Echte proef Britse begroting komt pas volgend jaar

AMSTERDAM, 29, NOV. “Als de Conservatieven hadden gedacht met deze begroting de verkiezingen te winnen, dan hebben ze gefaald,” zo luidde gisteren het eerste commentaar van Labour-leider Tony Blair op de begroting die de Britse Conservatieve minister van financiën Kenneth Clarke presenteerde voor het komende fiscale jaar 1996-1997. De meeste andere waarnemers draaiden die redenering liever om: de als 'voorzichtig' getypeerde begroting bevat zo weinig douceurtjes voor het electoraat dat het zeker niet de laatste begroting zal zijn voor de eerstvolgende parlementsverkiezingen in Groot-Brittannië. Het ligt in de macht van de Britse Conservatieve regering, die in de opiniepeilingen dertig procent achter ligt op Labour, om de datum van die verkiezingen zelf vast te stellen, zij het dat de laatst mogelijke datum valt in mei 1997. De begroting van gisteren maakt duidelijk dat er volgend jaar nog een nieuwe onder Conservatief bewind zal volgen, waarin de Tories meer ruimte kunnen nemen om de eigen populariteit op te vijzelen.

Die ruimte was er dit jaar niet. Tegen een vorig jaar voorspelde economische groei in 1995 van 3,25 procent - in de zomer al teruggebracht tot 3 procent - staat nu een raming van 2,75 procent. dat verklaart voor een groot deel dat het financieringstekort in 1995 (in Britse terminologie het public sector borrowing requirement, PSBR) geen 21,5 miljard pond bedraagt, zoals gehoopt, maar is opgelopen tot 29 miljard pond. Dat staat gelijk aan een stijging van het financieringstekort van 3 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp) tot 4,25 procent.

Intussen had de regering-Major al een hypotheek genomen op een lastenverlichting. Na de magere jaren van bezuinigingen en belastingverhogingen zou de kiezer dit jaar eindelijk worden beloond voor het prudente regeringsbeleid. Maar meer dan een verlaging van het belangrijkste inkomstenbelastingtarief van 25 procent naar 24 procent en een bescheiden verhoging van de belastingvrije voet zat er, door de tegenvallers, niet in. De 3,1 miljard pond die dat de schatkist extra zal kosten, wordt gecompenseerd met accijnsverhogingen en een stevige hand op de knip van de overheidsuitgaven, met name de investeringen. Gisteren werd wel gezinspeeld op een renteverlaging door de Bank of England - waar de minister van financiën het laatste woord over heeft. In landen als Groot-Brittannië, waar de meeste particuliere woninghypotheken een rente dragen die nauw samenhangt met de officiële tarieven van de Bank of England, betekent dat een aanzienlijke koopkrachtverbetering. De voorzichtige begroting en een in de begroting verondersteld beter inflatievooruitzicht (van 2,9 procent nu naar 2,5 procent volgend jaar) zouden zo'n renteverlaging mogelijk moeten maken. Maar hoe dat strookt met de door Clarke opgeschroefde raming voor de economische groei van 2,75 procent naar 3 procent in 1996 - geen omstandigheid voor een al te ruim monetair beleid - is onduidelijk.

De vraag is ook of Clarke volgend jaar wel in staat zal zijn om de ruimhartige begroting te presenteren die zijn partij om electorale redenen verlangt. Op de achtergrond blijft het streven naar een tekort van nul in de begroting van 1999-2000, waarmee de regering terug wil naar de tijd van begrotingsoverschotten in het midden van de jaren-Thatcher. Dat streven is, door de tegenvallers van dit jaar, al een beetje verschoven.

Aanvankelijk was in de begroting voor volgend jaar gestreefd naar een financieringstekort van 16,1 miljard pond, maar dat blijkt nu 22,4 miljard pond te zijn geworden, ofwel 3 procent van het bbp. Het jaar daarop, in 1997-1998, moet het tekort worden verlaagd naar 15 miljard pond, of 2 procent van het bbp om uiteindelijk in 1999-2000 uit te komen op een overschot van een kwart procent. Onder dat gewenste pad naar een 'balanced budget' ligt de officiële prognose van een economische groei (olie-activiteiten niet meegerekend) van 3 procent volgend jaar en 2,75 procent gemiddeld tot het einde van de eeuw. De eerste drie kwartalen van dit jaar hebben een daling van de Britse economische groei te zien gegeven van 3,6 procent naar 2,9 procent tot 2,1 procent op jaarbasis. Die groeivertraging, die overigens op dit moment in heel Europa optreedt, zou wel erg snel moeten verkeren in een hernieuwde economische expansie om het geraamde tempo van 3 procent voor volgend jaar te halen.

Gebeurt dat niet, dan kampt Clarke volgend jaar deze tijd met de zelfde problemen als nu: tegenvallende inkomsten tegenover een electoraal geïnspireerde roep om lastenverlichting. En daar komt tegen die tijd nog een extra dimensie bij: de begroting van dat jaar zal degene zijn waarmee die Groot-Brittannië zich zal moeten kwalificeren voor de Economische en Monetaire Unie, die een maximum-tekort stelt van 3 procent. De echte test voor het Conservatieve begrotingsbeleid vindt daarom pas volgend jaar plaats.