Het mysterie van de economische vooruitgang

ROTTERDAM, 28 NOV. Twee eeuwen nadat de Schotse econoom en moraalfilosoof Adam Smith zijn Wealth of Nations publiceerde, blijft het verschijnsel van economische ontwikkeling nog altijd een mysterie. Waarom beleven sommige landen een economisch wonder, en andere nooit.

Gisteravond werd opnieuw een poging ondernomen om het fenomeen van economische vooruitgang te verklaren. Wat maakte de zeventiende eeuw tot een Gouden Eeuw voor Holland en biedt de geschiedenis landen een tweede kans? De Amerikaanse historicus Jan de Vries, de Franse politicus, diplomaat en journalist Alain Peyrefitte en VVD-leider Frits Bolkestein trokken ieder hun eigen conclusie.

“De geschiedenis levert een paradox op', stelde Peyrefitte vast in het debat in Rotterdam dat georganiseerd was door professor Eduard Bomhoff van de universiteit Nijenrode. De Fransman, jarenlang minister onder president Charles de Gaulle, draaide de vraag om. “Onderontwikkeling is geen schandaal. Het is altijd de norm geweest. De geschiedenis kenmerkt zich al eeuwenlang door ziekte, honger en geweld. Economische ontwikkeling is daarom een wonder dat we moeten zien te verklaren', zei Peyrefitte. Hij publiceerde onlangs een boek met als titel Du 'Miracle' en Economie waarin hij de Nederlandse Gouden Eeuw beschrijft als het eerste economische wonder en het vergelijkt met de Britse Industriële Revolutie, de Amerikaanse metamorfose van agrarische natie tot 's werelds grootste industriële macht en de opkomst van Japan. De sleutel tot economische groei is 'vertrouwen', stelde de Fransman. Hij acht een nieuwe kans op een Nederlands economisch wonder niet uitgesloten.

VVD-leider Bolkestein ziet veel meer in de verklaring die de economische historici Jan de Vries van de universiteit van California, Berkeley, en Ad van der Woude van de Landbouwuniversiteit in Wageningen geven voor de Gouden Eeuw.

De twee historici publiceerden eerder dit jaar een omvangrijk boek (Nederland 1500-1815, de eerste ronde van moderne economische groei) waarin ze beschrijven hoe de moderne markteconomie ontstond. Ze rekenen af met de lang gekoesterde veronderstelling van Weber en de Britse historicus Toynbee dat de economische bloei in de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën was toe te schrijven aan de oorlog tegen Spanje en aan het protestantse calvinisme. De wortels van het economische wonder gaan volgens De Vries en Van der Woude ver terug in de Middeleeuwen. De hoge graad van urbanisatie en de beschikbaarheid van een 'cash-economie' waren al lang voor 1500 karakteristiek voor Holland dat nooit een echt feodalisme heeft gekend. Klassenverschillen waren bescheiden, er waren weinig belemmeringen voor mobiliteit en volop kansen voor individueel ondernemerschap, eigen verantwoordelijkheid en inventiviteit.

Pagina 18: 'We zijn toe aan derde wonder'

Bolkestein noemde zes kenmerken die de Gouden Eeuw domineerden en vergeleek ze met het huidige Nederland. Zo was het kerngezin van gemiddeld vier personen in de Gouden Eeuw al overheersend, net als nu. Ook heeft Nederland, volgens Bolkestein, nog net zoveel baat bij vrijhandel als destijds de Republiek had. Op andere terreinen zijn grote verschillen ontstaan. Immigranten waren volgens hem destijds beter opgeleid en brachten kapitaal mee. Ook waren in de Gouden Eeuw anti-kartel maatregelen niet nodig omdat op de markt voor stapelgoederen monopolies zelden een lang leven waren beschoren als gevolg van de concurrentie. Een opvallend verschil met het huidige Nederland, vindt Bolkestein, waar nog te weinig concurrentie plaatsvindt en de overheid kartelregelingen in stand houdt zoals bij het minimumloon, het ontslaan van werknemers en bij de algemeen verbindend verklaring van CAO's.

“Op technologisch gebied liep Holland tijdens de Gouden Eeuw voorop”, stelde de VVD-leider vast. “De Amsterdamse stapelmarkt bloeide als gevolg van nieuwe opslagmethoden. De Hollanders ontwierpen schepen als de beste. Het was gespecialiseerd in het transport van goederen, ontwikkelde revolutionaire methoden om haring te behandelen, de industrie bloeide en de handel vond plaats met moderne geld- en verzekeringsmethoden.” Nu loopt Nederland technologisch achter en zou het jaarlijks al 2,5 miljard gulden extra moeten investeren om gelijke tred te houden met de OESO-landen, meent Bolkestein. Het aantal patenten noemde hij teleurstellend laag.

De drijvende kracht achter de bloei van de zeventiende eeuwse handel en industrie waren investeringen. De enorme winsten werden geïnvesteerd in produktieve activiteiten en niet in overheidsschulden, meende Bolkestein. “Nu wordt het kapitaal geëxporteerd en zijn we op de renteniersnatie uit de achttiende eeuw gaan lijken.”

Maar biedt de geschiedenis nu een tweede kans op een economisch wonder, wilde discussieleider Bomhoff weten. “Nee”, zei de VVD-leider stellig. “Destijds was Nederland een leidende natie omdat het slim was en omdat andere landen het lieten afweten. Dat is nu niet het geval. In het jaar 2020 haalt China Amerika in als 's werelds grootste economie. India en Indonesië worden groter dan Duitsland en Zuid-Korea neemt de rol van Frankrijk over.”

Jan de Vries acht een nieuwe bloeiperiode niet uitgesloten, maar wil Nederland de Gouden Eeuw wel herhalen, vroeg hij zich af. Bovendien hoeft een land niet voorop te lopen om welvarend te kunnen zijn, meent de Amerikaanse historicus, die in Nederland is geboren en op vierjarige leeftijd met zijn ouders naar de Verenigde Staten emigreerde. “Er is een heel goede plaats denkbaar achter de leider zodat je de technologie die anderen uitvinden kunt gebruiken. Dat gebeurde tussen 1950 en 1973. In feite heeft Nederland toen zijn tweede Gouden Eeuw gehad en is het nu al weer toe aan een derde wonder.”