Barbaars

Er zijn oude mensen die het niet leuk vinden om oud te zijn. Misschien zelfs wel de meeste, als je het hun rechtstreeks vraagt. Maar uit pure noodzaak legt men zich er wel bij neer. Alleen sporadisch wordt iemand echt chagrijnig of depressief om redenen van ouderdom.

Iedere volwassene hecht aan de onafhankelijkheid die deel uitmaakt van zijn status. Maar voor sommigen is het afstaan van zelfstandigheid moeilijker dan voor anderen. Je hebt mensen die zich na bijvoorbeeld een dwarslaesie een wonder van veerkracht betonen en onmiddellijk plannen maken voor deelname aan de Paralympics, anderen blijven jarenlang, wie weet de rest van hun leven in mineurstemming. Al geniet de veerkrachtige reactie meer aanzien (die maakt het de buitenwereld dan ook een stuk makkelijker), de mokkende somberling heeft evenveel recht op zijn stijl van reageren.

Gruwelijker dan de lichamelijke afhankelijkheid waar mensen bang voor kunnen zijn is de geestelijke aftakeling. De Alzheimerpatiënt legt laag voor laag de elementen af die zijn persoonlijkheid uitmaken, totdat er een huls van protoplasma over blijft, waaruit nog enige rudimentair-menselijke echo's opstijgen, doorgaans niet van het prettigste soort. De persoonlijkheid wordt uitgewist en vernietigd, het is een totalitaire ziekte. Dementie is vaak erfelijk bepaald en bovendien lijdt een op de vijf tachtig-plussers aan deze ziekte. De angst voor het Alzheimer-perspectief is dus tamelijk reëel. Sommige mensen zijn er zo bang voor dat ze in een wilsbeschikking (opgemaakt in alle helderheid) proberen vast te leggen dat men deze kelk aan hen voorbij zal laten gaan. Tevergeefs natuurlijk, want tegen de tijd dat ze zo ver heen zijn, weten ze van niks en komt een ingreep neer op moord.

Het argument tegen honorering van de wens van de proto-patiënt is dat je niet kunt weten of de inmiddels patiënt geworden persoon het nu echt wel zo vreselijk vindt - elke nieuwe situatie schept tenslotte nieuwe uitdagingen - en dat wij, gezonden, niet onze weerzin en onze ideeën over wat het leven de moeite waard maakt moeten projecteren in hen. Dat is de mening van verpleeghuisarts Bert Keizer en ook Marjoleine de Vos wijdde er in deze krant een beschouwing aan.

In het algemeen vertoont deze cultuur een groot respect voor individuele wensen, juist ook als het gaat over het eind van het leven. Je kunt, als je wilt, je begrafenis regisseren, een erfenisverdeling maken, ja zelfs een als ondraaglijk ervaren lijden bekorten. Allemaal in zekere zin egoïstische verlangens. De wil om niet je leven te eindigen als een ontremde, incontinente idioot die om z'n moeder roept en geen mens meer herkent, heeft zeker een egoïstische kant: dat je jezelf te goed acht voor die rol, of dat je niet op die manier herinnerd wil worden, maar er komt ook een altruïstisch aspect bij te pas: dat je andere mensen niet tot last wilt zijn. Dit nu wordt altijd gewantrouwd en geldt bij uitstek als teken van niet genoeg zelfrespect. “Ach mevrouwtje, natuurlijk bent u niemand tot last. Komt u maar lekker snoezelen met de speciaal hiervoor opgeleide geestelijk-gehandicaptenwerker.”

Maar waarom wordt deze wens om anderen niet tot last te zijn, dit altruïsme zogezegd, niet serieus genomen? Wat is er aan de hand met het begrip zelfopoffering dat mensen domweg niet geloofd worden als ze zichzelf daarvoor aanmelden? Wie zich egoïstisch opstelt, ontmoet veel minder weerstand. Er vinden jaarlijks miljoenen abortussen ter wereld plaats, waaronder vast ook van een paar potentiële Einsteintjes, maar die zwangerschappen kwamen slecht uit. Gehandicapte vruchten verdwijnen zo mogelijk ook al snel in het grote niets. De meeste wetgevingen zijn aangepast aan dit even menselijke als egoïstische streven naar het vermijden van leed.

In andere, primitievere culturen gingen oude mensen wel op een ijsschots zitten of op een kale berg om te sterven, als de voedselvoorraden schaars waren. Dit rationele altruïsme maakt in westerse ogen een barbaarse indruk. Wanneer iemand bij zijn volle verstand het groepsbelang laat prevaleren boven het eigenbelang (ook al is dat laatste in geval van dementie vooral imaginair van aard), loopt hij tegen een muur van bevoogding op. Want wij zijn niet zo barbaars om offers aan te nemen. Wij gaan beschaafd snoezelen.