Kamer wil cijfers onrendabele lijnen

DEN HAAG, 29 NOV. Gisteravond, half zes. In de hal naast de grote zaal van de Tweede Kamer praat het Kamerlid Van Gijzel (PvdA) voor de camera's van Den Haag Vandaag over de busstaking van aanstaande vrijdag. Van 't Riet (D66) zit op een van de zwartleren banken te luisteren. Tussen haar vingers rolt een sigaret heen en weer. Het is één uur na een ingelaste, extra procedurevergadering, gewijd aan het debat over de verzelfstandiging van de spoorwegen. Dat debat staat op de agenda voor 11 december.

Maar sinds de procedurevergadering is het niet meer zeker of het dan plaats zal hebben. De Tweede Kamer durft het debat niet langer zonder meer aan, nu men verstoken is gebleven van informatie over onrendabele lijnen waarom wel gevraagd was. Enkele weken geleden vonden de leden van de vaste commissie voor verkeer en waterstaat in hun postvakjes een memorandum van McKinsey over onrendabele lijnen, met een begeleidende brief van de minister. In het memorandum stonden wel enkele grafieken, maar zonder cijfers langs de assen. Dat was niet de bedoeling. Een verzoek om meer details werd door de minister afgewezen. Afgelopen vrijdag liet Jorritsma weten de gevraagde gegevens echt niet vrij te willen geven. Achtergrond is dat er nog geen overeenstemming tussen departement en NS bestaat over hoe de kosten worden toegerekend aan onrendabele treinverbindingen waarvoor het departement een contract gaat afsluiten.

Tijdens de procedurevergadering werd besloten dat commissie-voorzitter Biesheuvel (CDA) de minister zou bellen, om te vragen of ze tekst en uitleg kan geven. Van 't Riet heeft haar sigaret nog steeds niet aangestoken, als Biesheuvel komt vertellen dat Jorritsma morgenmiddag langs zal komen. De minister was volgens hem 'not amused', “maar ze doet het wel”. Wanneer Biesheuvel de sigaret ziet, zegt hij dat steeds meer leden van de commissie de afgelopen weken naar sigaretten grijpen, “waarschijnlijk omdat de druk zo groot is”. Want: “De vraag voor de commissie is nu, of ze op basis van deze informatie een zo verstrekkend besluit wil nemen.”

De Tweede Kamer is bang dat de spoorwegen “een blanco cheque” krijgen, zegt Van 't Riet. En Van Gijzel: “We weten gewoon niet hoeveel onrendabele lijnen er zijn.” Een in opdracht van het parlement verricht onderzoek naar het verzelfstandigingscontract door het bureau IME-consult heeft niemand echt gerustgesteld. Het bureau vond het contract in alle opzichten goed. En nu ligt er het memorandum van McKinsey, waarvan de conclusie luidt dat de rekenmethode die NS Reizigers hanteert om de rentabiliteit van lijnen te bepalen correct is. Verfijningen zijn weliswaar mogelijk, maar de effecten daarvan vallen in het niet bij die van keuzes over kostentoedeling.

Volgens het memorandum voldoen slechts twaalf van de in totaal honderd treinseries van NS aan de rendementseis van tien procent. Deze treinseries - de intercity's - zijn wel goed voor de helft van alle reizigerskilometers. Niet alle stoptreinen leveren verlies op, maar geen van alle voldoen ze aan de door de raad van bestuur gevergde rendement van tien procent, nodig geacht voor een bedrijf dat op eigen benen moet staan.

Uit het memorandum blijkt tevens dat het begrote bedrijfsresultaat van NS Reizigers voor 1995 - het jaarverslag komt op 18 april 1996 - 40 miljoen gulden bedraagt. Dit is echter inclusief 150 miljoen exploitatiebijdrage van de overheid. Die exploitatiebijdrage zal de komende jaren geleidelijk dalen tot nul. Wordt deze bijdrage niet meegerekend, dan bedraagt het begrote bedrijfsresultaat dus min 90 miljoen gulden. Om zónder exploitatiebijdrage van de overheid te voldoen aan de rendementseis van tien procent zou er zelfs 480 miljoen gulden meer moeten binnenkomen (of dankzij effectiever werken minder moeten worden uitgegeven).

Politiek gaat het nu om de vraag hoeveel geld het departement straks moet uittrekken om onrendabele lijnen open te houden. Vooralsnog heeft Jorritsma daarvoor een bedrag gereserveerd dat oploopt tot 80 miljoen gulden in het jaar 2000. Volgens de NS is dat niet genoeg. Gezien de kloof van 480 miljoen tussen het huidige en het gewenste bedrijfsresultaat is dat niet verwonderlijk. Voor de Kamer is de vraag hoeveel van die 480 miljoen NS Reizigers de komende jaren zelf kan opbrengen door kostenreductie en het binnenhalen van nieuwe klanten, en hoeveel er mogelijk uit 's rijks kas moet worden betaald.

Aangezien de Kamer meer lijkt te willen uittrekken voor de onrendabele lijnen dan Jorritsma, heeft de NS er alle belang bij dat de Kamer die wens ook kan onderbouwen. De bezwaren tegen het verstrekken van gedetailleerdere gegevens over treinseries komen dan ook niet zozeer uit de koker van NS, maar uit die van het departement. Jorritsma wil de handen vrijhouden voor latere onderhandelingen over bijdragen voor onrendabele lijnen, en niet al op voorhand een groter bedrag reserveren dan die 80 miljoen. De minister zou de Tweede Kamer vanmiddag om drie uur achter gesloten deuren te woord staan.