'Het Westen oefent te veel druk uit op Afrika'

Gisteren sloot de Global Coalition for Africa, een denktank van Afrikaanse en Europese politici en beleidsmakers, haar bijeenkomst af in Maastricht. Eén van de eregasten op de bijeenkomst was de voormalige president van Tanzania, J ULIUS NYERERE. Een vraaggesprek.

MAASTRICHT, 29 NOV. Zijn socialistische experiment gaf een hele generatie Westerse intellectuelen in de jaren zeventig de hoop dat de op het oude continent al wat uitgebluste vlam van de heilsleer een nieuw leven zou vinden in Afrika. Dat het ooit nog wat wordt met het 'ujama-socialisme' in Afrika gelooft Julius Nyerere, voormalig president van Tanzania, echter niet meer. Hij hoopt alleen nog dat het Westen Afrika de tijd geeft om zelf zijn weg naar “de onvermijdelijke Coca-Cola” te vinden. “De druk van het Westen is te groot. Er worden allerlei absurde eisen gesteld aan Afrika die de stabiliteit van het continent in gevaar brengen.”

Volgens Nyerere, die enkele dagen in Nederland was als gast op de bijeenkomst van de Global Coalition for Africa, een denktank van Afrikaanse en Westerse politici en beleidsmakers, heeft het Westen geen oog voor de geschiedenis. “De ontwikkeling van jullie landen duurde eeuwen maar jullie vragen ons om eenzelfde ontwikkeling in een paar jaar te doorlopen. En als dat niet snel genoeg lukt, worden jullie boos en stellen jullie allerlei voorwaarden aan verdere ontwikkelingshulp. Neem de ophef hier in Maastricht over de opmerkingen van mijn vriend, president Mugabe van Zimbabwe, over homo's. Bij jullie is homoseksualiteit misschien geaccepteerd maar bij ons is dat nog niet het geval. Daar moet je begrip voor hebben. Ik heb gehoord dat veertig leden van het Amerikaanse Congres nu met Mugabe willen gaan praten over zijn ideeën over homo's. Ik weet zeker dat als dat gesprek niet goed verloopt, het Westen besluit om geen ontwikkelingshulp meer aan Zimbabwe te geven totdat homo's het daar beter krijgen.”

De voormalige president van Tanzania geeft toe dat er onder zijn bewind fouten zijn gemaakt. “Er waren te veel administratieve obstakels voor de ontwikkeling van ons land. Als er in een gebied een overschot aan voedsel was weigerden overheidsfunctionarissen vaak om dat te vervoeren naar gebieden waar juist te weinig was omdat ze wilden bewijzen dat ze de steefcijfers van het plan hadden gehaald. Maar ik geloof nog steeds in de waarden waar wij voor stonden. “Het socialisme, uitgelegd in een taal die mijn volk kon begrijpen, gaf alle Tanzanianen een gevoel van saamhorigheid. In Tanzania is er gevoel van nationale identiteit en dat kunnen weinig landen in Afrika ons nazeggen. En ik heb resultaten geboekt. Toen Tanzania onafhankelijk werd had het land twee ingenieurs, van wie er één net voor de onafhankelijkheid overleed, en er waren twaalf dokters op een bevolking van twaalf miljoen. Toen ik aftrad in 1985 ging ieder kind naar school en kon meer dan negentig procent van de bevolking lezen en schrijven.”

De voormalige president betwijfelt zeer of het structurele aanpassingsprogramma dat Tanzania momenteel op instigatie van de Wereldbank uitvoert, de ontwikkeling van zijn land bevordert. “Structurele aanpassing is een ideologie geworden. De Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds kijken niet naar de behoeften van alle individuele Afrikaanse landen maar leggen een model op dat iedereen moet volgen of het nu nuttig is of niet. Neem de privatiseringen. In het Verenigd Koninkrijk, waar de ideologie vandaan komt, is er in de tien jaar tijd dat Margaret Thatcher aan de macht was niet of nauwelijks geprivatiseerd. Maar Afrika moet het in een paar jaar doen. En waarom? Tijdens mijn bewind heb ik geprobeerd om een katoenindustrie op te bouwen. Niemand wil zulke fabrieken overnemen. Als U geld had om te investeren zou U toch ook niet naar Tanzania komen? De Wereldbank en het IMF zouden minder arrogant moeten zijn en met de Afrikaanse regeringen om de tafel gaan zitten om te kijken wat een land nodig heeft.”

Maar dat doen de Bank en het Fonds nu juist niet, aldus Nyerere. “Een tijdje geleden sprak ik in Washington met Michel Camdessus, voorzitter van het IMF. Ik vroeg hem: Waar is de structurele aanpassing een succes? In de lijst landen die hij gaf, zat ook Tanzania. Ik begon toen te lachen en zei: luister, dat is mijn land, ik kom er net vandaan vliegen. Heb je ooit wel eens met de mensen in Tanzania gepraat?”

Het Westen wil ook te snel politieke hervormingen in Afrika, aldus Nyerere. “Echte democratie is geen bananenplant die van de ene dag op de andere de grond uit schiet. Meerpartijendemocratie gaat tegen alle tradities van Afrika in. Bij ons heeft de chief het van oudsher voor het zeggen. Het continent heeft ook nooit de kans gehad om zo'n democratie voor te bereiden. Ten tijde van het kolonialisme werden de leiders van politieke partijen de gevangenis in gegooid en na de onafhankelijkheid was er een eenpartijstaat. Het Westen moet Afrika de kans geven om rustig in zijn eigen tempo een democratie op te bouwen.”

De reactie van de donoren op de verkiezingen in Tanzania is een voorbeeld, aldus Nyerere, van hoe het niet zou moeten. “Die verkiezingen verliepen rustig, alleen de organisatie was erg inefficiënt. En dat was te verwachten want de nationale kiescommissie, die geheel uit rechters bestond, had helemaal geen ervaringen met het organiseren van verkiezingen. Maar de kiescommissie heeft inmiddels de uitslag bekend gemaakt, en iedereen zou die moeten respecteren. De donoren zien het echter niet zo. Ze gebruiken het negatieve oordeel van de internationale waarnemers om Tanzania in het beklaagdenbankje te zetten.”

En daar hoort het Westen zelf toch ook in thuis volgens Nyerere. “In de Europese Unie is het een verplichting van de rijke landen om landen als Portugal, Ierland en Spanje te helpen. Dat principe zou ook op wereldniveau moeten gelden. Afrika is het slachtoffer van de onderhandelingen over de liberalisering van het wereldhandelsysteem zoals de Uruguay-ronde van de GATT. We zouden daarvoor gecompenseerd moeten worden door het Westen maar dat gebeurt niet.”