'Energiebedrijven gebruiken geldpot voor milieu als grabbelton'

Kleinverbruikers betalen sinds 1991 een heffing voor de uitvoering van milieu actie plannen. Door het ontbreken van duidelijke regels is geen goede controle mogelijk van de doelmatigheid van de besteding van de ongeveer 250 miljoen gulden die de consumenten jaarlijks moeten opbrengen. De energiewereld blijkt het geld ook te gebruiken voor doelen waarvoor het zogeheten milieu actie plan niet was bedoeld.

Als medewerkers van energiedistributiebedrijven praten over hun milieu-actie-plannen, gaat het doorgaans niet over geld. Meestal wordt er gesproken over het streven om energieverbruik en de uitstoot van COte verminderen. Minder aan de orde is de vraag of het geld goed besteed wordt dat iedere kleinverbruiker van gas en electriciteit sinds 1991 verplicht betaalt voor de uitvoering van de milieu actie plannen. Door het ontbreken van duidelijke regels is geen goede controle mogelijk van de doelmatigheid van de besteding van de ongeveer 250 miljoen gulden die de consumenten jaarlijks moeten opbrengen.

Een insider in de energiewereld spreekt over het gevaar dat energiedistributiebedrijven met de voor het milieu actie plan (MAP) bedoelde geldpot omgaan als met een grabbelton. Zijn naam wil hij niet bij zo'n uitspraak vermeld zien, want de verhoudingen binnen de energiesector zijn uiterst gevoelig. Het ministerie van economische zaken wil in ieder geval meer greep krijgen op de manier waarop de MAP-miljoenen van de consumenten worden gebruikt dan nu het geval is. Daarbij kan een nieuwe wet op de energiedistributie enigszins van nut zijn. Het wetsvoorstel wordt volgens verwachting binnenkort in de Tweede Kamer behandeld. Met de nieuwe wet moet de MAP-toeslag die de kleinverbruiker betaalt een wettelijke basis krijgen, die tot nu toe geheel ontbrak.

Drs. B.J.M. Hanssen, directeur energiebesparing en duurzame energie bij Economische zaken, onderstreept dat er geen wantrouwen tegenover de energiedistributiebedrijven bestaat. Hij zegt ook dat er geen reden is om te klagen over de manier waarop die bedrijven over de besteding van MAP-gelden in hun jaarverslagen rapporteren.

Hanssens kennis van de manier waarop MAP-gelden besteed kunnen worden is echter beperkt. Hij heeft de grootste moeite om te geloven dat het echt waar is dat in Noord-Holland geld dat consumenten hebben moeten afdragen voor milieu plannen, wordt gebruikt voor projecten die volgens minister Wijers van economische zaken zo rendabel zijn dat ze in het geheel geen subsidie uit de MAP-geldpotten nodig hebben. De situatie in Noord-Holland is kenmerkend voor de ondoorzichtige manier waarop met MAP-gelden wordt omgesprongen.

In Alkmaar is ir. J. Duizend, directeur van de Warmte-Kracht Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland N.V.(WKON), trots dat zijn onderneming in vier jaar tijd een florerend bedrijf is geworden en zo'n 120 installaties voor warmte-kracht koppeling (WKK) heeft geplaatst. Dit zijn hoog rendements installaties die warmte en electriciteit leveren. Deze kleine installaties produceren warmte voor bijvoorbeeld tuinders of ziekenhuizen, die ook een deel van de electriciteit afnemen. Overtollige electriciteit wordt afgenomen door energiedistributiebedrijven, die dit vervolgens via het electriciteitsnet aan klanten doorleveren.

Het succes van WKON is voor een groot deel te danken aan de 2,5 tot 3 miljoen gulden MAP-gelden die deze onderneming jaarlijks van Noordhollandse energiedistributiebedrijven ontvangt. Duizend hoopt binnenkort nog meer subsidie voor zijn warmte-kracht installaties bij de energiebedrijven te kunnen weghalen en kan zich er niet druk over maken of dat geld uit een MAP of een andere pot komt die is gevormd met geld dat de consumenten hebben opgebracht.

Minister Wijers (Economische Zaken) schreef vorige maand aan de Tweede Kamer dat uit rapportages van EnergieNed (de vereniging waarin de energiedistributiebedrijven samenwerken) en de jaarverslagen van de afzonderlijke bedrijven tot dusver blijkt “dat MAP-gelden in de praktijk worden besteed aan de activiteiten waarvoor ze bedoeld zijn”. Op vragen van D66 of MAP-gelden ook gebruikt mogen worden voor warmte-kracht koppeling (WKK), dat wil zeggen als subsidie om de verkoop te stimuleren van apparatuur waarmee zowel warmte als electriciteit met een hoog rendement kan worden geproduceerd, antwoordde de minister : “Het antwoord luidt ontkennend. WKK is nu rendabel, en behoeft geen nadere ondersteuning.”

