Vuur in moskee aangestoken

OOSTERHOUT, 28 NOV. Hij oogt bleek en vermoeid. “Geloof me, de schrik zit er nog goed in”, zegt hij met zachte stem. “Bij de Marokkaanse gemeenschap hier in Oosterhout, maar zeker ook bij mij.” De jonge A. Akechar staat voor het bruine houten gebouw, dat in de Brabantse stad als moskee dienst doet. Pieter Vreedestraat 38, is er met grote letters naast de ingang gekalkt. Afgelopen zaterdagavond tegen half negen ontstond er brand in de keet. Over de oorzaak tastte de politie aanvankelijk in het duister, maar zondag kwam er klaarheid. Het vuur was aangestoken. “Agenten kwamen ons vertellen dat er buiten sporen van benzine waren ontdekt”, vertelt MTS-scholier Akechar, die in het godshuis was toen de brand uitbrak.

Akechar wilde met vier landgenoten net de moskee verlaten, toen ze “wat verdachts” roken. Binnen laat hij de plek zien waar de brand begon. Een soort meterhok, dat tevens als voorraadkast fungeert. Het is zwaar beschadigd, net als de aangrenzende vertrekken. De buitenmuur is ten dele verdwenen en provisorisch dichtgetimmerd. Akechar wijst op een geiser, die aan het plafond bungelt. “Die geiser, riepen wij bij het zien van de vlammen naar elkaar, die geiser heeft de boel natuurlijk in lichterlaaie gezet. We gingen er onmiddellijk met emmers water op af. En we waarschuwden brandweer en politie.”

Er hangt nog steeds een rooklucht in de moskee, maar de in 1980 door de gemeente Oosterhout gebouwde gebedsruimte doet al weer dienst. Voor een gesloten deur, waarachter eentonige, zware mannenstemmen zich tot Allah richten, staat een reeks schoenen - het is vrij druk voor zo'n gewone maandagavond. Akechar kijkt er tevreden naar. Naast hem is een jongetje komen staan, die een gevouwen regionale krantepagina uit zijn broekzak haalt. “Hier staat het”, zegt het ventje, “veel schade na brand in Oosterhoutse moskee.” Wie stichtte de brand? De politie houdt vol dat er geen enkele aanwijzing is die op een racistische aanslag wijst. Ze gaat een buurtonderzoek houden in de wijk van Oosterhout-Zuid.

Akechar verdenkt de wijkbewoners niet. “We hebben als buitenlanders - er wonen hier veel Marokkanen en Turken - in deze buurt nooit serieuze problemen gehad. Het is bijna altijd goed gegaan. Goed, er waren een keer een paar stenengooiers, die wat ramen van de moskee vernielden. Wat er nu aan de hand is, moeten we afwachten. Ik zou niet weten of er hier sprake is van vandalisme of racisme, zoals dat in Duitsland op grote schaal het geval was. Ik heb geen idee welke richting het uit gaat. We kijken uit naar de rapporten van de politie. Het gebouw beschermen tegen aanslagen? Dat is onmogelijk. Als iemand de moskee in brand wil steken, dan lukt dat.”

Verderop in Oosterhout, in de Bloemenhof, ligt een Marokkaans ontmoetingscentrum. Gesprek van de dag is daar, bij de televisie, de bar en het tafelvoetbalspel, uiteraard de brand aan de Vreedestraat 38. “Het zou een schande zijn, als iemand erop uit was te moorden”, zegt een van de bezoekers bij de buitendeur. “Maar daar ga ik niet van uit. Ik denk niet dat het een racistische aanslag was. Ik houd het op uit de hand gelopen vandalisme.”