Bezoek Clinton gaf vredesproces duw

Tot gistermiddag zag het er voor de Amerikaanse president, Clinton, slecht uit: de dag voordat hij zou vertrekken voor een reis naar Londen, Belfast en Dublin, beleefde het Noordierse vredesproces zijn grootste crisis sinds het staakt-het-vuren van zestien maanden geleden.

De Ierse premier, Bruton, en zijn Britse collega, Major, konden het na wekenlang intensief telefoneren maar niet eens worden, ieder overleg liep vast op een eis die het vredesproces al maanden stillegt: Major wil dat de IRA zich ontwapent voordat met haar politieke arm, Sinn Fein, over de staatkundige toekomst van Noord-Ierland kan worden gesproken.

Clintons medewerkers haastten zich te verklaren dat de president met zijn bezoek, gepland toen de vooruitzichten voor het Ierse vredesproces nog wat rooskleuriger waren, geen politieke doorbraak beoogde. “Hij gaat geen konijn uit zijn hoed toveren”, zei Clintons adviseur, Nancy Soderberg, nog enkele dagen geleden. Met veertig miljoen Amerikanen van Ierse afkomst, is een bezoek aan Ierland voor een president die herkozen wil worden van groot belang.

Gisteravond kregen Bruton en Major het vredesproces toch weer op gang: ze stelden een datum voor het begin van de gesprekken tussen alle Noordierse partijen. Maar het belangrijkste twistpunt, de ontwapening van de IRA, bleef onopgelost.

Al vijf maanden hebben Bruton en Major geprobeerd vorm te geven aan de 'twee-sporen-aanpak' waarbij een internationale commissie de ontwapening in Noord-Ierland bestudeert, terwijl gelijktijdig gesprekken met alle partijen worden voorbereid.

Maar Major staat onder zware druk van de Ierse Unionisten die weigeren met Sinn Fein te praten met wapens onder de tafel en Bruton staat onder invloed van Sinn Fein, dat het te vroeg vindt voor ontwapening zolang niet duidelijk is welke kant de onderhandelingen op zullen gaan.Het Noordierse vredesproces begon toen de voormalige Ierse premier, Albert Reynolds, en premier Major het er twee jaar geleden over eens werden dat de Ieren over de status van Noord-Ierland zelf een democratisch besluit moeten nemen. Daarop volgde in augustus 1994 een wapenstilstand van de IRA en kort daarna ook van de loyalistische paramilitairen. In februari van 1995 werd het Anglo-Ierse raamwerkdocument getekend, waarin de basis werd gelegd voor het overleg met alle Noordierse partijen. Dit voorjaar werden voor het eerst ook verkennende gesprekken gevoerd door Britse ambtenaren met Sinn Fein. Maar daarop volgde door onenigheid over de Britse eis van ontwapening een lange stilte.

In de weken voor het bezoek van Clinton hebben Bruton en Major bijna iedere dag lange telefoongesprekken gevoerd, en elkaar over en weer voorstellen gezonden, maar zonder enig resultaat. Dat ze er een dag voor het bezoek van Clinton plotseling toch uitkwamen, moet dus wel te maken hebben met de druk die de Amerikaanse regering heeft uitgeoefend. Het bezoek is belangrijk voor het imago van Clinton, die na de vredesakkoorden in het Midden Oosten en in Bosnië twaalf maanden voor de verkiezingen nòg een buitenlands succesje hoopt te behalen.

Major is niet onverdeeld gelukkig met de Amerikaanse bemoeienis met de Noordierse kwestie. De Britse regering is nog steeds wrevelig over de ontvangst van Sinn Fein-leider Gerry Adams ter gelegenheid van de Ierse nationale feestdag, St. Patrick's Day, dit voorjaar op het Witte Huis. Bovendien wil Major niet dat Clinton het initiatief in het vredesproces, dat voor hem electoraal ook interessant is, van hem overneemt. Tegelijkertijd beseft Major dat hij Clinton nodig heeft omdat de president wegens zijn goede verstandhouding met de Ierse republikeinen, de enige is die Adams er mischien van kan overtuigen dat de IRA moet beginnen met het inleveren van wapens. Amerikaanse regeringsfunctionarissen hebben hun Britse collega's de laatste weken steeds gerustgesteld dat Clinton de kansen op een overeenkomst tussen Dublin en Londen alleen wil vergroten, en niet van plan is iets op te dringen.

Of de geforceerde doorbraak van gisteren in de praktijk ook echt een doorbraak zal zijn, is echter zeer de vraag. De leider van de Ulster Unionisten, David Trimble, noemde het akkoord al een “fudge”, vrij vertaald een luchtballon. Maar de voorzitter van Sinn Fein, McLaughlin, sloot niet uit dat het akkoord de “zo lang gezochte formule kan zijn die ons naar onderhandelingen brengt zonder voorwaarden”.