WKON heeft als aandeelhouders tien energiedistributiebedrijven in Noord-Holland, waarvan N.V. PEN Energiebedrijf Noord-Holland de grootste is. Zoals overal in Nederland, zijn de aandeelhouders van deze energiedistributiebedrijven gemeenten en de provincie. Deze aandeelhouders hebben meer belang in de bedrijven dan alleen de wens dat de inwoners van gemeenten en provincies verzekerd zijn van levering van gas en elektriciteit. Ze strijken ook miljoenenwinsten op die gemaakt worden door de energiedistributiebedrijven, die fiscaal in een uiterst voordelige positie verkeren omdat ze vrijgesteld zijn van de betaling van vennootschapsbelasting en BTW over de eigen bedrijfsvoering (de BTW die de consumenten in rekening wordt gebracht, dragen zij gewoon af). De consument die zijn energierekening betaalt, draagt daarmee bij aan de inkomsten van gemeenten en provincies.

In 1990 stelden de energiedistributiebedrijven aan de minister van economische zaken voor om door middel van milieu actieplannen het energieverbruik terug te dringen. Dat terugdringen zou werk met zich mee brengen. Dat kwam de bedrijven niet ongelegen. Al vele jaren wordt in de sector onafgebroken gereorganiseerd. In 1985 waren er nog 181 energiedistributiebedrijven in Nederland. Dit jaar zijn het er nog slechts 41 en volgend jaar zal het aantal na een grote fusie in Noord-Holland niet meer dan 35 zijn. Het aantal personeelsleden, momenteel 25.790 personen, liep in tien jaar tijd met twaalf procent terug.

De bedrijven voelden er niet voor om het nieuwe werk uit hun eigen winsten te financieren. Daarom vroegen en kregen zij van de minister van economische zaken toestemming om de energierekeningen van kleinverbruikers te verhogen met een MAP-toeslag, die ze voor hun milieuvriendelijke acties zouden aanwenden. Aanvankelijk kregen ze toestemming om tussen de 0,5 en 2 procent toeslag op de energierekeningen te leggen. Toen Economische zaken al spoedig besloot om zelf allerlei subsidies voor energiebesparing af te schaffen (subsidies voor zaken als isolatie van woningen en hoge rendementsketels voor centrale verwarming), rees voor de energiedistributiebedrijven een probleem. Ze hadden in hun milieu actie plannen als doel gesteld de uitstoot aan COin tien jaar met negen miljoen ton minder te laten toenemen dan zonder bijzondere maatregelen het geval was. Vorig jaar maakten ze de doelstelling nog ambitieuzer: zeventien miljoen ton minder CO moest het worden. Maar die doelstellingen waren gebaseerd op de veronderstelling dat naast de bedrijven ook Economische zaken subsidies voor energiebesparende maatregelen zou betalen. Nu moesten de bedrijven overal financieel voor opdraaien. Ze verlangden daarom van de minister toestemming om het maximum van de MAP-toeslag van twee procent van de energierekeningen te verhogen naar 2,5 procent. Die toestemming kregen ze.

De theorie was dat de MAP-toeslag al spoedig financieel in het voordeel van de consument zou werken. Die zou immers als gevolg van de energiebesparende maatregelen een lagere energierekening krijgen. Afgezien van het feit dat het allemaal zo eenvoudig niet ligt, was er een nieuwe ontwikkeling die veroorzaakte dat de beloning van een lagere energierekening voor wie besparingen heeft doorgevoerd, niet doorgaat. Met ingang van volgend jaar komt er een nieuwe energiebelasting. Die zal net als de MAP-toeslag ook worden geïnd door de energiedistributiebedrijven. Een klein deel van dat geld mogen die bedrijven inzetten voor opwekking van energie waarbij geen COvrijkomt. De rest van dat geld moet worden afgedragen aan de schatkist, waarna het in de vorm van lastenverlichting bij de consumenten terug moet komen.

Volgens dr. R.H.J. van 't Hullenaar, algemeen directeur van EnergieNed, zijn de financiële gevolgen nog niet te overzien van enerzijds de bezuinigingen van Economische Zaken en anderzijds de extra inkomsten door hogere MAP-toeslagen en geld van de nieuwe energiebelasting. “We moeten ons nog eens herbezinnen of we onze doelstelling wat betreft de vermindering van uitstoot van CO binnen de gestelde tijd waar kunnen maken. We twijfelen of we het in het jaar 2000 gehaald zullen hebben.” Hij bedoelt daarmee niet dat hij nu al overweegt om te verzoeken de MAP-toeslag na 2000 te mogen voortzetten. “Misschien kunnen we op een andere manier voor financiering zorgen.”

