De Boer en Wijers maken eind aan oude vetes

'Econologie': het paarse beleid moet een symbiose worden van economie en ecologie. Dus worden de betrekkingen tussen VROM en Economische Zaken aangehaald. “Elkaars taal leren spreken”, zegt milieu-minister De Boer. Als je het internationaal niet regelt, maar wel in eigen land, ben je twee keer verkeerd bezig, meent minister Wijers van economische zaken. Een tweegesprek.

Econologie, vindt de minister van milieu, is een “typisch PvdA-onderwerp”. Margreeth de Boer: “Het combineren van ecologie en economie, daar zit iets paradoxaals in. Dat sluit aan op de worsteling met het milieu van mijn, van oorsprong op het-roken-van-de-schoorsteen gerichte partij”.

Het is vrijdagmiddag, één uur. De ministerraad pauzeert. In een zolderkamertje van het departement van algemene zaken, één verdieping boven de Trêveszaal waar op dat moment de ministerraad-kroketten rondgaan, zit naast de minister van milieu haar collega van economische zaken, Hans Wijers (D66). Het gespreksonderwerp is 'econologie'. De opmerking over de PvdA is een van de weinige, vrij onschuldige momenten waarop de ene minister de andere het gras voor de voeten lijkt weg te willen maaien.

Wijers doet er niet moeilijk over. “Ik denk dat je gelijk hebt”, zegt hij. “In de PvdA heb je de klassieke stroming van het-brood-op-de-plank, naast een stroming van mensen uit de milieubeweging. Twee groepen die niet in alle opzichten geïntegreerd zijn. D66 heeft minder last van zo'n verleden.” De Boer knikt bevestigend.

Een gezamenlijk optrekken van ecologie en economie, van VROM en Economische Zaken, dat is niet eerder vertoond. Integendeel, in het laatste kabinet-Lubbers waren de verhoudingen, in de personen van de sociaal-democraat Hans Alders en de christen-democraat Koos Andriessen, vrij gespannen, zoals ze dat toen ook waren tussen Alders en CDA'er Hanja Maij (Verkeer en Waterstaat). De departementen werkten elkaar tegen, vanuit de overtuiging dat ze verschillende belangen te verdedigen hadden.

“Er was heel lang”, zegt De Boer, “een wat moeilijke situatie tussen EZ en VROM”. “Als VROM iets wilde, stuitte dat op problemen bij EZ, waar men direct begon over de concurrentiepositie van Nederland. En als EZ iets wenste, riep VROM dat het slecht was voor het milieu. Kortom: Pavlov-achtige reacties wederzijds. Slecht voor de verhoudingen, slecht voor het beleid èn slecht voor het milieu.”

Nu liggen de kaarten anders. Zo anders zelfs, dat de milieubeweging al heeft gewaarschuwd dat het nieuwe econologie-denken kan leiden tot het verdwijnen van 'DGM', het directoraat-generaal voor het milieu. Dat zou, aldus de milieu-lobby, aansluiten bij de manier van denken van de nieuwe minister van milieu. Al bij haar aantreden immers, kondigde De Boer aan te streven naar een kleiner milieu-ministerie. In haar optiek is dat mogelijk wanneer de zorg voor het milieu een integraal onderdeel is geworden van het beleid van andere departementen, bedrijven en lagere overheden.

De Boer noemt de vrees van de milieubeweging “begrijpelijk”, maar ook “ongegrond”. “De belangrijkste verandering is, dat we niet meer zeggen dat de economie moet krimpen, om op die manier het milieu te sparen. Dat was in veel opzichten een doodlopende weg, die we verlaten hebben. Wat wij willen, is dat economie en milieu elkaar versterken. Een benadering die aansluit bij de commissie-Brundlandt. (In 1987 kwam deze VN-commissie in het rapport 'Our common future' al tot de conclusie dat milieu en economische groei niet tegengesteld zijn, red.). Maar dat betekent niet dat het ministerie van milieu kan verdwijnen. Je moet een departement houden dat de normen stelt, de voortgang bewaakt, en nieuwe bedreigingen ontdekt.”

