Hof spreekt bestuurders van Brunssum ook vrij

's-HERTOGENBOSCH, 29 NOV. Het gerechtshof in Den Bosch heeft gisteren vier ex-wethouders en de ex-gemeentesecretaris van de gemeente Brunssum in hoger beroep vrijgesproken van valsheid in geschrifte. Zij werden ervan beschuldigd dat zij collegebesluiten achteraf van een valse datum hadden voorzien met de bedoeling de toenmalige burgemeester H.W. Riem, die verdacht werd van corruptie, aan materiaal te helpen om zijn onschuld te bewijzen. Het hof bevestigt met zijn arrest het vonnis van de rechtbank in Maastricht, die de vijf eerder dit jaar eveneens had vrijgesproken.

Toen burgemeester Riem begin 1993 enkele dagen voor verhoor was vastgehouden, kwam hij met de wethouders en de gemeentesecretaris tot de conclusie dat het beter was enkele besluiten die destijds niet of onvolledig waren opgeschreven, alsnog op papier te zetten of aan te vullen. Een van de besluiten had betrekking op de vergoeding van de kosten van een reis naar Israel, de twee andere op nevenfuncties die Riem had aanvaard bij een baggerbedrijf en de organisatie van grindproducenten. Over beide kwesties was Riem tijdens de verhoren aan de tand gevoeld. De nieuwe besluiten werden voorzien van de datum waarop zij in eerste instantie ter sprake waren gekomen.

Evenals de rechtbank achtte het hof de valsheid in geschrifte niet bewezen omdat niet was gebleken dat er in 1993 iets anders op papier was gezet dan wat in 1992 was afgesproken. De vijf verdachten, die verscheidene dagen voor verhoor werden vastgehouden, hebben ook steeds beweerd dat zij geen andere bedoelingen hadden dan de gemeente Brunssum buiten de affaire-Riem te houden. Tijdens de zitting voor het hof heeft de Nijmeegse hoogleraar prof. P. Hennekens als getuige-deskundige verklaard dat dergelijke antedateringen niet ongebruikelijk zijn in de bestuurspraktijk. Daartegenover stond de mening van de Leidse bestuursdeskundige prof. dr. W. Derksen, die de gang van zaken hoogst onzorgvuldig noemde.

De vier wethouders en de gemeentesecretaris hebben aangekondigd dat zij de materiële en immateriële schade die zij hebben geleden, op de staat willen verhalen. Bovendien willen twee van de vier ex-wethouders hun zetel in het college weer innemen.