Industriële bedrijven wordt bij vestiging weinig in de weg gelegd; Negatief imago Waddengebied onterecht

LEEUWARDEN, 29 NOV. Het Waddengebied kampt met een negatief imago als vestigingsplaats van bedrijven. Uitbreiding is moeilijk, de milieubeweging heeft het er voor het zeggen en die wordt weer gesteund door de Planologische Kernbeslissing Waddenzee (PKB). Zo althans zijn de heersende opvattingen bij het bedrijfsleven.

Klopt dat beeld wel met de feiten, zo vroegen de Waddenprovincies Groningen, Friesland en Noord-Holland zich af. Ingenieursbureau Oranjewoud vergeleek het verstrekken van bouw- en milieuvergunningen, het vaststellen van bestemmingsplannenen, het aantal controles en sancties en de hoeveelheid bezwaren en beroepen door milieuorganisaties in de Eemshaven, de haven van Lauwersoog en de industriehavens in Delfzijl, Harlingen en Den Helder met industriegebieden langs de Westerschelde en de grote rivieren. De uitkomst is opmerkelijk, zij het niet verrassend, aldus de Groningse gedeputeerde J. van Dijk. Want de vergunningverlening in het Waddengebied blijkt niet af te wijken van gebieden in de rest van Nederland. “Met de PKB valt prima te leven, zo wisten wij al. Het bevorderen van vestiging van industriële ondernemingen en het beschermen van Waddennatuur kunnen goed samengaan.”

Uit het onderzoek blijkt dat industriële ondernemingen in het Waddengebied bij bestemmingsplannen en bouwvergunning weinig in de weg wordt gelegd. In de Eemshaven geldt echter wel een verbod op de vestiging van bedrijven die bij calamiteiten onherstelbare schade aan de natuur toebrengen. Tenzij men kan aantonen dat dit gevaar niet aanwezig is. Volgens hoogleraar bestuursrecht prof. mr. P.J.J. van Buuren speelt deze “moeizame” regeling echter geen rol bij de vestiging van bedrijven. Uit het onderzoek wordt tevens duidelijk dat er langs de Waddenzee geen strengere of specifiekere milieuvoorschriften gelden dan in de rest van het land. Wel worden er meestal bezwaar- en beroepsschriften ingediend door milieuorganisaties zoals de Waddenvereniging, hetgeen leidt tot langere procedures. En juist die bezorgen de Waddenkust een slechte naam bij ondernemers.

Door de vele bezwaren neigen overheden er bovendien toe zorgvuldiger en formeler met het verstrekken van vergunningen om te gaan. Milieuorganisaties zouden daarom in een vroeg stadium bij het overleg tussen gemeente en bedrijfsleven over een vergunningverlening betrokken moeten worden, aldus de onderzoekers. Hierdoor kunnen bezwaarprocedures aanmerkelijk verkort worden. Dit was de belangrijkste aanbeveling die vorige week in Leeuwarden is gedaan tijdens het symposium “Vergunningverlening aan bedrijven langs de Waddenzee en elders in het land”.

Van Buuren opperde om dit in een convenant vast te leggen voor een periode van drie à vier jaar. Van Dijk pleitte voor een centraal punt waar overheden, bedrijfsleven en belangenorganisaties samenwerken in hun streven naar snelle procedures. Ook de Waddenvereniging juicht meer overleg toe.