Voormalig organisatie-adviseur Wijers: “Ik vind het typisch Nederlands, om meteen naar de organisatie te kijken. Daar gaat het niet om. Het zou zelfs, denk ik, slecht zijn voor de spanning die nodig is om creativiteit los te maken, als er geen ministerie van milieu meer was. Zolang het milieu-denken nog geen integraal onderdeel van het handelen vormt, moet er een minister van milieu zijn. Als een soort geweten.” Maar, vult hij aan: “Er komt natuurlijk een moment dat het milieubeleid wèl geïntegreerd is, waarschijnlijk over een jaar of twintig. En ik weet niet of DGM - 'Want zo heet dat directoraat van jou toch?', kijkt hij opzij - dan nog bestaat.”

Het was Wijers die in maart van dit jaar de term 'econologie' lanceerde, tijdens een congres van zijn partij. Volgens hem staat het kabinet-Kok voor twee grote maatschappelijke uitdagingen waarvoor geen makkelijke, pasklare oplossingen zijn. “En als we er niet in slagen binnen deze kabinetsperiode fatsoenlijke oplossingen te vinden, falen we naar mijn mening als kabinet en als partij. Ik heb het over werk en milieu. Over economie en ecologie”, zei Wijers. Over econologie.

De Boer was niet aanwezig op het D66-congres en heeft, bekent ze, de 'econologie-rede' ook “niet gelezen”. Toch nam het begrip in haar begroting een belangrijke plaats in. Op het directoraat-generaal voor het milieubeheer houdt mening ambtenaar zich er nu mee bezig. Ook stond econologie centraal in De Boer's inleidende woorden bij de begrotingsbehandeling, al gebruikte ze het woord zelf niet. Want: “Ik ben niet erg dol op dat woord. Ecologie is iets anders dan milieu. Bij ecologie denk je toch meer aan de natuur. En milieu, dat is ook het taaie, grijze en onaangename milieu. Maar als econologie de mensen een indruk geeft van waar we aan werken, heb ik er vrede mee.”

Tot nu toe is econologie echter een vaag begrip. De energieheffing valt eronder, evenals fiscale stimulering van schone auto's. En minister Wijers noemde het besluit om de Betuwelijn aan te leggen een ecologische beslissing.

Op dit moment wordt in opdracht van VROM een aantal toekomstscenario's op papier, variërend van een milieu-maatschappij tot een samenleving waarin de economie het voor het zeggen heeft. Die scenario's moeten gespreksstof opleveren voor een nationaal econologie-congres, mei volgend jaar. In februari komt er een internationaal congres 'milieu en economie', onder voorzitterschap van oud-premier Ruud Lubbers. Aan het einde van de kabinetsperiode moet er een nota over econologie liggen.

Wijers weet niet exact hoeveel mensen zich op zijn departement met econologie bezighouden. Veel, denkt hij. Want: “Het gaat om de ambtenaren die zich altijd al met milieu bezighielden. Het directoraat-generaal voor de energie bijvoorbeeld, en industrie en diensten. Maar ook het 'dg' voor buitenlandse economische betrekkingen.”

Op het ministerie van De Boer zijn alle vijfendertig medewerkers van de directie strategische planning bezig met 'econologie'. De banden met EZ zijn aangehaald. Het schaarse overleg van vroeger is vervangen door regelmatige bezoeken over en weer. De Boer: “Het is ook een proces van elkaar leren kennen. Elkaars taal leren spreken. En dat geldt dan niet zozeer voor ons tweeën, want wij hebben het relatief makkelijk, denk ik. Het geldt met name voor onze medewerkers.”

Daarnaast is er volgens haar sprake van “een agogisch probleem”. “Aan de ene kant moet je de 'schwung' erinhouden, aan de andere kant moet je de verwachtingen ook niet zo hoog opschroeven, dat het resultaat alleen maar tegen kan vallen. Het is zoeken en tasten.”

Over een paar jaar moet in de samenleving een veel grotere plaats voor technologie zijn ingeruimd, naast fiscale maatregelen de belangrijkste 'drager' van het begrip econologie. De energieheffing zal zijn verbreed, iets wat er in deze kabinetsperiode niet meer inzit. “Daar zijn in het regeerakkoord afspraken over gemaakt.”

Maar wanneer Wijers suggereert dat een verbreding van de energieheffing, die nu alleen voor kleinverbruikers geldt, alleen in Europees verband mogelijk is, nuanceert De Boer: “Wij zijn ervan overtuigd dat het prijsinstrument een belangrijke rol in het bestrijden van milieuproblemen kan spelen. Op dat pad vinden we nu stapvoets onze weg, waarbij de kleinverbruikersheffing een kleine, eerste stap is. Wat je op dit moment in Europa ziet, is dat een aantal noord-westelijke landen zo'n kleinverbruikersheffing heeft, of zou willen hebben. Die collega's heb ik uitgenodigd om in januari te komen praten over de afstemming van het instrument. Want als we die heffing toch invoeren, laten we dan in ieder geval zorgen dat het goed op elkaar is afgestemd, zodat een verdere integratie makkelijker verloopt.”

