgeleverd. Ook in de nieuwe Van Dale, die gisteren werd gepresenteerd, zijn weer overbodige en absurde wijzigingen aangebracht.

In Nederland en Vlaanderen wordt met ingang van 1 september 1997 bij de overheid en in het onderwijs een nieuwe spelling van kracht. Daarop vooruitlopend werd gisteren in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag het eerste exemplaar van een in deze spelling gestelde grote Van Dale gepresenteerd. Tegelijk werd aangekondigd dat er ook een eigen Spellinggids zal worden uitgegeven. Het was al bekend dat de Sdu binnenkort een onder auspiciën van de Nederlandse Taalunie omgespelde uitgave van de Woordenlijst van de Nederlandse taal op de markt brengt.

Er is met deze zogeheten 'nieuwe spelling' echter iets paradoxaals aan de hand. Enerzijds wordt er een heel belangrijke stap in de goede richting gezet, maar anderzijds worden er absurditeiten geïntroduceerd. Om deze kwestie in de juiste context te kunnen plaatsen, is het nodig om eerst kort terug te blikken.

Hoewel er nooit is aangetoond dat er iets aan ons spellingsysteem mankeert, zijn er vanaf de Eerste Wereldoorlog om de haverklap spellingcommissies ingesteld. De leden daarvan hadden de menselijke behoefte om met iets tastbaars voor de dag te komen en deden dus meestal de aanbeveling om de spelling te wijzigen. Hierdoor is het geestelijk klimaat geschapen waarbinnen drie spellingwijzigingen (1934, 1947 en 1955) konden plaatsvinden. Deze wijzigingen hebben geen enkel positief effect gehad. Er is bij de gebruiker alleen maar grote onzekerheid ontstaan.

Maar begin 1994 werd dit patroon doorbroken. Het lekte uit dat de commissie-Geerts geknutsel als kultuur, teorie, sitroen, sjirurg en paddenstoel tot 'wetenschap' had verheven en deze spellingen ingevoerd wenste te krijgen. De taalgebruiker reageerde woedend op deze poging om de traditionele, Nederlandse woordbeelden te vernietigen. Er ontbrandden felle discussies waarin de commissieleden inhoudelijk werden verslagen. Geen van hen kon namelijk aantonen dat de wijzigingsvoorstellen enig nut hadden. Geerts gaf zelfs toe dat er helemaal geen spellingproblemen bestonden en dat zijn commissie dus nooit bestaansrecht had gehad.

De Nederlandse en Vlaamse ministers van onderwijs en cultuur die samen het beleidsorgaan van de Nederlandse Taalunie vormden - Ritzen, d'Ancona, Weckx en Van den Bossche - namen toen voor het eerst in tachtig jaar een spellingbesluit dat rekening hield met de wensen van de taalgebruiker. De ministers wezen de kultuur-en-sitroen-plannen van de commissie af. Zij namen echter wel enkele kleinere voorstellen over waarvan het nut twijfelachtig is, zoals het idee om in samenstelling het trema (zeeëgel) door een streepje te vervangen (zee-egel). De ministers stelden nog iets anders voor. Bij de wijziging van 1955 waren twee serieuze verslechteringen geïntro- duceerd. In de eerste plaats werd bij een aantal woorden de normale spelling (concert, thee) weliswaar als 'voorkeurspelling' gehandhaafd, maar er werd tevens een door de commissie bedachte 'nakeurspelling' (koncert, tee) aan vastgehecht. Deze dubbelspellingen hebben nooit enig zinnig doel gediend en zorgden alleen voor een veertigjarige periode vol verwarring. In de tweede plaats werd voor de tussen n een ondoorzichtige regel opgesteld. Hierdoor ontstond de nu veertig jaar lang volgehouden gewoonte om over de kwestie bessenjam versus bessesap te zaniken.

De ministers concludeerden dat deze twee in 1955 geïntrodu- ceerde verslechteringen weer konden worden weggenomen. Zij redeneerden als volgt. Omdat in ons taalgebied de voorkeurspelling de status van Algemeen Beschaafde Spelling heeft en door bijna iedereen wordt gebruikt, kan de nakeurspelling zonder bezwaar worden ingetrokken.

