Wolters: kampioen van kleine overnemingen slaat grote slag

Het hing al enige tijd in de lucht. Eens moest Wolters Kluwer een grote overname doen om het gewenste groeitempo van de onderneming te kunnen volhouden. Met de aankoop van het Amerikaanse CCH wordt de Amsterdamse uitgever gemeten in omzet meer dan een derde groter.

Meindert Ververs, de voormalige topman van Wolters Kluwer die halverwege dit jaar het bedrijf verliet, zag zijn uitgeverij graag als een soort kralenketting. Hij had gelijk. Wolters, dat in 1994 een omzet van 2,6 miljard gulden vermeldde, kon zonder meer de kampioen van de kleine overnamen genoemd worden. Vooral in Skandinavië, Spanje en Oost-Europa werden uitgeverijen overgenomen met specialismen die Wolters sinds jaar en dag kenmerken: juridische en fiscale uitgaven.

Met de acquisitie van CCH zet de nieuwe baas van Wolters Kluwer, Cor Brakel, zijn stempel op het bedrijf dat in één klap in de Verenigde Staten net zo groot wordt als in Nederland. Blijkens een gisteravond verstuurd persbericht voldoet de overname volgens de uitgever “geheel aan het acquisitieprofiel”. De Amerikaanse aanwinst bedient professionele klanten: belastingdeskundigen, accountants en juristen. Het is een aantrekkelijke markt met hoge marges en betrekkelijk lage risico's.

Net als Wolters Kluwer hanteert ook concurrent Reed Elsevier de succesvolle strategie om uitgaven voor het grote publiek in te ruilen voor activiteiten op de professionele markt. De overname betekent niet alleen een doorbraak in de Verenigde Staten, CCH is voor Wolters ook aantrekkelijk omdat ongeveer 30 procent van de uitgaven elektronisch zijn: van CD-rom tot internet-software. Dat is volgens Kluwer toch de markt van de toekomst, zo werd bij eerdere gelegenheden betoogd. In het huidige palet van activiteiten maakten elektronische produkten nog slechts een kleine 10 procent van de totale omzet uit.

De overname van CCH vormt ook een nieuw hoofdstuk in de al jaren durende prestigestrijd tussen Elsevier en Wolters Kluwer. Formeel bestaat die niet. Wolters Kluwer doet er alles aan om te benadrukken dat de concurrent sinds de fusie met het Britse Reed veel groter is, en dat een vergelijking derhalve mank gaat. Ook Reed Elsevier bewaart over de onderlinge verhoudingen officieel meestal het stilzwijgen.

Beide uitgevers houden elkaar niettemin scherp in de gaten. Toen Reed Elsevier vorig jaar een grote slag sloeg met de overname van de Amerikaanse databank Lexis-Nexis, verbaasde men zich bij Reed Elsevier openlijk waarom Wolters Kluwer niet in de race was geweest. De reactie van de Stadhouderskade klonk venijnig: Wij zijn niet bereid zoveel te betalen voor een distributiekanaal. Ons gaat het om de inhoud.

Die inhoud heeft Wolters Kluwer nu. CCH beschikt over de redacties die de te verkopen informatie genereren. En het is de inhoud, zo blijkt nu, waar ook Reed Elsevier op aasde. Maar dit keer zegt Reed Elsevier bij monde van bestuurder Paul Vlek dat zij niet bereid waren zoveel te betalen, en dat Reed Elsevier niet begrijpt waarom Wolters dat wel doet. Volgens Vlek was Reed Elsevier bereid 51 dollar per aandeel te betalen, terwijl Wolters Kluwer 55,50 dollar betaalt. In totaal komt dat neer op 1,9 miljard dollar ofwel 3 miljard gulden. Voor Wolters, dat zelf een beurswaarde van 10 miljard heeft, is dat een fors bedrag, dat geheel wordt gefinancierd uit eigen kas en met bankkrediet. Met een prijs van drie maal de omzet van CCH (600 miljoen dollar) is het bedrijf duurder dan de 2,5 maal de omzet die Reed Elsevier voor Lexis-Nexis neertelde.

Het bedrag is zo fors dat aandeelhouders in 1996 even de broekriem moeten aanhalen. Terwijl de winst per aandeel sinds jaar en dag met 15 procent per jaar toenam, blijft die groei volgend jaar op nul steken. De betaalde goodwill (de premie bovenop de boekwaarde van CCH) wordt naar Amerikaans gebruik over de komende jaren uitgesmeerd en van de winst afgetrokken. Me ingang van 1997, zo belooft Wolters, wordt de groei weer voortgezet.

Financiële analisten reageerden vanochtend positief. O. Wentges van Kempen & Co zegt de uitgever nog nooit op een foute uitspraak te hebben betrapt, en T. Gietman van Van Meer James Capel is ook “nog nooit teleurgesteld” door Wolters Kluwer.