Maar wie weet precies wat er momenteel met MAP-gelden wordt gefinancierd? Ing. J.F.P. Tausch, directeur van N.V. Rendo in Hoogeveen, het regionaal nutsbedrijf voor Zuid-Drente en Noord-Overijssel, vertelt dat de 2,6 miljoen gulden MAP-geld die zijn onderneming jaarlijks incasseert, gebruikt wordt voor het subsidiëren van zaken als hoge rendementsketels en zonneboilers en dat het met behulp van geld uit de MAP-pot mogelijk is om warmte-kracht installaties in ziekenhuizen, verpleeghuizen en zwembaden neer te zetten. Zo'n negenhonderdduizend gulden MAP-geld wordt jaarlijks gebruikt om het publiek individueel of via radio en plaatselijke pers voor te lichten over mogelijkheden van energiebesparing. De medewerkers van Tausch houden niet bij hoeveel tijd zij aan voorlichting ten behoeve van het milieu actie plan besteden en hoeveel tijd ze kwijt zijn voor zaken die het energiebedrijf zelf moet betalen. “Je kunt niet alles gaan uitsplitsen,” zegt Tausch. Het gevolg is dat onduidelijk blijft in hoeverre MAP-geld gebruikt wordt om kosten te bestrijden die niet tot het milieu actie plan behoren of andersom, in hoeverre het energiebedrijf uit eigen gelden aan de uitvoering van het MAP bijdraagt.

Maar omdat ieder energiedistributiebedrijf op een andere manier met het geld omgaat dat de consument als MAP-toeslag heeft moeten betalen, is het voor N.J.M. de Frankrijker, chef van de afdeling coördinatie en energietoepassingen van het Gasbedrijf Centraal Nederland (GCN) in Utrecht, geen enkele moeite om te vertellen hoeveel werk in de uitvoering van het milieu actie plan bij zijn onderneming gaat zitten. Bij het GCN houden voorlichters bij of zij gewoon voor het bedrijf werken of voor het MAP. In totaal drukken 13,5 volledige arbeidskrachten bij het GCN op het MAP-budget.

Uit het verslag over 1994 van het milieu actie plan bij alle energiedistributiebedrijven samen, dat is opgesteld door EnergieNed, kan ten onrechte de indruk ontstaan dat overal even nauwkeurig als bij het Utrechtse GCN wordt bijgehouden hoeveel tijd medewerkers aan het MAP besteden. “In totaal zijn 535 medewerkers (omgerekend naar full-time equivalenten) bij de uitvoering van het MAP betrokken,” staat daar vermeld.

Met behulp van MAP-geld heeft inkomensoverdracht plaats. Wie alle mogelijke maatregelen heeft genomen om zijn energieverbruik tot een minimum terug te dringen, blijft de MAP-toeslag aan het energiebedrijf betalen. Met dat geld moeten degenen die hun woning niet hebben geïsoleerd, geen hoge rendementsketel hebben aangeschaft en geen spaarlampen gebruiken, gestimuleerd worden om ook energiebesparende maatregelen te nemen. Bezitters van eigen woningen hebben doorgaans meer geïnvesteerd om het verbruik van gas en electriciteit te beperken dan woningbouwverenigingen. Door MAP-toeslagen te betalen dragen ze nu bij aan de subsidies waarmee de energiebedrijven woningbouwcorporaties stimuleren om ook maatregelen te nemen die tot lagere stookkosten lijden.

“Inkomensoverdracht? Ach, het gaat om een marginaal bedrag. Ik vind dat je het in z'n proporties moet zien. Herverdeling van inkomen door middel van die paar honderd miljoen MAP-toeslag is marginaal als je het afzet tegen het totale nationale inkomen”, vindt EnergieNed-directeur Van 't Hullenaar echter. Maar vervolgens zegt hij toch voorzichtig : “Het is denkbaar dat je naar een selectieve heffing gaat. Het is te overwegen om te zeggen: als uw huis aan een vastgestelde energieprestatienorm voldoet, dan betaalt u geen MAP-toeslag. Je zou pas de MAP-toeslag gaan betalen als je meer energie gebruikt dan een vastgesteld minimum. Dat is het overwegen waard, omdat het een stimulans is om het energiegebruik te beperken.”

Binnen de energiesector klinkt voorzichtig kritiek op het feit dat de MAP-toeslag die de ene groep energieverbruikers heeft betaald, wordt gebruikt ten behoeve van een andere groep. Daarbij wordt als opvallendste voorbeeld genoemd Noord-Holland, waar met het geld van door kleinverbruikers betaalde MAP-toeslag warmte-krachtinstallaties bij tuinders worden gesubsidieerd. Die tuinders kunnen de goedkope warmte en electriciteit in hun kassen goed gebruiken. Hun warmte-kracht installaties worden behalve met MAP-geld, ook gesubsidieerd door het Landbouwschap dat een gat heeft opgevuld dat ontstond toen het ministerie van economische zaken financiële steun voor zulke opwekking van warmte en electriciteit stopzette.

