Wie in Wit-Rusland niet stemt, stemt Loekasjenko

Morgen gaan de Witrussen weer ter stembus - voor verkiezingen voor een half parlement. Als het goed is, moeten die verkiezingen na maanden van touwtrekken, ruzies, omstreden presidentiële decreten en even omstreden uitspraken van het Hooggerechtshof eindelijk weer een werkzame volksvertegenwoordiging opleveren. Voor president Aleksander Loekasjenko hoeft dat trouwens niet zo: wat hem betreft blijft morgen iedereen thuis en regeert hij simpelweg zonder parlement.

Bij de parlementsverkiezingen van mei van dit jaar slaagden de Witrussen er niet in een werkzaam parlement te kiezen: ze bleven zo massaal thuis dat slechts 119 van de 260 zetels werden gevuld. De 141 resterende zetels bleven leeg, omdat de opkomst in de betreffende districten onder het wettelijke minimum van vijftig procent van het ingeschreven electoraat was gebleven. Het nieuwe parlement heeft, om aan het werk te kunnen gaan, een quorum van tweederde nodig, en omdat het dat niet bezit kan het niet bijeenkomen.

Sindsdien bezit Wit-Rusland anderhalf parlement: de oude volksvertegenwoordiging, die nog in 1990, in Sovjet-tijden, is gekozen, en de nieuwe halve volksvertegenwoordiging die niet aan het werk kan gaan. De afgelopen maanden hebben president Loekasjenko, de leden van dat anderhalve parlement en het Hooggerechtshof een goed deel van hun tijd besteed aan het bekvechten over wie wat mag en vooral over wie wat niet mag.

Voor Loekasjenko is de oude Opperste Sovjet illegaal: de zittingstermijn is verstreken, en hij heeft dan ook zijn ministers verboden zich in dat oude parlement te vertonen. Maar volgens het Hooggerechtshof is dat oude parlement nog wel degelijk legitiem, zolang het nieuwe geen quorum heeft. Loekasjenko weigert dat besluit te accepteren: “Voor mij bestaat de Opperste Sovjet al lang niet meer.”

Dat had consequenties. Wit-Rusland had dan wel anderhalf parlement, maar in de praktijk regeerde Loekasjenko alleen, per decreet. Leden van het oude èn het nieuwe parlement genoten volgens hem geen parlementaire onschendbaarheid meer. Toen Loekasjenko eind augustus, geconfronteerd met een metrostaking in Minsk, per decreet de parlementaire onschendbaarheid van diverse parlementariërs (tevens stakingsleiders) ophief (en en passant de grootste vakorganisatie van het land verbood), werd hij terechtgewezen door het Hooggerechtshof, want dat was in strijd met de grondwet. Loekasjenko legde het verbod van 's lands hoogste juridische instantie naast zich neer, zoals hij al vier keer eerder had gedaan: “Wat het Hooggerechtshof ook besluit, de uitvoerende macht functioneert op basis van mijn decreten en bevelen.” En als het Hooggerechtshof er anders over denkt, aldus Loekasjenko, “speelt het politieke spelletjes”. En dus werd de staking met geweld gebroken, werden de parlementariërs en stakingsleiders gearresteerd en veroordeeld en werd de vakbond verboden.

Loekasjenko regeert de Witrussen inmiddels zoals hij vroeger de koeien regeerde op de kolchoze waarvan hij directeur was: met harde hand. Vakbonden worden verboden, kranten worden gecensureerd en gesloten, uitspraken van rechtbanken en het parlement genegeerd en ministers aan een heel kort lijntje gehouden. “Alles wat dit parlement besluit is zinloos, want de president zal niet één wet ondertekenen”, zo hield Loekasjenko's stafchef Leonid Sinitsyn onlangs de Opperste Sovjet (het oude parlement) voor.

Een van de wetten die Loekasjenko niet tekende was een aanpassing van de bepaling, dat verkiezingen ongeldig zijn bij een opkomst van minder dan 50 procent van de ingeschreven kiezers. Het parlement verlaagde dat percentage naar 25 procent, in de hoop morgen eindelijk een parlement met een quorum te krijgen. Maar Loekasjenko lag dwars: hij hield liever aan de 50-procentsgrens vast, want wat hem betreft hoeft er morgen geen nieuw parlement te komen: het regeert erg prettig als alleenheerser. Het Hooggerechtshof sloot zich in een besluit bij het parlement aan, maar kreeg van de president het lid op de neus en koos vervolgens eieren voor zijn geld. En zo moet als vanouds morgen de helft van de kiezers naar de stembus komen om Wit-Rusland eindelijk aan een parlementair quorum te helpen. Elke kandidaat heeft op last van Loekasjenko slechts de tegenwaarde van vijftig dollar aan zijn campagne mogen uitgeven - nauwelijks genoeg om wat pamfletten te drukken. Toegang tot de media hadden ze niet.

Zo slaat Loekasjenko, zo zei onlangs een oppositionele parlementariër, “de ene nagel na de andere in de doodkist van de democratische instituten”. Loekasjenko's critici omschrijven de 40-jarige president als een megalomaan, een dictator en een paranoïde persoonlijkheid. Wit-Rusland is onder Loekasjenko, zo zei vorige week een Westerse diplomaat in Minsk, “een van de grote catastrofes van Europa.” Als morgen de Witrussen even massaal thuisblijven als in mei, wacht hun, zo vrezen ze, ook de komende jaren Loekasjenko's alleenheerschappij - een alleenheerschappij die steeds meer op de oude dictatuur uit de tijd van het Sovjet-socialisme gaat lijken. “Wit-Rusland”, zei Loekasjenko vorige week tot lokale bestuurders, “is het bolwerk tegen de Westerse invloed die het GOS binnensluipt.” Deze week stelde hij tevreden vast dat “presidentieel bestuur de facto al bestaat”. “Absolute macht betekent absolute verantwoordelijkheid, en daar ben ik klaar voor. Er moeten beslissingen worden genomen”, aldus Loekasjenko. Het parlement doet er voor hem niet toe: “Toen ik de laatste kandidatenlijst zag werd ik misselijk. Deze mensen moeten niet het recht krijgen zich met de regering te bemoeien en ik heb het recht niet de mensen te vragen op hen te stemmen.”

Dat het met de parlementaire democratie in Wit-Rusland allemaal niet van een leien dakje gaat wilde onlangs Loekasjenko's adviseur Oeral Latipov wel toegeven, al greep hij bij het zoeken naar een rechtvaardiging wel heel diep in de grabbelton van de geschiedenis: “De machtsdeling in Wit-Rusland levert moeilijkheden op. Maar die verloopt nergens makkelijk. In Engeland heeft het parlement zelfs een koning laten onthoofden.” Dat was alweer 346 jaar geleden. Wat wellicht vooral wil zeggen dat men er in Minsk in al die eeuwen weinig bij heeft geleerd.