OSCAR LUIGI SCALFARO; Veiligheidsstop

De Italiaanse president Scalfaro is gisteren voor een tweedaags bezoek in Nederland aangekomen. Hoewel zijn taken voornamelijk ceremonieel zijn, is Scalfaro een van de centrale figuren geworden in de overgangsperiode die Italië doormaakt. Hij heeft gas gegeven toen het volk om verandering riep, hij heeft op de rem getrapt toen Silvio Berlusconi probeerde de politiek naar zijn hand te zetten.

ROME, 28 NOV. In de politieke storm die de afgelopen drie jaar over Italië heeft geraasd is er maar één hoofdrolspeler die al die tijd overeind is gebleven: president Oscar Luigi Scalfaro. Op papier heeft een president niet veel te vertellen in Italië. Maar in het politieke machtsvacuüm na de ineenstorting van het oude bestel heeft Scalfaro de mogelijkheden die zijn ambt biedt ten volle uitgebuit om stukje bij beetje zijn invloed te vergroten.

Gaandeweg is Scalfaro een van de veiligheidsstoppen geworden in een bestel dat onder zeer hoge spanning is komen te staan. Hij vertegenwoordigt een soort gezond verstand in een land dat wil vernieuwen, maar niet precies weet hoe. Scalfaro heeft zich opgeworpen als de man van de evolutie, van de bedachtzame verandering, waarbij hij meer de nadruk legt op morele dan op politieke vernieuwing.

Het is een onverwachte lotsbestemming voor iemand die diep is geworteld in het oude, failliet verklaarde politieke bestel. Scalfaro heeft sinds het einde van de jaren veertig in het parlement gezeten voor de christen-democratische partij, tot hij in mei 1992, twee dagen na de schokkende moordaanslag op mafiabestrijder Giovanni Falcone, tot president werd gekozen. Scalfaro was een compromiskandidaat: aanvaardbaar voor de oude partijen omdat hij decennia lang een van hen was geweest, aanvaardbaar voor links omdat hij schone handen had. Zijn diepe geloof en zijn verering voor Maria, waarover hij een bijna mystiek boek heeft geschreven, hebben hem steeds buiten de smerige zaakjes van de politiek gehouden.

Eén affaire is nooit helemaal opgehelderd: de honderdduizend gulden per maand die Scalfaro in de jaren tachtig, toen hij minister van binnenlandse zaken was, beroepshalve heeft gekregen van de civiele geheime dienst Sisde. Scalfaro heeft in alle toonaarden ontkend dat dit geld niet voor staatsdoelen zou zijn gebruikt - volgens een hardnekkig maar onbevestigd gerucht is een deel ervan gebruikt om kloosters op te knappen.

Al direct na zijn aantreden - Bettino Craxi en Giulio Andreotti waren toen nog toonaangevende politici - riep Scalfaro op tot een moreel reveil. “Er bestaat geen groter gevaar voor een democratie dan de troebele vermenging van politiek en zaken”, zei hij toen. Vanuit dat standpunt werd hij de regisseur van de vervroegde verkiezingen waarmee de kiezers in maart 1994 de politici van het oude bestel naar huis stuurden. Hij heeft de pogingen van de fel tegenstribbelende oude garde om hun politieke executie uit stellen, stuk voor stuk mee onschadelijk helpen maken. Achteraf gezien heeft hij daarbij één fout gemaakt. Net als het merendeel van de kiezers en net als de Democratische Partij van Links had hij zoveel haast om de corrupte leiders naar huis te sturen dat alle voorstellen om eens goed na te denken over de periode daarna, in de wind werden geslagen.

De verwarring onder premier Berlusconi is de prijs die daarvoor moest worden betaald. Italië was op een andere manier gaan kiezen, volgens het meerderheidsstelsel, en er waren geen duidelijke spelregels voor het optreden van de winnaar en van de verliezer.

Als Berlusconi struikelt, over zijn eigen onwil om iets te doen tegen zijn belangenverstrengeling als mediamagnaat, ondernemer en politicus en over de ingebouwde spanning binnen de alliantie met de federalistische Lega Nord die nooit meer is geweest dan een gelegenheidsverbond, wil Scalfaro zijn vergissing van het jaar daarvoor niet herhalen. Hij is degene die het parlement moet ontbinden om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Maar hij vraagt tijd. Eerst moet er overeenstemming komen over nieuwe spelregels.

In een duidelijke uithaal naar het gedrag van Berlusconi als premier waarschuwt Scalfaro: “De gedachte dat wie wint, de wet kan voorschrijven, is een gedachte die met democratie niets te maken heeft.” Een andere keer zegt hij dat Berlusconi de staat beschouwt als “een stuk handelswaar” en verwerpt hij de roep om snelle verkiezingen als “nutteloos gekakel”.

De uiteindelijk beoordeling van Scalfaro's rol in wat Italianen zelf een revolutie in slow motion hebben genoemd, hangt af van de vraag waarvoor Scalfaro die extra tijd wil gebruiken. Er zijn elf maanden verstreken sinds de val van Berlusconi, maar nieuwe politieke spelregels zijn nog niet in zicht. De president lijkt, samen met een aantal voormalige partijgenoten, de nieuwe manier van kiezen waarvoor tachtig procent van de Italianen in 1993 heeft gekozen, te verwerpen. Doel van die wijziging was twee politieke hoofdstromen te scheppen die met elkaar om de macht strijden. Dat zou de kiezers duidelijkheid bieden en de bestuurbaarheid van het land vergroten. Maar het vereist een cultuur van confrontatie die de Italiaanse politiek nooit heeft gekend en die volgens sommigen ook nooit wortel kan schieten in Italië omdat het daarvoor een te heterogeen land is. Scalfaro heeft er geen geheim van gemaakt dat hij meer heil ziet in een tijdrovende wederopbouw van het politieke centrum, zoals dat lange tijd is bezet door de christen-democraten. Als dat zijn hoofddoel zou blijken, zou Scalfaro de grenzen van zijn per definitie onpartijdige presidentschap erg ver hebben opgerekt.