De installaties worden aan de tuinders geleverd door WKON, de onderneming waarvan de Noordhollandse energiedistributiebedrijven de aandeelhouders zijn. Zeventig procent van de 120 warmte-kracht installaties die WKON de afgelopen vier jaar afleverde was bestemd voor tuinders. Als WKON die klanten kwijt zou raken, zou de onderneming in de problemen kunnen komen. Dat is niet in het belang van de aandeelhouders-distributiebedrijven, die MAP-geld gebruiken om de warmte-kracht bij tuinders te subsidiëren. “Je kunt van mening verschillen of je warmte-kracht voor tuinders vanuit het energiedistributiebedrijf mag subsidiëren,” zegt ambtenaar Hanssen van Economische Zaken voorzichtig. “Het doel van die subsidie is wèl energiebesparing.”

De energiedistributiebedrijven gebruiken allemaal MAP-geld voor vaste subsidies en door EnergieNed gecoördineerde landelijke acties en zijn vrij zelf te bepalen hoe ze de rest van het geld besteden voor het bereiken van de milieu doelstelling. Die vrijheid is de bedrijven gelaten omdat regionaal omstandigheden nogal uiteen kunnen lopen. In Friesland kunnen windenergie projecten worden gesteund, maar in Limburg waait het te weinig voor windmolens. Ir. R.J.R. Waumans, adjunct-directeur van Nutsbedrijf Heerlen, vertelt dat bij zijn onderneming als gevolg van reorganisaties nog niet veel van eigen activiteiten met MAP geld terecht is gekomen. Het kleine Heerlense bedrijf heeft dan ook een snel groeiend MAP-saldo, dat vorig jaar 1,3 miljoen gulden bedroeg.

Eén van de activiteiten die Heerlen wel heeft ondernomen is een actie om de verkoop van spaarlampen te stimuleren door deze met korting aan te bieden. Maar volgens directeur Van 't Hullenaar van EnergieNed is uit onderzoek gebleken dat uitgerekend het verlenen van korting op spaarlampen geen zin heeft. Wie een spaarlamp te duur vindt, gaat hem ook niet kopen als hij vijf gulden korting krijgt. “We hebben ontdekt dat je mensen beter een spaarlamp kunt verstrekken waarvoor ze direct niets behoeven te betalen. Het energiebedrijf financiert die lamp met behulp van MAP-geld. De consument betaalt die lamp vervolgens af door minder energie te gebruiken. Zo kun je mensen bewust maken van de energiebesparing die met spaarlampen bereikt kan worden”, zegt Van 't Hullenaar. Hij erkent dat een consument die bij zijn energierekening MAP-toeslag betaalt, in geval van een actie met “gratis” spaarlampen zichzelf buitengewoon benadeelt als hij daarvan geen gebruik maakt. De spaarlampen zijn immers niet gratis. Ze zijn door het energiedistributiebedrijf betaald uit de MAP-pot, die gevuld is met geld dat afkomstig is van dezelfde consumenten als die de lampen aangeboden krijgen.

Een derde van de bijna negen ton die Heerlen vorig jaar aan MAP-gelden uitgaf was bestemd voor personeel. Het betrof in hoofdzaak omscholing tot voorlichters over energieverbruik. Dat werk - totaal drie manjaren - kwam in Heerlen goed uit, omdat anders meer arbeidsplaatsen waren verdwenen dan de afgelopen jaren toch al het geval was. Hoe het na afloop van het milieu actie plan in 2000 met de voorlichters moet, is een zaak van later zorg.

De energiedistributiebedrijven moeten in hun jaarverslagen hun MAP-inkomsten en uitgaven verantwoorden. Die gegevens zijn echter te summier om een goed inzicht te krijgen in de manier waarop met MAP-geld wordt omgegaan. Op basis van de jaarverslagen van alle distributiebedrijven maakt EnergieNed jaarlijks een verslag over de landelijke ontwikkelingen met het milieu actie plan. Dat moet de bestedingen tonen waarvan Hanssen van Economische Zaken verwacht dat ze “helder en controleerbaar” zijn. Dat is bij de manier waarop het nu gaat niet eenvoudig. Ook als de nieuwe wet op de energiedistributie van kracht wordt, zullen de onduidelijkheden niet meteen zijn opgelost. In het wetsontwerp wordt niet scherp gedefinieerd waarvoor het geld van de MAP-toeslag wel gebruikt mag worden en waarvoor persé niet. Gedetailleerde afspraken over het gebruik van de MAP-toeslag bestaan voorlopig nog niet.