Inkomenswijken

Elke adverteerder weet dat de lezers van deze krant voor een groot deel in nauwkeurig aan te wijzen 'inkomenswijken' wonen. Hogere-welstandsklassen voelen zich thuis in buurten zoals de Haagse Vogelwijk, delen van Amsterdam Oud-Zuid en villadorpen. Soort zoekt soort. Grote cultuurverschillen tussen buren leiden al snel tot allerlei gedoe. Kleurrijke straten en portieken vormen de voedingsbodem voor conflicten, onverdraagzaamheid en individuele ziektegeschiedenissen. Een eenzijdige samenstelling van buurten is dus bevorderlijk voor maatschappelijk rust en de volksgezondheid.

Leden van de Tweede Kamer zien het anders. Zij toonden zich de afgelopen week uiterst verontrust over het ontstaan van inkomenswijken, waar mensen met een gelijke achtergrond het straatbeeld bepalen: laagbetaalden, voor een belangrijk deel vreemdelingen en hun nazaten. Kabinet, gemeenten en woningcorporaties zouden samen maatregelen moeten treffen om 'gettovorming' in de steden tegen te gaan. De verloedering van het leefklimaat in arme buurten heeft echter weinig te maken met de eenzijdige samenstelling van de bevolking daar. Arme en rijke buurten zijn er altijd geweest. Daar kan de overheid weinig of niets aan verhelpen, zolang de volkshuisvesting voor een groot deel aan de markt wordt overgelaten.

De plotseling veel besproken 'gettovorming' is een door de media opgeblazen drogbeeld. Zeker, in de vier grote steden is het aantal wijken met een concentratie van minderheden de afgelopen tien jaar verdubbeld. Maar die ontwikkeling strookt slechts met de toename van het aantal uitheemsen en hun kinderen. Dat in een aantal oude wijken problemen van werkloosheid, criminaliteit, vandalisme en onveiligheid samenlopen, heeft andere oorzaken dan de eenzijdige bevolkingssamenstelling van die buurten. Veel bewoners zijn er niet goed ingeburgerd, de sociale controle is verdwenen, veel huishoudens leven hier in armoede, hoofdzakelijk door hoge woonlasten.

Ironisch genoeg hebben politici zelf het zaad gestrooid voor problemen van sociale opdeling die nu zoveel aandacht krijgen. Sinds de jaren zeventig heeft ons land de poort opengezet voor mensen uit Suriname en voor gezinsleden van oorspronkelijk in het Middellandse Zeegebied aangeworven werknemers. Een generatie linkse wethouders bouwde in de steden vrijwel uitsluitend sociale huurwoningen. Wie wat meer verdiende werd aangespoord of zag zich gedwongen in een overloopgemeente te gaan wonen (Purmerend, Spijkenisse). In de oude wijken zijn betaalbare woningen, die niet langer voldeden aan alle hoogopgeschroefde wooneisen van deze tijd, op grote schaal gerenoveerd. Hoewel op de stadsvernieuwing miljarden aan huurverlagende subsidies werden toegelegd, zijn de gevraagde huren veelal verdubbeld. Het gevolg was dat in sommige oudere wijken tot aan de dag van vandaag bijna de helft van de bewoners op individuele huursubsidie is aangewezen. De stadsvernieuwing maakte ook een eind aan de hechte sociale netwerken in veel oude wijken. Van getto's is evenwel geen sprake. Mensen die dat woord achteloos in de mond nemen moeten eens een kijkje gaan nemen in uitgewoonde Amerikaanse binnensteden en sommige Franse voorsteden.

Onder sterke aandrang van de Kamer heeft staatssecretaris Tommel van VROM aangekondigd dat hij de koers een aantal graden gaat verleggen. Tommel wil arm en rijk meer door elkaar laten wonen. In de oude wijken wil hij daartoe jaarlijks 3500 goedkope woningen extra laten slopen. Daar komen dure koopwoningen voor in de plaats. Dit plan is de dwaasheid ten top. Alom klinken klachten over forse huurverhogingen en zware woonlasten, maar landelijke politici verklaren vele duizenden betaalbare huizen rijp voor de sloop. Na die kaalslag zullen, natuurlijk wel aan de groene rand van de probleemwijken, veel kleinere aantallen dure koopwoningen verrijzen. Projectontwikkelaars zullen die echter niet gemakkelijk kwijt raken, want gezinnen die wat meer voor het wonen kunnen uitgeven, willen allemaal een huis met tuin in de groene buitenwijken. Sociale koopwoningen in achterstandswijken worden vooral gekocht door mensen uit de wijk zelf, aldus T. Schutte van aannemersbedrijf Muwi in Rotterdam (geciteerd in deze krant van 21 november). 'Vooral veel Turken willen een eigen huis. En ze kunnen toch lekker in hun eigen wijk blijven wonen.' Die woonvoorkeur van minderheden staat haaks op het schadelijke streven van paternalisten in Den Haag die mikken op een meer gemengde bevolkingssamenstelling. Hiertoe wil Tommel ook elk jaar zesduizend duurdere huurwoningen in oude wijken aan zittende huurders verkopen. Dit zal de eenzijdige samenstelling van die wijken uiteraard niet veranderen.

Met name de PvdA wenst daarenboven honderden miljoenen aan subsidies uit te trekken om nieuwbouwwoningen toegankelijk te maken voor mensen met lage inkomens. Dat is echter zonde van het geld. In Nederland staan betaalbare woningen genoeg; liefst driekwart miljoen huishoudens met een behoorlijk inkomen woont in een relatief goedkope huurwoning met een maandhuur van minder dan 600 gulden. Om deze huishoudens te prikkelen op zoek te gaan naar een koopwoning, zijn de huren de afgelopen vijf jaar welbewust flink verhoogd. Dit prijsbeleid had succes. Bijna de helft van alle gezinnen woont inmiddels in een eigen huis en twee derde van alle nieuwe huizen wordt tegenwoordig zonder een cent subsidie gebouwd.

In oude wijken vallen de onmiskenbaar aanwezige sociale achterstanden niet via subsidies voor het wonen op te lossen. Om het ontstaan van probleemwijken tegen te gaan, zijn nodig: meer banen, praktische scholing, grotere veiligheid op straat en betere integratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving. Elke gulden die Tommel uittrekt om naar inkomen breder samengestelde wijken te bereiken, is pure geldverspilling.