De overname-woede sluit naadloos aan bij internationale trend; Bedrijf dat niet jaagt, wordt gejaagd

AMSTERDAM, 29 NOV. De renteniers gaan weer ondernemen. Grote Nederlandse bedrijven, die de afgelopen jaren met spectaculaire winstcijfers hun kassen hebben gevuld tot bijna 140 miljard gulden, winkelen nu voor miljarden guldens in het buitenland. In het eerste halfjaar staken zij al voor zo'n 6,5 miljard gulden (4 miljard dollar) in fusies, overnames en joint ventures met buitenlandse bedrijven, bijna 70 procent meer dan in de vergelijkbare periode in 1994, zo becijfert KPMG Corporate Finance.

De tweede jaarhelft verloopt zeker zo onstuimig. Twee maanden geleden telde voedingsbedrijf Nutricia al bijna een miljard gulden neer voor zijn zieltogende Duitse concurrent Milupa. Maandag meldde Wolters Kluwer, de kampioen van de kleine, bijna onopgemerkte overnames, de grootste buitenlandse deal tot nu toe dit jaar. De in Amsterdam gevestigde uitgever, die straks meer werknemers in Amerika (bijna 6.000) heeft dan in Nederland (3.000), legt bijna 3 miljard gulden op tafel voor de Amerikaanse uitgever CCH.

De overnamewoede van het Nederlands bedrijfsleven sluit naadloos aan bij de overrompelende fusie- en overnametrend in het internationale bedrijfsleven. In verschillende bedrijfstakken, zoals defensie/vliegtuigindustrie, farmacie, in de financiële sector en in de media worden op nationale markten en op wereldschaal nieuwe kongsi's gesmeed. Zoals de traditie voorschrijft gaat een verhitte fusiemarkt hand in hand met records op de aandelenmarkten. De Dow Jones aandelenindex ging vorige week onstuitbaar langs de 5000-grens en ook de Amsterdamse beurs bereikt recordstanden.

Het ware ondernemen is overnemen. Wie niet jaagt, wordt gejaagd. En dat doet de adrenaline bij menig (top)ondernemer stromen. Cor Brakel, sinds een half jaar bestuursvoorzitter van Wolters Kluwer, daagde de Nederlandse en Angelsaksische beleggingsanalisten gistermiddag in het zaaltje van het Amsterdamse Marriott Hotel uit. Dit is de big fish die Wolters Kluwer met één klap op de Amerikaanse markt zet. En die markt is Europa vijf jaar voor.

De Amerikaanse overname is zo groot dat de financiële grenzen van het concern in zicht zijn gekomen. Brakel, die ooit voor concurrent Elsevier werkte en tot een half jaar geleden Wolters Kluwers financiële brein was, kent de opvattingen van de beleggers en de financiers als geen ander.

Zijn financiële grenzen worden gemarkeerd door het vertrouwen van de grote beleggers in de hervatting van de stijging van de winst per aandeel en zekerheid van bankiers dat het concern rente en aflossing op ruim 2,5 miljard gulden bankschuld kan blijven betalen. Dat laatste lijkt geen probleem, gezien de constante winststroom van circa 500 miljoen gulden die Wolters uit zijn activiteiten perst. Achter in de zaal aanwezige bankiers maakten zich geen zorgen. Over vijf jaar is alles terugbetaald.

De beleggers te vriend houden is moeilijker. Wolters Kluwer was een van hun lievelingetjes. Zij koesterden de jaarlijkse winstgroei per aandeel van 15 tot 17,5 procent. Dat geldt niet voor volgend jaar. De winststijging per aandeel in 1996 is nul. Om de overname te financieren zal Wolters geen nieuwe aandelen uitgeven. Dan had de uitgever zoveel nieuwe effecten moeten uitgeven dat een dalende winst per aandeel niet denkbeeldig was geweest. En dat zou de reputatie van het concern onder beleggers en analisten een geduchte knauw hebben gegeven. Hoe dat doomscenario eruit zag, wilde Brakel gisteren niet kwijt. “Die sommetjes hebben wij niet gemaakt”.

Wolters kiest een andere koers. Het concern zet daarvoor de traditionele Nederlandse boekhoudkundige methoden overboord. Dat is ballast, vindt Brakel. Cement en stenen. In de uitgeverswereld gaat het juist om het ongrijpbare: merknamen, de rechten om profijtelijke informatie te verspreiden en de gebruiker vooraf (per abonnement) te laten betalen.

Wolters Kluwer is niet de eerste die de Nederlandse waarderingsgrondslagen overboord zet en opschuift in de richting van de Angelsaksische gebruiken om gemakkelijker overnames te doen en Angelsaksische beleggers beter inzicht te geven. Ook KLM en KPN hebben deze stap onlangs aangekondigd. Te beginnen met de overname van CCH zal Wolters de betaalde premie bij een overname (de zogeheten goodwill) niet meer direct van het eigen vermogen afboeken. De oude methode was conservatief, maar sloeg bij elke overname een deuk in het vermogen. Wolters zet de waarde van de betaalde premie straks op de balans als een bezitting, zoals ook bij vastgoed gebeurt. Vervolgens schrijft het concern dat bezit in een periode van 35 tot 40 jaar af. Die lasten gaan ten koste van de winst. De balans blijft redelijk in evenwicht, maar de afschrijvingen stijgen en daardoor houden de winst per aandeel in 1996 gelijk.

In bankierskringen is het de verwachting dat meer kooplustige Nederlandse bedrijven deze Amerikaanse vorm van boekhouden zullen omarmen. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor de winst per aandeel, het cijfer dat het meest populair is als maatstaf voor de prestaties van een bedrijf en voor de beoordeling van de beurskoers. De verhouding tussen de winst per aandeel en de beurskoers ligt in Nederland tradioneel ver onder die in Angelsaksische landen. In Nederland schommelt ze rond 14 en 15, in Amerika en Engeland is die verhouding nu meer dan 20, zo zegt een bankier. Daardoor lijkt de beurs in Amsterdam vaak ondergewaardeerd ten opzichte van het buitenland. “Als onze bedrijven deze Amerikaanse toestanden zouden overnemen, zou, om het simpel te zeggen, de winst per aandeel dalen en de verhouding tussen de winsten en de koersen naar Angelsaksische niveaus stijgen.”