Het is nog steeds zoeken naar de optimale arbeidsdeling

Synergetisch produceren. Door L.U. de Sitter. Uitg. van Gorcum, Assen. 418 blz. Prijs: F.79,50. ISBN 90-232-2862-6.

Onlangs reikte de Orde van organisatiedeskundigen en -adviseurs (Ooa) zijn prijs voor het Boek van het Jaar op haar terrein uit aan de in het voorjaar gepensioneerde hoogleraar Ulbo de Sitter voor zijn boek Synergetisch produceren. De jury noemde als grootste verdienste van het boek dat 'de voor de organisatiekunde belangrijke theorie van de socio-techniek overzichtelijk is neergeschreven in gewone mensentaal'. Volgens de Ooa moet deze uitverkiezing ook gezien worden als erkenning van de grote bijdrage van De Sitter aan de organisatiekunde.

Ulbo de Sitter is een strijdbare man. Al jaren komt hij in het geweer tegen de nadelen van de verregaande arbeidsdeling. Iedereen kent het verhaal van Adam Smith over de opvoering van de arbeidsproduktiviteit in de speldenfabriek door het werk op te splitsen over een groot aantal deeltaken. In het begin van deze eeuw gingen Frederick Taylor en Henri Ford hierop door. Het werk werd via tijd- en bewegingstudies opgesplitst in eindeloos kleine delen en georganiseerd op basis van opeenvolgende stadia aan de lopende band. Dit lijkt produktief, maar De Sitter toont aan dat dit bij complexe produktie allerminst het geval is. Elke overgang tussen produktiestappen leidt immers tot mogelijke storingen. Hoe meer de taken worden opgesplitst, hoe minder speelruimte er is om daarbinnen corrigerend op te treden en hoe groter de storingsspreiding van het geheel wordt. De beheerslast en -complexiteit nemen daardoor exponentieel toe, terwijl door de rigiditeit de beheersmogelijkheden afnemen.

Een gevolg van verregaande arbeidsdeling is stress (en dus ziekteverzuim), omdat mensen voortdurend geconfronteerd worden met problemen die ze niet kunnen oplossen, maar enkel doorgeven. Een ander nadeel is dat mensen geen overzicht hebben en dus ook niet kunnen werken aan voorstellen tot verbetering. De genoemde nadelen zijn overigens niet alleen verbonden met de lijnstructuur (zeg maar de lopende band), waarin volgens De Sitter in Nederland niet minder dan 250.000 mensen werken met een gemiddelde cyclustijd van 90 seconden.

De nadelen kenmerken ook de functionele structuur, die typisch is voor het grootste deel van wat De Sitter de Doorsnee Nederland bv noemt, zowel in de industrie als in de dienstverlening. Produkten (of het nu verzekeringspolissen, psychiatrische patiënten dan wel tankbodems betreft) passeren hier opeenvolgende functionele afdelingen die gespecialiseerd zijn in een bepaalde bewerking. Ook hier weinig overzicht over het geheel (en daardoor weinig leervermogen), veel inflexibiliteit en naar klanten toe een ondoorzichtige structuur. Bovendien wordt de doorlooptijd onnodig verlengd. De bewerkingstijd is in een dergelijke structuur ongeveer 5 procent van de doorlooptijd. Men begrijpt dan ook dat er niet veel produktiviteitswinst te halen is uit het opvoeren van de produktiviteit van mensen en machines in de produktie.

Op dat laatste zijn niet weinig van de teleurstellingen over automatiseringsprojecten terug te voeren. Dure investeringen leidden niet tot de verhoopte produktiviteitswinst, omdat men eigenlijk alleen maar een inefficiënte organisatie automatiseerde. De Business Process Reengineering-beweging à la Hammer en Champy heeft dan ook recentelijk hetzelfde naar voren gebracht, waar De Sitter en de Nederlandse sociotechnici al meer dan twintig jaar op hameren en wat deze laatsten ook al veel concreter weten aan te pakken. Synergetisch produceren is daarom als produkt van die ervaring een veel praktischer boek dan de bestseller (De bijl aan de wortel) van Hammer en Champy.

Volgens De Sitter is een organisatie-architectuur denkbaar - en noodzakelijk - waarbij langs drie kanten gewonnen wordt: de onderneming wordt produktiever en biedt een infrastructuur waarin het mogelijk is (sneller) te leren; de kwaliteit van de arbeid neemt beduidend toe en de werknemers worden weer meester van (delen van) het proces; en er kan sneller en soepeler aan wensen van individuele klanten worden tegemoet gekomen. Het basisprincipe is de 'stroomsgewijze' produktie, waarin op logische wijze relatief grote modulen worden samengesteld en toegewezen aan multidisciplinaire taakgroepen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling - wat wel eens beweerd wordt en in Zweden is geprobeerd - om helemaal terug te keren naar de ambachtelijke produktie waarin één ambachtsman of kleine groep het hele produkt maakt. Dat is in de huidige concurrentieverhoudingen onmogelijk en ook niet wenselijk. Mensen moeten dan teveel vaardigheden aanleren en kunnen op een dergelijke complexe werkplek ook weer moeilijker tot verbetervoorstellen komen. Het is dus de bedoeling de cyclustijd van de taakgroep naar een optimaal punt te brengen - die kan 40 minuten zijn, maar ook 3,5 uur - met een zo groot mogelijke interne regelcapaciteit voor de groep. Hierdoor is er minder noodzaak tot afstemming met andere taakgroepen en neemt de beheerslast en complexiteit van het hele systeem af. Door de concentratie in grotere segmenten is er ook minder behoefte aan grote buffers tussen de produktiestadia en kan de doorlooptijd sterk afnemen. En zodoende is al snel een grote produktiviteitswinst te behalen!

De Sitter benadert de lerende organisatie vanuit de structuurbouw en de produktiekant. Zijn boek vormt daardoor een belangrijke aanvulling op de literatuur over de lerende organisatie die al snel een wat idealiserende inslag heeft.