'Gewicht' kind bepaalt extra geld

Sociale kenmerken bepalen of een school extra geld krijgt om de leerachterstand van een leerling bij te spijkeren. Daarbij worden scholieren als volgt 'gewogen':

1) Hebben beide ouders of de verantwoordelijk verzorger een schoolopleiding genoten tot of tot en met het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo)? Zo ja, dan telt een kind mee voor 1.25 kind.

2) Woont de leerling in een internaat of een pleeggezin en is een ouder schipper? Zo ja, dan telt een kind mee voor 1.4 kind.

3) Is een van de ouders werkzaam in het kermisbedrijf of het circus, of woont het gezin in een woonwagen? Zo ja, dan telt een kind mee voor 1.7 kind

4) Voldoet de leerling aan een van de volgende voorwaarden: - een van de ouders of verzorgers heeft een schoolopleiding genoten tot of tot en met voorbereidend beroepsonderwijs? - de meestverdienende ouder of verzorger oefent een beroep uit in loondienst, waarin hij lichamelijke of handarbeid verricht, of is werkloos? En voldoet de scholier ook aan een van de volgende voorwaarden: - een van de ouders behoort tot de doelgroep van het minderhedenbeleid? - een van de ouders behoort tot de Molukse bevolkingsgroep? - een van de ouders is afkomstig uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba? - een van de ouders is als vluchteling toegelaten in Nederland? - een van de ouders is afkomstig uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië? Zo ja, dan telt het kind mee voor 1.9 kind.

Op grond van deze gewichtenregeling kregen basisscholen de afgelopen tien jaar elk jaar 300 tot 400 miljoen gulden van het ministerie van onderwijs. Daarnaast betaalde het ministerie nog ongeveer 50 miljoen gulden per jaar extra aan scholen in zogeheten onderwijsvoorrangsgebieden waar relatief veel achterstandsleerlingen wonen. Deze scholen komen vaak ook nog in aanmerking voor een aanvullende subsidie van de gemeente. De hoogte daarvan verschilt.

Staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) wil dat een commissie onderzoekt of het mogelijk is de leerachterstand van een kind te bepalen door een 'entreetoets' op vierjarige leeftijd. Als die toetsen er komen, krijgt een school niet langer automatisch extra geld voor elke allochtone leerling.