Wijers: “We moeten niet onderschatten wat de energieheffing betekent voor de modale werknemer. Dat is substantieel. Ik vind dat economie en milieu kunnen samengaan, maar in onze calvinistische cultuur hebben we er een handje van, dat we er dan vooral onder moeten lijden. Ik denk dat het mogelijk is - en die ambitie zou je moeten hebben - om een heleboel dingen te houden zoals ze nu zijn. Alleen moet je ze slimmer doen, waardoor de welvaart stijgt zonder dat het ten koste gaat van de duurzaamheid. Dat is wat we willen bereiken.”

Volgens de minister van economische zaken is vooral op het terrein van de infrastructuur een grote slag te slaan. En: “Mobiliteit is een onderwerp waar we beiden niet rechtstreeks voor verantwoordelijk zijn, dus dat praat wat gemakkelijker.” Wie naar de files kijkt, kan volgens Wijers niet om de conclusie heen dat het “niet meer in de breedte kan. Dan wordt Nederland één grote asfaltweg.” Maar omhoog en omlaag, dat kan wel. Daarom financiert zijn ministerie nu een project - “het klinkt niet erg wervend” - 'boren in slappe grond'. Wijers: “Nederland heeft veel slappe grond, en straks hebben we mollen, Jules Vernes-achtige machines, die tunnels onder de grond graven zonder dat je je hoeft te bekommeren om wat zich daarboven bevindt.”

Wijers heeft de aanleg van de Betuwelijn ooit een 'ecologische beslissing' genoemd. Een volledige ondertunneling zou meer recht aan die kwalificatie hebben gedaan. “Ik zou het ook fantastisch hebben gevonden, als dat had gekund”, zegt Wijers. “Maar de Betuwelijn is zo'n voorbeeld van een besluit dat je nu moet nemen, terwijl je weet dat er over vijf tot tien jaar een technologie is die je daarvoor bij uitstek had kunnen toepassen. Ik hoop nog steeds, en dat is ook de afspraak die we gemaakt hebben, dat op een aantal punten die nieuwe techniek wordt toegepast.” “En anders hebben we ook de HSL nog”, vult De Boer aan.

Infrastructuur is een concreet onderwerp in de econologie-discussie. De twee bewindslieden erkennen dat het onderwerp het voor een groot deel moet hebben van 'management by speech'. Ze pleiten ook niet voor een versterking van de rijksoverheid. De Boer: “Het gaat mij niet om meer wetten en regels, maar om inspiratie. We moeten ervoor zorgen dat andere partijen, en dan denk ik met name aan het bedrijfsleven, zodanig geïnspireerd raken dat zij op een vanzelfsprekende, vrijwillige manier meewerken aan een verbetering van het milieu.” Daarbij sluit ze niet helemaal uit dat er op een gegeven moment extra wet- en regelgeving komt. “Onze eerste insteek is kennis vergaren, inspireren en kijken of het werkt. Maar misschien is er tot slot nog een juridisch vangnet nodig.”

De Boer onderstreept dat deze aanpak typisch Nederlands is. “Wij zijn een land met een concentratie van industriële activiteiten, in combinatie met een energie-intensieve produktiesector. We zijn dichtbevolkt en hebben veel vervuiling. Daarom ontstaat hier ook veel kennis over milieuvervuiling en wat je eraan kunt doen. Ik ga ervan uit dat we de komende jaren in staat zijn de gedachtenvorming over econologie steeds meer te laten uitwaaien. Te laten postvatten in het denken van andere, in eerste instantie Europese landen.”

Want de econologie-discussie is ook een Europese discussie, vinden beide ministers. Wijers: “Veel van dit soort dingen moet je in internationaal verband regelen. Dat klinkt naar 'je verschuilen achter de rug van Europa', maar zo is het niet. Want als je het internationaal niet regelt, maar wel in eigen land, ben je twee keer verkeerd bezig. De internationale dimensie wordt steeds belangrijker in het nationale beleid.”