Frankrijk verlamd door spoorstaking

PARIJS, 29 NOV. De Franse regering geeft 12 miljard gulden ineens en meer steun later als de spoorwegen bereid zijn te moderniseren. Voor de vakbonden is dat geen antwoord op hun zorgen: werkgelegenheid, salaris en pensioen. De nu al zes dagen durende staking van de spoorwegen en het stads- en streekvervoer verlamt Frankrijk compleet.

Ook de vierde overlegronde tussen directie en vakbeweging bij de SNCF heeft niets opgeleverd. Omdat de Franse staat in ieder opzicht betrokken is bij de problemen van de spoorwegen zijn het de verantwoordelijke ministers die met het verlossende woord moeten komen. Voorlopig spreken zij daarbij niet altijd de zelfde taal. Terwijl de regering als zodanig van geen wijken wil weten, heeft minister Pons van transport al gesuggereerd dat de (uitzonderlijk gunstige) pensioenen voorlopig onaangetast blijven.

Gisteren stond er 500 kilometer file in Frankrijk, waarvan 400 kilometer rond Parijs. Nu ook de Parijse metro en bus zich voor onbepaalde tijd hebben aangesloten bij de zeer stipt nageleefde treinstaking, begint de belemmering van het economische leven steeds hinderlijker te worden. Fransen die niet op hun werk kunnen komen, krijgen in principe niet betaald. Liften is een in onbruik geraakte vorm van vervoer. Via de radio worden automobilisten opgeroepen met een kartonnen bord hun bestemming aan te geven opdat geëigende lifters zich kunnen melden. Nu ook de distributie over de weg vastloopt, worden de klachten uit het bedrijfsleven luider.

De problemen met de SNCF dateren niet van vandaag of gisteren. In de loop der jaren heeft het bedrijf een schuld opgebouwd van 175 miljard franc (56 miljard gulden). Die is te wijten aan een veelheid van oorzaken. De immense investeringen die nodig waren om in een straf tempo het hoge snelheids-net op te bouwen is de meest in het oog springende. Daarnaast is de exploitatie van verliesgevende, regionale lijnen altijd voortgezet in het belang van de bereikbaarheid van dun bevolkte gewesten. Van oudsher zijn de Franse spoorwegen bovendien een typisch door ingenieurs geleid a-commercieel nutsbedrijf; als typische overheidsdienst van-de-wieg-tot-het-graf is de SNCF overbemand en wordt pas sinds kort gereageerd op de werkelijkheid van de vervoersmarkt.

Het gevolg van deze aanpak is dat Frankrijk en vooral Parijs een relatief dicht net van supersnelle, snelle en regionale treinen hebben. De aanleg van de lijnen is centraal gepland en financieel nooit afdoende ingepast in de verhoudingen tussen staat en bedrijf. Nu de overheid de snel oplopende verliezen - dit jaar 11 miljard franc - wil indammen en steeds meer commerciële eisen stelt aan de SNCF ziet het bedrijf zich geplaatst voor de onoverkomelijke lasten die horen bij de opgehoopte schulden.

Dat alles boeit de (juist bij de spoorwegen nog zeer sterke) vakbonden weinig. Zij beschouwen schulden als een administratief probleem. Zij lopen storm tegen de dreiging van loonbevriezing, hogere sociale lasten en vooral het einde van hun pensioenparadijs. Veel spoorwegemployé's kunnen op hun vijftigste met pensioen; op hun 55ste zijn de laatsten er uit. Dit voorrecht maakt dat er twee keer zo veel SNCF-gepensioneerden zijn als -werknemers (180.000). Daarom betaalt de staat jaarlijks 18 miljard franc in het pensioenfonds, waarvan de werknemers maar 7 procent inbrengen. De strijd bij de SNCF is verre van uniek; ook in onderwijs, landbouw en zelfs bij de Comédie Française bestaan zeer gunstige pensioen-regelingen. Al die heterogene groepen zijn vereend in het verzet tegen de aantasting van hun luilekkerland. Premier Juppé installeerde vanmiddag een staatscommissie die al die uitzonderlijke pensioenregelingen gaat onderzoeken. Uitspraak binnen vier maanden.