Die gelegenheid kan dan tevens worden benut om een paar 'innerlijke tegenstrijdigheden' (lees: drukfouten) te verbeteren, bijvoorbeeld door de spelling fotocopie aan die van kopie aan te passen. Bovendien kan er voor de tussen n een beter hanteerbare regel worden geformuleerd, waardoor bessesap en trappehuis in bessensap en trappenhuis veranderen, maar koninginnedag en maneschijn gelijk blijven. Er vinden dan geen hinderlijke verstoringen van het woordbeeld plaats. De ministers vroegen de herstellingswerkzaamheden zodanig uit te voeren, dat de 'nieuwe' spelling zo dicht mogelijk bij de bestaande zou aansluiten.

Sinds gisteren weten we dat dit onvoldoende is gelukt. De nakeurspelling is weliswaar ingetrokken en er is een handvol 'innerlijke tegenstrijdigheden' weggewerkt, maar er zijn ook overbodige wijzigingen aangebracht. Zo zijn de voorkeursvormen propaedeuse en quantummechanica in propedeuse en kwantummechanica veranderd. Die laatste spelling is zelfs tamelijk absurd omdat dat woord het 'latijnse' meervoud quanta kent. Ook absurd is dat Van Dale de spelling pannenkoek heeft aanvaard. Het is strijdig met de intuïtie van de gewone taalgebruiker om in zulke woorden een n te schrijven. Pannenkoek klinkt zeer ongewoon en is feitelijk niet eens een Nederlands woord. Het is wonderlijk dat een schitterend woordenboek als Van Dale zo'n spelling heeft willen opnemen.

Overigens wijken de Van Dale en de Sdu-lijst op een aantal punten van elkaar af. Zo zou volgens de nieuwe regel zoëven (met trema) in zo-even (met streepje) moeten worden veranderd. Het woord zoëven is, net als radio-omroep formeel een samenstelling. Toch handhaaft Van Dale de spelling met trema. Een uitstekende keus omdat de taalgebruiker dat woord niet als een samenstelling ervaart. Helaas is in de Sdu-lijst dit woord wèl van een streepje voorzien, een spelling die de taalgebruiker het beste als een drukfout kan beschouwen.

Dit alles is onverteerbaar. Het Nederlands heeft er tachtig jaar onder geleden dat de spelling voortdurend door spellingcommissies is gedestabiliseerd. En net nu het erop lijkt dat dat onvolwassen geknutsel zal worden gestaakt en dat de twee serieuze mankementen aan onze spelling worden verholpen, worden we opgezadeld met een spelling die bij sommige woorden zonder enige noodzaak sterk afwijkt van wat gangbaar is.

Dit moet anders. Als het over onze moedertaal gaat, heeft de taalgebruiker het recht om zich zeer kritisch op te stellen. De afwijkingen in Van Dale en de Sdu-lijst lijken mede door haastwerk te zijn veroorzaakt. De toepassing van de nieuwe regels is te rigoreus gebeurd.

Verder zijn die regels niet altijd nauwkeurig omschreven en op het verzoek van Van Dale om samen te werken is door de Taalunie afwijzend gereageerd. Er is dus veel dat de wenkbrauwen doet fronsen.

Staatssecretaris Nuis (onderwijs en cultuur) zou de spellingkwestie nog eens opnieuw moeten overdenken. In de eerste plaats doet hij er verstandig aan ondubbelzinnig te (her)bevestigen dat er geen nieuwe spellingcommissies meer worden benoemd. Want men vergisse zich niet: er staan nog altijd mensen gereed die maar wat graag in spellingcommissies zitting willen nemen en als we niet oppassen zal het achter ons liggende drama zich herhalen. Ook Geerts zei gisteren te hopen dat er nu snel een kultuur-en-sitroen-spelling komt.

In de tweede plaats zou de staatssecretaris moeten bevorderen dat de Van Dale en de woordenlijsten zo snel mogelijk op afwijkende spellingen worden onderzocht. Het moet mogelijk zijn om tussen nu en 1 september 1997 deze onvolkomenheden op te sporen en in herdrukken te verbeteren. Het gaat immers om slechts een beperkt aantal woorden. De Staatsuitgeverij en latere Sdu heeft in het verleden op dezelfde wijze in de Woordenlijst geruisloos enkele fouten verbeterd. Onze taal is te belangrijk om deze extra inspanning niet te leveren.